Luilak



 


Luilak 2018 is op zaterdag 19 mei

(met dank aan Liesbeth de Nijs voor het geleverde materiaal)

In de negentiende eeuw is een discussie gevoerd tussen christenen en joden over de herkomst van Luilak. Christelijke geleerden stelden dat die was gelegen in het Joodse Leilachfeest, het feest der eerstelingen, aan de vooravond waarvan offers aan Jahweh worden gebracht. Joodse geleerden daarentegen beweerden dat de christelijke eredienst rond Pinksteren, waarbij de luidruchtige uitstorting van de H. Geest wordt gevierd, de bron moest zijn. Kortom, men gaf elkaar de schuld. Niemand wilde de verantwoordelijkheid nemen voor de wandaden die tijdens Luilak werden gepleegd. Welnu, het feit dat de oorsprong niet ondubbelzinnig valt aan te geven, zegt genoeg. Feesten als Luilak zijn heel algemeen. Tot in de eerste helft van de vorige eeuw bestonden er in Nederland diverse uitvoeringen van:

  1. luiaard;

  2. (bij folkloristische gebruiken, o.a. in Noord-Holland) wie het laatst opstaat op de zaterdag vóór Pinksteren: de luilak is een afsplitsing van de pinksterblom; hij symboliseert de winterdemon die uitgedreven wordt; in Noord-Holland moet de luilak op bollen trakteren;

  3. (metonymisch) het feest van luilak, zaterdag vóór Pinksteren: morgen is het luilak; met luilak zijn op een aantal plaatsen in de stad vernielingen aangericht.

(bron: Rituelen – Jef de Jager – ISBN 90-274-7598-9)

Eén van de liedjes die bij Luilak werden gezongen, was:  

Luilak, beddezak. Staat om negen uren op.

Negen uren, hallef tien, heb je die luilak al gezien?

Luilak

Luilak bloemenmarkt Almere

De zaterdag voor Pinksteren vierden kinderen in Amsterdam en omstreken Luilak. Mevrouw Bonnemeier herinnert zich: “De vrijdag ervoor als het donker werd, begon de bloemetjesmarkt. Die duurde tot zaterdag 12 uur. Kinderen stonden zaterdagochtend om vijf uur op en gingen met veel herrie langs de huizen. Oude bussen of pannen werden hiervoor achter de fiets gebonden. Belletje trekken deden we ook al omstreeks 1940. En de ramen werden beklad met zeep of krijt”

Na de oorlog is er veel veranderd. Luilak wordt nog steeds wel gevierd met bloemenverkoop.

In Haarlem Amsterdam, Beverwijk, Alkmaar en Zaandam worden op Luilakdag bloemenmarkten gehouden. En misschien ook nog wel in andere dorpen en steden in Noord-Holland.”

In Amsterdam schreef men dagen van te voren op papiertjes Luilak en deponeerden die bij mensen in de brievenbus. Indien mogelijk stak men een speld in de drukbel om die door te laten bellen.

In de Zaanstreek wordt Luilak gevierd in de nacht van vrijdag op zaterdag voor Pinksteren. Er wordt een enorme houtstapel in brand gestoken. Bovenop zit Jan Luilak. Verder maken de kinderen ´s morgens vroeg veel herrie (met blikken achter de fiets door het dorp rijden, belletje trekken) en er wordt zeep op de ramen gesmeerd.”

Luilak in Zaandam 1950

Dat het er ook wel eens minder onschuldig aan toe ging, blijkt wel uit de volgende beschrijving in het boek “Feest !” van Inez van Eijk: “Ook bond de lieve jeugd deurknoppen aan elkaar, zodat de bewoners niet naar buiten konden, of hing zij kadavers van katten, honden of varkens aan raam of deur. Vaak ontaardde de Luilakviering in vechtpartijen, vandalisme en brandstichting.”

Bronnen:

Feest! – Inez van Eijk

Jubileumuitgave van de NMB: Feesten in Nederland – Ton de Joode

Luilakbollen

 (16 stuks – recept uit Traditionele Recepten voor de Feestdagen – Heleen A.M. Halverhout)

Ingrediënten:

250 gram bloem – 20 gram gist – 5 gram zout – 65 gram boter of margarine -1 1/2 dl lauwe melk – geraspte schil van 1/4 citroen – 250 gram gewassen en gedroogde rozijnen – ei om mee te bestrijken – stroop.

Luilakbollen zijn een soort hoge kadetjes. Om dit effect te bereiken moeten ze dicht tegen elkaar aan, liefst in porties van 8 tegelijk worden gebakken. Het beste doet de huisvrouw dit in een broodvorm, of op een bakblik. Voor de 16 broodjes uit dit recept kan een brede broodvorm dienen.

Brooddeeg

Doe de bloem in een kom. Maak een kuiltje in de bloem tot aan de bodem van de kom, kruimel hier de gist in. Voeg er dan plus minus 1 dl lauwe melk bij (lauw = plus minus 25 graden, te hete melk doodt de ‘levende’ gistcellen en het gistdeeg rijst niet voldoende), roer er voorzichtig in, zodat een beetje bloem en de melk met het gist een deegje vormen.

Zet de kom met dit ‘zetsel’ in een bakje met heet water, of op de radiator of bij de kachel, afgedekt met een bord, plus minus 15 minuten te rijzen, totdat het tweemaal zoveel is geworden. Zorg ervoor dat de temperatuur van het water constant blijft als je de kom in een bakje hebt gezet, vul het zonodig met wat heet water bij.

Meng dan de overgebleven bloem, het losgeklopte ei en het zout en ook de rest van de melk door het zetsel. Wanneer deze massa te droog mocht worden, voeg dan nog wat melk toe (de ene bloemsoort neemt namelijk meer vocht op dan de andere). Kneed nu dit deeg met twee handen tot een soepele bal, die van de handen loslaat (houd het tussen de handen en trek het als het ware uit).

Maak een deeg van de bloem, de gist, de melk, het zout, de gesmolten en afgekoelde boter, zoals boven beschreven. Laat dit 3/4 uur rijzen, kneed er dan de citroenrasp en de rozijnen door en laat het deeg dan weer 3/4 uur rijzen. Verdeel het dan in 16 gelijke bolletjes. Leg deze in 2 porties van 8 bolletjes tegen elkaar aan in een met boter besmeerde broodvorm of op een beboterd bakblik. Laat ze 15 minuten narijzen. Bestrijk de bovenkant met losgeklopt ei en bak ze als warme krentenbollen gaar en en goudbruin (de zijkanten blijven wit). Eet ze warm en dik besmeerd met stroop.

Bronnen:

www.annabee

Meertens Instituut

Wikipedia


 

 

X

We gebruiken cookies om er zeker van te zijn dat u onze website zo goed mogelijk beleeft. Als u deze website blijft gebruiken gaan we ervan uit dat u dat goed vindt. Meer informatie

Wij gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website voor de bezoeker beter werkt. Daarnaast gebruiken wij o.a. cookies voor onze webstatistieken.

Sluiten