
Binnenvaartschepen voeren sinds jaar en dag een druk bestaan. Meestal bevinden schipper en bemanning zich 24 uur per dag op het water. Tijd om inkopen te doen is er amper. Het stilleggen van een schip om boodschappen te doen, neemt veel kostbare tijd in beslag. Rond 1930 brengen de zogenaamde ‘parlevinkers’ echter uitkomst voor de schippers. Een parlevinker is een klein levensmiddelenwinkeltje op het water.
Het handelsgebied van de parlevinker ligt voornamelijk rondom sluizen waar schepen moeten wachten om geschut te worden. Daardoor is er tijd om hen van levensmiddelen te voorzien. Ze verkopen hoofdzakelijk brood, groente, klompen en handschoenen, vanuit een bootje dat met roeispanen wordt voortbewogen. Later worden de roeispanen vervangen door een motor en het assortiment wordt uitgebreid, een kleine supermarkt op het water. Sinds 2008 is het beroep parlevinker door de modernisering uitgestorven.