Fanny Blankers-Koen




Fanny Blankers-Koen

Francina Elsje Koen werd op 26 april 1918 geboren in Baarn. Fanny was als kind al heel sportief en ze deed het goed in verschillende sporten, zoals zwemmen, gymnastiek en atletiek. Op een gegeven moment vroeg vader Koen aan de plaatselijke badmeester voor welke sport hij zijn dochter het meest geschikt achtte. Het antwoord was: atletiek. Vader Koen stopte zijn dochter vol met levertraan en bruine bonen omdat hij dacht dat ze daar beter van zou worden in de sport. “Mijn doping” noemde ze dat later.

De eerste wedstrijd liep ze op spikes van een kennis, die veel te groot waren en met watten waren opgevuld. De meeste indruk maakte ze in de begintijd merkwaardig genoeg als hoogspringster, niet als sprintster.

Haar eerste Nederlandse record verwierf ze op de 800 meter. Onder de toeschouwers van die wedstrijd was haar latere coach en man, de sportjournalist Jan Blankers, die veel meer in haar zag als sprintster. In 1940 trouwde ze met hem.

Toen ze 18 jaar was deed ze mee met de Olympische Spelen van Berlijn in 1936. Ze werd zesde op hoogspringen (sprong 1,55 meter) en vijfde met de estafetteploeg. Ze was in die tijd nog te naïef om te beseffen dat ze meedeed aan “het feestje van Hitler”.

In 1938 deed ze mee aan de eerste Europese Kampioenschappen voor vrouwen. Daar werd ze derde op de 100 en 200 meter. 

In 1941 werd ze voor het eerst moeder. Toch ging ze gewoon door met topsport. Later kreeg ze nog een tweede kind. Tijdens de Tweede Wereldoorlog nam ze tot ver in 1944 deel aan wedstrijden in Nederland. Sportwedstrijden waren in die donkere dagen een van de weinige dingen die het mogelijk maakten om de zinnen te verzetten. Door de Tweede Wereldoorlog gingen de Olympische Spelen van 1940 en 1944 niet door anders had ze wellicht al eerder medailles veroverd. In 1946 deed ze mee aan de Europese Kampioenschapen in Oslo. Hoewel ze aan meerdere nummers meedeed won ze alleen de 80 meter horden.

En dan komen de Olympische Spelen van 1948 in het Wembley stadion in Engeland. Samen met haar man en trainer koos ze het programma zorgvuldig uit. Ze was al dertig jaar en velen vonden haar eigenlijk al te oud. Maar ze sloeg genadeloos toe.

Op 2 augustus won ze met overmacht de 100 meter in een tijd van 11,9 seconden. Op 4 augustus won ze de 80 meter horden in een wereldrecordtijd van 11,2 seconden. Deze strijd was wel heel spannend want met een miniem verschil versloeg ze de Britse Maureen Gardner die met dezelfde tijd als tweede gekwalificeerd werd. Op 6 augustus was ze weer de sterkste op de 200 meter met een tijd van 24,4 seconden. De volgende dag, op 5 augustus hielp ze de estafetteploeg op de 4 x 100 meter aan een overwinning. Iedereen weet dat Fanny in de estafetteploeg zat, maar slechts weinigen kennen de namen van haar ploeggenoten: Xenia de Jong, Netty Timmer en Gerda van der Kade. Maar, ja zonder Fanny hadden ze nooit gewonnen. Zij behaalde de overwinning door iedereen, vanuit een schijnbaar verslagen positie, voorbij te lopen. 

Vriend en vijand was het overigens over eens dat ze ook nog een vijfde gouden medaille had kunnen behalen, maar het wedstrijdprogramma maakte dat onmogelijk. Het verspringen werd gewonnen door de Hongaarse Olga Gyarmati met een sprong van 5,69 meter. Fanny Blankers-Koen was echter in die tijd wereldrecordhoudster met een sprong van 6,25 meter. 

Ze was de koningin van de Olympische Spelen van 1948 en haar prestaties bezorgden haar de bijnamen “Vliegende Huisvrouw” en “Flying Dutchmam”. Als het trouwens aan Fanny zelf gelegen had was ze halverwege de spelen naar huis gegaan. “Ik miste mijn kinderen vreselijk. Ik zat maar te huilen in de kleedkamer. Mijn man zei dat ik eeuwig spijt zou hebben als ik zou weggaan. Hij kreeg gelijk” zei ze daar later over.

Heel Nederland had natuurlijk meegeleefd. En toen ze terugkeerde stond heel Nederland op zijn kop. Op 10 augustus wordt ze voor de huldiging in een koets, getrokken door vier spierwitte schimmels, door Amsterdam rondgereden. Voor haar wereldprestaties ontving  ze een fles advocaat en een oerdegelijk Nederlands geschenk, een fiets.

In 1952 deed ze (als 34-jarige !!) weer mee aan de Olympische Spelen die toen gehouden werden in Helsinki. Het werd een ontgoocheling omdat ze last had van steenpuisten. Ze startte niet meer in de halve finale van de 100 meter en viel uit in de halve finale van de 80 meter horden.

In 1953 nam ze, na een carrière van meer dan twintig jaar, afscheid van haar atletiekloopbaan. Op de Spelen van 1960 in Rome was Fanny Blankers-Koen nog coach van de nationale vrouwenploeg. Dat was ze ook tijdens de Olympische Spelen in Tokio (1964) en Mexico (1968). In 1986 spande zij zich nog in om voor Amsterdam de Olympisch Spelen van 1992 binnen te halen.

Van doping had men in die tijd nog nooit gehoord. Toch stond de vrouwensport in een kwaad daglicht omdat de “winnaressen”soms een man (zoals Radke, Europees “kampioene”) bleken te zijn of  een hermafrodiet (zoals Walasiewicz met elf wereldrecords en twee olympische titels). Als er sterke tegenstand opdoemde was Fanny achterdochtig. Dan dacht ze dat het wel een man zou zijn. En daar ging ze heel ver in. Haar achterdocht tegen haar teamgenote Nel Karelse wordt door velen als “gênant” omschreven.

Om nieuwe schandalen te voorkomen werden er voor de vrouwen zeer vernederende sekse tests ingevoerd.

Tijdens een atletiekwedstrijd tegen Italië in 1949 in Rotterdam was daar ineens de Friezin Foekje Dillema. Ze liep een weergaloze sprint. Het was duidelijk dat ze in de nabije toekomst een bedreiging voor de positie van Fanny Blankers-Koen zou vormen. Ze zag er nogal mannelijk uit en Fanny zei dat ze niet tegen een vent wilde lopen. Bij een sekse test werden voor de schijn nog andere atletes opgeroepen. Ze moesten plaatsnemen in een verlosstoel om hun vrouwelijkheid te laten betasten. Zelfs als iemand net moeder was geworden, moest het vrouwzijn worden bewezen. Op dubieuze gronden werd Dillema vervolgens uitgesloten van wedstrijden.

Haar man overleed in 1977. Hoewel Fanny de schijn ophield dat ze erg zelfstandig was, bleek toch dat zij een vat vol onzekerheden was die volledig op hem leunde.

In 1999 riep de Internationale Amateur Atletiek Federatie (IAAF) haar uit  tot “Atlete van de Eeuw”. Haar prestaties hadden dus ook internationaal diepe indruk gemaakt. Op haar “bescheiden” en directe wijze zei ze later: “Ik gaf mezelf geen bal kans”.

Op het laatst van haar leven kreeg ze te kampen met gezondheidsproblemen. Eerst kreeg ze een hartinfarct. Daarna had ze nog een aantal kleine herseninfarcten. De laatste jaren van haar leven bracht ze door in een verpleeghuis omdat ze aan de ziekte van Alzheimer leed. Ze overleed in Hoofddorp op 25 januari 2004 op 85-jarige leeftijd.

Fanny Blankers-Koen heeft veel betekend voor de emancipatie van de vrouw in de sport. De grote bedreiging, voor de vrouwensport althans, vormden mannen. Die rol was tweeledig. Mannen hielden openlijk, vanuit overheid en kerk, de ontwikkeling ervan tegen. Sportende vrouwen wekten onkuise lustgevoelens op. Bovendien werkte zware lichamelijke inspanning onvruchtbaarheid in de hand. Door de prestatie van Fanny Blankers-Koen kon men niet meer om vrouwen in de sport heen. En wat zij presteerde was indrukwekkend: 

Naast haar prestaties op de Olympische Spelen behaalde ze op de Nederlandse atletiekkampioenschappen tussen 1936 en 1955 maar liefst 58 titels ( 13 maal 100 meter, 12 maal 200 meter, 11 maal 80 meter horden, 10 maal hogspringen, 9 maal verspringen, 2 maal kogelstoten (!!) en 1 maal 5-kamp). 

Op de Europese Kampioenshappen behaalde ze 2 maal brons (1938 op de 100 en 200 meter) en 5 maal goud (in 1946 op de 80 meter horden en 4 maal honderd meter estafette en in 1950 op de 100 meter, 200 meter en 80 meter horden). 

Wereldkampioenschappen werden er in die tijd nog niet gehouden anders had ze daar zeker ook nog overwinningen geboekt want ze vestigde maar liefst 21 wereldrecords.

Ze was Ridder in de Orde van Oranje Nassau (1949), werd in 1982 in New York gekozen tot Beste atlete in de Olympische geschiedenis, ze ontving de Olympic Order in 1989 en zoals al vermeld werd ze in 1999 in Monte Carlo gekozen tot internationale atlete van de 20e eeuw.

In 2003 verscheen er een biografie van Fanny Blankers-Koen van de hand van Kees Kooman onder de titel: “Een koningin met mannenbenen”.

135
Ard en Keessie
70
Fausto Coppi
X

We gebruiken cookies om er zeker van te zijn dat u onze website zo goed mogelijk beleeft. Als u deze website blijft gebruiken gaan we ervan uit dat u dat goed vindt. Meer informatie

Wij gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website voor de bezoeker beter werkt. Daarnaast gebruiken wij o.a. cookies voor onze webstatistieken.

Sluiten