Triumph Herald


Met dank aan John Vroom - Autojournalist voor het sturen van de tekst


Voor het eerst dat ik met een Triumph Herald in contact kwam was in 1964, toen de moeder van onze buren Beijlsmit uit Engeland op bezoek kwam. Ik was helemaal georiënteerd op Engeland, vanwege mijn Engelse oma, dus ik moest contact leggen en dat resulteerde in een plezierig gesprek en mijn aanbod om haar Triumph Herald te wassen. Wat je al niet doet voor een goed gesprek. Maar daar begon wel mijn affectie voor dit bijzondere Engelse merk. Oh, wat vond ik die Triumph mooi. Ontworpen door een Italiaan, Michelotti, met scherpe lijnen en zo ingenieus. Een draaicirkel die zo kort was dat je op de Carel Reinierszkade, waar wij woonden in Den Haag, bijna rechtsomkeert kon maken. Wat had ik graag zo’n Herald gehad. Maar ja, het is er niet van gekomen, maar ik herinner hem nog goed.
Wat mij het meest bijstaat is dat typische Triumph knik-geluid als je het portier opende. Een portier zonder raamlijst dat hem al sportief deed ogen. Als ik er aan terugdenk werd ik omgeven door Triumph Heralds. Mijn leraar Frans, de heer van Kesselen, reed een groene en daar hebben wij het vaak over gehad. Ik kreeg van hem nog een sleutelhanger van zijn dealer uit Delft die ik nog heb in mijn verzameling. De vader van een vriendinnetje uit die tijd, Frances, reed er een en bracht mij er mee thuis na een avondje Ray Conniff platen luisteren. Buurman Bob Stemfoort, vertegenwoordiger bij Triumph dealer IAM kwam er regelmatig mee thuis en onze directe buurjongen Peter de Vos kocht een donkerblauwe uitvoering. Heel mooi in donkerblauw, maar mijn favo kleur was Gunmetal. En niet te vergeten de vriendin van onze buurvrouw Elsendoorn had een witte Herald Cabrio. Wat een hoop namen overigens. Hoewel het in Nederland geen verkooptopper was, was het toch een hele bijzondere auto voor bijzondere mensen.
Briljant was de motorkap die je opende door het opklappen van twee metalen lipjes, elk aan de zijkant van de auto, waarna je de hele motorkap richting voorkant omhoog kon klappen, waardoor je tussen de voorwielen kon gaan staan om werkzaamheden aan de motor te verrichten. De benzinedop had geen slot en doet mij denken aan het touwtje uit de brievenbus om de deur te openen. Dat hoef je tegenwoordig niet meer te proberen. Het interieur was typisch Engels. Niet verstelbare, naar voren klappende stoeltjes. Een hoge middentunnel met daarop een kort sportief schakelpookje. Heel apart ontworpen Triumph stuurtje, met daarachter een fraai houten dashboard. Mooie Smith klokjes, een paar knopjes voor de basisvoorzieningen en het contactslot met het apart gevormde Union sleuteltje, dat op alle sloten paste. En een keurig dasboardkastje met slot. Echt een sjieke auto voor die tijd. Het starten klonk prachtig met die terugslaande startmotor, het janken van de versnellingsbak en die heerlijke uitlaatbrom. In mijn gedachten kan ik er nog steeds van genieten. Kunt u zich dat voorstellen?

310
Toyota Corolla Coupé
103
Triumph Spitfire Mk II
X

We gebruiken cookies om er zeker van te zijn dat u onze website zo goed mogelijk beleeft. Als u deze website blijft gebruiken gaan we ervan uit dat u dat goed vindt. Meer informatie

Wij gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website voor de bezoeker beter werkt. Daarnaast gebruiken wij o.a. cookies voor onze webstatistieken.

Sluiten