Liedje

M-J Vogel - 09-06-2012



Meer dan 50 jaar geleden zat ik op school op Java ( Indonesië ) en leerde een liedje dat tot mijn verbeelding heeft gesproken. Dat liedje heb ik nooit meer ergens gehoord of gelezen.

Het gaat over een mier en een krekel: de ene zorgde en werkte hard voor de aankomende winter en de andere interesseerde het geen zier en maakte slechts plezier. En toen kwam dan de koude winter……
Weet iemand nog hoe dit ging?








Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *




16 reacties

  1. Hanneke Peters

    Le cigale et la fourmi (De krekel en de mier)
    De krekel sjirpte dag en nacht, zo lang het zomer was,
    Wijl buurvrouw mier bedrijvig op en neer kroop door ‘t gras
    “Ik vrolijk je wat op,” zei hij. “Kom, luister naar mijn lied.”
    Zij schudde nijdig met haar kop: “Een mier die luiert niet!”
    Toen na een tijd de vrieswind kwam, hield onze krekel op.
    Geen larfje of geen sprietje meer: droef schudde hij zijn kop.
    Doorkoud en hongerig kroop hij naar ‘t warme mierennest.
    “Ach, juffrouw mier, geef alsjeblieft wat eten voor de rest
    Van deze barre winter. Ik betaal met rente terug,
    Nog vóór augustus, krekelwoord en zweren doe ‘k niet vlug!”
    “Je weet dat ik aan niemand leen,”
    Zei buurvrouw mier toen heel gemeen.
    “Wat deed je toen de zon nog straalde
    En ik mijn voorraad binnenhaalde?”
    “Ik zong voor jou,” zei zacht de krekel.
    “Daaraan heb ik als mier een hekel!
    Toen zong je en nu ben je arm.
    Dus dans nu maar, dan krijg je ‘t warm!”

    Wie leeft van kunst gaat door voor gek.
    Vaak lijdt hij honger en gebrek

  2. de fabel wordt toegeschreven aan La Fontaine. Ik heb deze vertaling:
    Daar de krekel leefde in zang,
    maanden lang,
    ziet zij van veel zich verstoken,
    nu de koude is aangebroken.
    Niet het kleinste hapje insect,
    vlieg of rupsje, dat ze ontdekt.
    En dus klampt zij, om den broode,
    buurvrouw mier aan mt haar nooden.
    en zij vraagt wat graan te leen,
    dat zij door den winter heen
    voortbestaan mag tot de lente.
    “Hoofdsom”, zegt zij haar, “en rente
    krijg je op dierenwoord, zoo vlug
    als het oogsttij wordt, terug”.
    Maar zoo’n leentjebuur, zo’n klaagster
    komt de mier wel ‘t minst van pas.
    “Wat, zoo lang het zomer was,
    deed je dan?” zegt ze aan die vraagster.
    “Nacht en dag, voor mensch en dier,
    zong ik, als mij ingegeven.”
    “Zong je? Heb ik van mijn leven!
    Dans dan nu maar. Veel plezier!”

  3. Nelly Engelsman

    Ook ik heb een lied over een krekel en mier 50 jaar geleden geleerd. Ik ken het niet meer helemaal. Dit weet ik nog
    Wie is daar, wie klopt aan de deur als een bedelaar?
    Wie is daar, wie klopt met groot misbaar.

    Och leen mij lieve buur, een graantje uit je schuur. Ik heb een kletsnat pak geen graan op zak en ik ben zonder dak.

    Ik trok met lichte strijkmuziek de zonnige velden door en speelde heel de zomertijd mijn vrolijke wijsjes voor. Nu is de herfst gekomen, heeft alle vreugd genomen. Ik heb een kletsnat pak enz.

  4. Carrie Waterman

    Ik herinner mij nog de volgende regels van dit lied:
    Op het afgemaaide land, liep een arme muzikant
    met een kletsnat pak, geen graan op zak
    en zonder dak.

    en:
    Ach wat spijt, wat voerde je uit in de zomertijd,
    ach wat nood, ga dansen nu voor je brood.

  5. Aanvulling 27-7-13.

    Ik liep met lichte strijkmuziek
    de zo-ho-nige velden af
    ik liep met lichte strijkmuziek de zonnige velden af

    Dit hoort tussen de eerste en laatste strofen.

  6. Schiet mij te binnen hoe het nog verder gaat:

    nu is de herfst gekomen heeft alle vreugd ontnomen ik koud en nat ?
    en zonder dak.

  7. Julien Driesen

    Het is inderdaad een vertaling van een fabel van La Fontaine. Je moet de vertaling eens lezen die een Vlaamse brusseleir (Het Ketje) daarvan gemaakt heeft:

    Ne cigale ad hiel de zoumer in’t café zitte lampette en chanteire
    En as de winter goenk arriveire
    zat em vriedig in de krot en zag um scheil van de miseire enz.

    N.B. Een beetje kennis van dit Brussels dialect zou gemakkelijk zijn. Veel plezier

  8. L.A. Vanhouten

    Mijn schoonmoeder, die ook van Java kwam kende het liedje niet. Mijn Eigen moeder, uit Brabant, heeft het mij geleerd.

    Ik wil zo graag weten of mevr/hr. Vogel de tekst heeft gevonden die bedoeld werd.

  9. Marijke-Joyce Vogel

    Helaas vrienden, dit is nog steeds niet wat ik zoek.

    De volgende woorden kwamen in het liedje voor:

    een krekel en een mier en de krekel en het interesseerde de mier geen zier. Toen kwam de koude winter o jee, oh jee… enz enz

    Hartelijk dank voor het zoeken naar de bekende speld… en vriendelijke groeten van

  10. M.M.Th (Leny) van Zon van Koppen

    en naast die krekel werkte een mier, die van de zomer merkte geen zier geen zier.
    Ze zwoegde en ze slaafde nu daar dan hier, de hele lange zomer die mier.

    Het begin en het einde ken ik helaas niet meer, maar zou ik graag wel willen weten.

  11. Anne-Marie Lichtenberg

    Het is al weer enige tijd geleden dat gezocht werd naar het begin van het liedje van de krekel en de mier, maar ik ken ‘t! Ik zong ‘t gisteren voor onze kinderen, en wist vervolg niet meer. Dus ik googlen en toen kwam ik op deze site.
    Het begin gaat zo:
    De krekel zat te zingen
    Tarie Tara
    Van alle mooie dingen
    Tarie Tara
    Van bloemen en van vogels
    Tarie tada
    De hele mooie (of lange?)zomer
    Tarie

    En dan volgt ‘t couplet dat hierboven al beschreven staat.
    Ik hoop dat mevr Leny van Zon hiermee alsnog geholpen is.

    Groetjes van

  12. Ik weet niet meer of het zo begon, maar het zou kunnen. Alvast bedankt.

  13. Tineke Hollander

    Toen kwam de lange winter met sneeuw en ijs
    Die mier die vond zichzelf zo wijs zo wijs
    Hij had met al zijn gedraaf en gehol
    Zijn hele nestje met spinnetjes vol
    Maar het krekeltje werd mager o jee o jee
    Ze had geen groete voorraad o nee o nee
    Ze had zo mooi gezongen die de die de
    Nu had ze grote honger ach wee ach wee

  14. Petra van den Berg

    wat zeg je van zo’n kindje toch?
    Och och och och… toen kwam er een beer op sokken, op sokken sloop hij voort
    en van dat arme kindje heeft men nooit meer gehoord…

    Zo’n mooi liedje dat mijn tante altijd voor mij zong.

  15. Julien Driesen

    Het gaat over het Franse gedichtje La Cigale et La Fourmi. Het bestaat in veel verschillende versies als “De Krekel en de Mier, maar als liedje heb ik het ook nooit gehoord.

  16. Henk van der Hoeven

    Ik herinner me de melodie ook nog, kan die eventueel voorzingen . . . .

Howdy,
Buy Premium Version to add more powerful tools to this place. https://wpclever.net/downloads/wp-admin-smart-search
X

We gebruiken cookies om er zeker van te zijn dat u onze website zo goed mogelijk beleeft. Als u deze website blijft gebruiken gaan we ervan uit dat u dat goed vindt. Meer informatie

Wij gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website voor de bezoeker beter werkt. Daarnaast gebruiken wij o.a. cookies voor onze webstatistieken.

Sluiten