| Dichter(es): | onbekend |
Gezocht de rest van dit gedicht 7274 De Vuurtorenwachter Voorgedragen in 1949 door mw. A. Griemink uit Klazienaveen. Het verhaal gaat over een vuurtorenwachter, die elke avond zorgt voor de verlichting, zodat de schepen veilig binnenkomen. Maar plotseling is het apparaat stuk, het blijft duister en de schepen zoeken het licht en het gevaar is groot dat ze verongelukken. Dan zegt de vuurtorenwachter tegen zichzelf:
Maar wat is dat, wat werktuig’lijk rond moet draaien staat nu stil.
Is het samenstel gebroken, schort er iets aan rad of spil.
Dat de loop van elke avond, leden nietmeer vlotten wil.
Hoe het ook zei, hij kan het niet helen, wat het gebrek aan ‘t werktuig is.
Bang genoeg, want nu het niet wentelt is het zeker en gewis,
Zij die naar de went’ ling uitzien, dwalen zullen door het gemis.
Maar dat kan niet, maar dat mag niet, nee dan blijf ik op vannacht.
Zo gezegt, zo gedaan, de went’ling wordt nu door zijn hand volbracht.
nimmer door al spoken buien om hem heen met wilde kracht.