
Wat stort u ‘t allen tijden vrêe in ‘t hart
Wat richt Uw oog gestaag naar boven?
Wat geeft U kracht bij ‘t kruis, en troost in smart?
De bron van al dien zegen heet… gelooven!
Wat is ‘t dat hier U hemelsvreugd verpand?
De mens zich zelf voor anderen doet vergeten?
Wat toont dat gij aan God zelf zijt verpand?
De Hemelvonk die… liefde… wordt geheeten!
Wat spoort in ons spoed zacht U tot geduld?
Waardoor ziet gij reeds hier, de Hemel open?
Ook als Uw lot in nevel is gehuld?
Dat is de zachte lafenis, ‘t is… hopen!
Ter overdenking aangeboden door Uwe zoo hartelijk
liefh. pleegzuster Gretha
Zeist 25 sept. 1887