
Nog zijt gij heden jong en blij,
En kent het leven niet;
Gij denkt nog aan geen lot noch tijd
Noch wat de toekomst biedt.
Leef blij in uw vriendinnenrij,
En smaak de jonkheidsvreugd:
De blijheid, die ’t onschuldig hart.
Met blijden zin verheugd.
Nu vraag gij mij een albumblad,
Tot een gedachtenis;
Ach Hindertje, k heb maar eene beê,
Bewaar uw hart, in wel en wee
Zoo rein als ’t nu nog is.