Sint Maarten



Klik op een knop voor meer informatie

(met dank aan Ilse Steel voor het geleverde materiaal)

Sint Maarten is op 11 november

Klik op de betreffende regel

Geschiedenis

Een sprookje rond Sint Maarten

Enkele legenden

Enkele spreuken

Liedjes Sint Maarten

Recepten Sint Maarten

Geschiedenis

Sint Maarten van Tours door Antoon van Dijck

De viering van Sint-Maarten op 11 november heeft een duidelijke christelijke achtergrond. Het is de naamdag van de heilige Sint-Martinus. Over het leven van Martinus van Tours is vrij veel bekend, omdat zijn vriend Sulplicius Severus geschiedschrijver was. Martinus werd in 316 geboren in Hongarije als zoon van een Romeins legerofficier. Op vijftienjarige leeftijd kwam hij in dienst van het Romeinse leger. Uit deze tijd stamt een van de meest bekende verhalen over Sint-Martinus. Voor de poorten van Amiens in Frankrijk kwam hij een verkleumde bedelaar tegen. Met zijn zwaard sneed hij zijn rode soldatenmantel in tweeën gaf één helft aan de bedelaar.
Deze scène is op talloze schilderijen afgebeeld, bijvoorbeeld door de schilders Rubens en Van Dijck. Nadat Martinus in 372 gekozen was tot bisschop van Tours kreeg hij een steeds grotere bekendheid. Hij stichtte in Frankrijk verschillende kloosters en stierf op hoge leeftijd in het jaar 397. Martinus was een belangrijke grondlegger van het katholieke christendom in Gallië.

De kapel met het graf van Martinus trok al gauw bedevaartgangers uit heel Europa. Velen vereerden hem vanwege zijn naastenliefde, speciaal voor de minderbedeelden. Het Vaticaan verklaarde Martinus in het jaar 650 heilig. Zijn stoffelijke resten zijn uiteindelijk verloren gegaan; de Hugenoten hebben tijdens hun opstand in 1562 zijn gebeente verstrooid. Zijn beroemde mantel lag overigens destijds veilig in de kapel van de Merovingische koningen. Zij beschouwden deze als een relikwie, dat hun in oorlogstijd zou verzekeren van de overwinning. Koning Clovis I riep Sint-Martinus tenslotte uit tot beschermheilige van Frankrijk. Vanuit Frankrijk verspreidde de verering van Sint-Martinus zich over heel Europa. In Nederland zijn enkele van de oudste kerken aan hem gewijd, zoals de Martinikerk in Groningen en de Domkerk in Utrecht.

1562 Slagorde van de legers in de slag bij Dreux, prent uit 1570 van Jean Perrissin & J. Tortorel

 

1562 slag bij Dreux eerste treffen tussen Hugenoten en Katholieken, prent uit 1570 van Jean Perrissin & J. Tortorel

Sint-Martinus was beschermheilige van reizigers en rondtrekkende kooplui; van armen, bedelaars en bekeerde dronkaards; van herders, boeren, wijnbouwers, kinderen en van het vee. Op zijn naamdag kregen de kinderen vrij van school en was het gebruikelijk hen te trakteren, bijvoorbeeld door met lekkernijen te strooien. Ook maakten de stadsbesturen op die dag door klokgelui de aanvang van de brooduitdeling aan de armen bekend. Zo werd bijvoorbeeld vermeld dat dit in 1380 gebeurde bij de Wittevrouwenpoort in Utrecht.

De Reformatie maakte een eind aan de verering van veel katholieke heiligen, maar Sint-Maarten bleef ook in protestantse gebieden in ere. Het toeval wilde dat Maarten Luther op 11 november werd gedoopt. Ook de naam kwam overeen en dat was reden genoeg om het populaire feest te blijven vieren. Maarten Luther was overigens een dag eerder geboren en in het Duitse Oost-Friesland viert men Sint-Maarten dan ook op 10 november. Net als bij de Nederlandse Sint-Maartensviering lopen kleine kinderen dan met lichtjes.De heilige Martinus van Tours was de bisschop van de stad Tours en een belangrijke grondlegger van het katholicisme in Gallië. Hij stierf op 8 november 397 en werd op 11 november begraven. 11 november was tevens de doopdag van de heilige. Martinus stond bekend om zijn liefdadigheid en zijn vrijgevigheid. Om hem te eren, werden er op 11 november kleinigheidjes aan kinderen gegeven.

Op een gegeven moment gingen kinderen op 11 november met zelfgemaakte lantaarns of uitgeholde knollen of pompoenen met een kaarsje langs de deuren. Tot ongeveer de jaren 20 was het Sint Maartenfeest meer iets voor arme kinderen. Hierna begon men het feest te zien als traditie en mocht iedereen meelopen. Tegenwoordig maken veel kinderen op school een Sint Maartenlantaarn. Sint Maarten wordt overigens niet door het hele land gevierd, maar voornamelijk in Groningen, Friesland, Drenthe, Noord-Holland en Limburg.

Graftombe van Martinus in de baseliek van Tours

In de jaren dertig waren er allerlei initiatieven om het Sint-Maartenlopen zoveel mogelijk ‘in goede banen te leiden’. Steeds meer mensen, vooral winkeliers, begonnen zich te ergeren aan het gebedel van de zingende kinderen en aan de baldadigheid van de ‘opgeschoten jeugd’. Vandaar dat in veel plaatsen de VVV, de buurtvereniging of de Vereniging voor Volksvermaken initiatieven ontplooiden om ordentelijke Sint-Maartenoptochten te houden. Het muziekkorps of de fanfare ging voorop. Aantrekkelijke prijzen voor de mooiste Sint-Maartenlampion moesten zoveel mogelijk kinderen tot deelname bewegen.

In de jaren vijftig en zestig speelden ook scholen en het jeugdwerk een actieve rol bij het Sint-Maartensfeest. In het Zuiden organiseerden bijvoorbeeld de katholieke jeugdorganisaties grootse optochten. Sint Maarten reed te paard in de stoet mee en deelde onderweg zijn mantel met een bedelaar. Als slot van de festiviteiten brandde er een enorm Sint-Maartensvuur. Na de jaren zestig verdwenen de meeste georganiseerde Sint-Maartenvieringen, en gingen de kinderen weer zelf met lampionnetjes langs de deuren en zongen hun St. Maartensliedjes.

De volwassenen geven graag wat snoep of andere lekkernijen en vooral in nieuwe wijken blijkt het gebruik een sociaal bindende functie te hebben. In diverse dorpen in Vlaanderen en Nederland trekken op de avond van 11 november stoeten kinderen rond met lampions, gekocht bij de feestartikelenwinkel of zelf vervaardigd uit allerhande materialen van papier en karton of uitgeholde pompoenen of bieten.

Een sprookje rond Sint Maarten – Een lichtje voor Moeder Aarde

Het was al november, de zomer was echt helemaal voorbij en de oude Moeder Aarde zei bij zichzelf: ‘Wat is het toch al vroeg donker buiten en wat is het donker bij mij. Hoe zou ik toch kunnen zorgen dat het wat lichter wordt bij mij en bij de andere mensen? Zal ik eens de kabouters vragen of zij een lichtje kunnen vinden of maken?’ Dat doet de oude Moeder Aarde en de kabouters gaan op pad. Terwijl ze aan het zoeken zijn, horen ze van iemand een sprookje dat hen op een idee brengt.

Er was eens een grootvader die een enorme knol in zijn tuin had. Die knol groeide maar en groeide maar. Hij werd zo groot, dat hij bijna niet uit de grond gehaald kon worden. De oude man haalde de dieren erbij, want dieren kunnen in zulke gevallen erg behulpzaam zijn, maar ook de dieren lukte het niet deze knol uit de aarde te krijgen. Totdat de kleine muis kwam, die thuis is in alle holletjes en gangetjes van de aarde. Ineens sprong de knol eruit. Grootvader was zo blij, dat hij de knol uitholde en alle dieren wat gaf van het binnenste ervan. In de holle ruimte, die in de knol overbleef, zette hij een kaarslichtje. De knol, die nu prachtig glansde, zette hij voor het raam, zodat alle mensen konden zien dat de knol eindelijk uit de aarde was gekomen. Na dit verhaal gingen alle kabouters op zoek naar een knol en brachten hem bij de oude Moeder Aarde. Zij deed er een lichtje in en zei: ‘Laat nu de winter maar komen. Laat het nog maar donkerder worden, wij hebben fijn een lichtje.’ In optocht trokken nu de kabouters door het land en zongen:
Ik wandel met mijn lantaren,
mijn lantaren wandelt met mij.
Daarboven stralen de sterren,
beneden stralen wij.

Enkele legenden

De clown van God
Een bedelaarsjongen ontdekt zijn talenten als jongleur. Hij trekt met veel succes en plezier langs kermissen en markten tot hij door zijn ouderdom de mensen niet meer kan vermaken. Maar zijn laatste optreden is misschien wel het beste.

De gelukkige prins
Een kleine zwaluw krijgt medelijden met het standbeeld van een prins die pas als standbeeld beseft dat er veel ellende is op de wereld. De zwaluw offert zijn eigen toekomst op om de prins te helpen met goede daden.
Sint Maarten wordt vaak met een gans afgebeeld. Dit vanwege een legende: Martinus zou zich in een ganzenhok verstopt hebben op het moment dat hij gevraagd werd om bisschop te worden. Toen men hem zocht, verraadde het lawaai van oplettende ganzen de plaats waar hij zich verborgen hield.
Op een avond in november verdwaalt de heilige in de duinen en gaat de bevolking (met lantaarns) naar hem op zoek. Gelukkig wordt hij weer gevonden. Sindsdien lopen de kinderen op 11 november met lichtjes

De Sint-Maartensdronk
Als beschermheilige van de wijnbouwers heeft Sint-Maarten een drinkbeker als attribuut. Mogelijk heeft dit te maken met het wonder dat Sint-Maarten verricht zou hebben door in de loop van één avond most in wijn te veranderen. Tot in de negentiende eeuw zongen de kinderen in Holland: Sint Martijn, Sint Martijn, T’avond most en morgen wijn!’ Het Zuiden, maar ook Noord- en Zuid-Holland, kende de zogeheten Sint-Maartensdronk. De nieuwe vaten gingen open en men dronk de jonge wijn. Vaak gaven de stedelijke besturen stadskannen met wijn aan ambtenaren, schutters, geestelijken en schoolmeesters, zij het op voorwaarde van goed gedrag.

Een Utrechtse keur uit 1413 bepaalde namelijk dat wie zich aan enig verzuim schuldig maakte, tijdens Sint Maarten geen wijn zou krijgen. In de tweede helft van de vijftiende eeuw beschouwden velen het als een schande om op het Sint-Maartensfeest niet dronken te zijn. Zelfs ten tijde van de Reformatie kon iemand nog verdacht worden van ketterij als hij de Sint-Maartensdronk weigerde.

 

Boer met drinkbeker van Hendrik Poutyl


Schuddekorfsdag
In sommige streken van Nederland bestond de gewoonte om aan de vooravond van Sint Maartensdag broodkorven leeg te schudden voor de bedelaars. Op die avond gingen de kinderen ook rond om kastanjes, noten en appels op te halen. Deze werden vervolgens boven het Sint Maartensvuur geroosterd en wild door elkaar geschud, terwijl de jeugd eromheen danste en liedjes zong. Sinds de dertiende eeuw heet de vooravond van het Sint Maartensfeest dan ook ‘Schuddekorfsdag’. Deze werden vervolgens boven het Sint Maartensvuur geroosterd en wild door elkaar geschud, terwijl de jeugd eromheen danste en liedjes zong. Sinds de dertiende eeuw heet de vooravond van het Sint Maartensfeest dan ook ‘Schuddekorfsdag’

Beschermheilige en schutspatroon
Sint Maarten is beschermheilige van de stad Utrecht. Het wapen van die stad (een rood-wit schild) zou verwijzen naar de rode kleur van de mantel en de witte kleur van de onderrok van de heilige, die tevoorschijn kwam toen hij de helft van zijn mantel had afgestaan aan een bedelaar. Zowel in de Pandhof grenzend aan de Utrechtse Domkerk als in de Bisschopshof naast de Domtoren zijn sculpturen te zien die het leven van Sint Maarten verbeelden. Sint Maarten is ook de beschermheilige van de stad Groningen, die dan ook vaak de ‘Martinistad’ wordt genoemd, en tevens van Sneek, Aalst, Ieper, Zaltbommel, Kontich, Westmalle, Koekelare, West-Vlaanderen, Venlo en Frankrijk als land. De stad Sint-Maartensdijk, op het eiland Tholen Zeeland en de dorpen Sint Maarten, Sint-Maartensburg, Sint-Maartenszee en Sint-Maartensvlotbrug in Noord-Holland, Sint-Martens-Bodegem en Sint-Martens-Lennik in Vlaams-Brabant, België zijn naar hem genoemd. De steden Tours in Frankrijk, Mainz in Duitsland, Montemagno en Lucca in Italië hebben Sint Maarten als schutspatroon.

St. Maarten gevelsteen

 

Sint Martinus eikenhout ca 1520

Patroonheilige
Sint Maarten is de Patroonheilige van: militairen, ruiters, hoefsmeden, wapensmeden, leerlooiers, wevers, armen, bedelaars, molenaars, gordelmakers, hoteliers, kleermakers, handschoenmakers, hoedenmakers, reizigers, gevangenen, wijnboeren, borstelmakers, omroepers, geheelonthouders, herders, waarden. Sint Maarten kun je aanroepen tegen: Belroos, uitslag, slangenbeten.
De naamdag van van Martinus van Tours en wordt ook wel Sint-Martinus, Sinter Merte of Sinte-Mette genoemd. De invulling die aan dit feest gegeven wordt verschilt van streek tot streek.

Enkele spreuken



Enkele spreuken die volgens volksgeloof het weer voorspellen.
Is om St. Maarten nog loof aan de bomen,zo moogt ge van een strenge winter dromen.
Is de lucht op Sint-Martinus helder, de vorst dringt door in menig kelder.
Op Sint-Martinus de wind in zuidwest, heel de winter een regennest.
Al moet Sint-Maarten een mantel dragen, hij moet toch nog wandelen in zomerse dagen.
Als op Sint-Martinus de ganzen op het ijs staan, zullen ze met Kerstmis door het slijk gaan.
St. Martinus warmte en regen brengt het zaad geen grote zegen.
Nevels in Sint-Maartensnacht, maken de winter kort en zacht.
Blad aan de bomen met St. Martijn,dan zal het een strenge winter zijn.
Na het feest van Sint Maarten, krijgt de winter schone kaarten.

Ilse Steel

Bronnen:
Eigen bibliotheek:
Dr. C. Catharina van der Graft – Nederlandse volksgebruiken bij Hoogtijdagen
J.M. Fuchs – Shell Journaal van de Nederlandse Folklore
Andere bronnen:
Meertens Instituut
Wereldfeesten Almanak
Nederlandse jaarfeesten en hun liederen door de eeuwen heen
Wikipedia

Bakvorm Sint-Maartensbrood

St. Maarten op een koekplank

Hoefijzerbrood

X

We gebruiken cookies om er zeker van te zijn dat u onze website zo goed mogelijk beleeft. Als u deze website blijft gebruiken gaan we ervan uit dat u dat goed vindt. Meer informatie

Wij gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website voor de bezoeker beter werkt. Daarnaast gebruiken wij o.a. cookies voor onze webstatistieken.

Sluiten