Home / Verhalen / Een oude eik vertelt

Een oude eik vertelt

Met dank aan Brigitte van den Broek voor het insturen van de tekst

Rondom het plein staan statige wilgen en hier en daar wat bakken met planten. In het midden staat trots de ouden eik. En wanneer er iemand even plaats neemt op het bankje waarover hij z’n takken spreidt begint de eik te vertellen:
“Ach, wat ik al door de tijd heb gezien en mee gemaakt. Honderdvijftig jaren lang. Anderhalve eeuw geschiedenis, en elke dag schrijft de geschiedenis zich voort.”
In de verte ziet hij een kleine gestalte naderen. De eik herkent haar direct. “Kijk, daar komt moeder Linsen. Drie-entachtig, maar nog elke dag maakt ze trouw haar ronde door het dorp. Dat vrouwtje heeft het niet makkelijk gehad. Een groot gezin met een man die door de week hard werkte maar het geld op zondag net zo gemakkelijk naar het café bracht. Wanneer daar op maandag al het wasgoed buiten hing zag je een bont palet van kleuren achter het huis wat eindigde in een regen van hagelwit beddengoed!” Even zwijgt de eik en volgt de kleine stapjes van moeder Linsen wanneer ze hem voorbij loopt. Dan vertelt hij verder.
“Vroeger waren de dorpsfeesten zo gezellig. Dit hele plein werd versierd en in de kiosk die er toen nog stond speelde de harmonie. Zelfs ik werd versierd. Dan kreeg ik gekleurde vlaggetjes in m’n takken met daar tussen in lampions van dun gekleurd papier. Ik had het mooiste zicht op al die dansende mensen.” De bladeren van de eik ritselen een zucht van weemoed.
“Er is zoveel veranderd. Paard en wagens veranderden in auto’s. Waar alleen vogels over me heen vlogen komen nu ook vliegtuigen voorbij. En door nieuwe uitvindingen hebben de mensen het langzaam aan beter gekregen. Het dorp is voller en sneller geworden. Steeds minder mensen zien me nog staan. “Hij wroet wat met z’n wortels in de grond en zuigt wat water op. Dat doet een oude boom goed!
“Ha, daar komt rooie Jaap met z’n kleinzoon aan gefietst. Die man heb ik als kleine jongen wat streken uit zien halen! De mattenklopper van moedertje-lief heeft meermaals z’n zitvlak beroerd! Hoe hard hij het dan ook uit schreeuwde, zo snel was hij het ook weer vergeten. ”Even gniffelde de eik zachtjes terwijl een briesje langs hem streek. “Z’n ma heeft nooit geweten of het een schreeuw van pijn was of enkel woede! Z’n vader maakte zulke mooie dingen van hout. Ook de kerststal van de kerk. En die mooie grote stal, ooit gemaakt tijdens z’n pensioenjaren, was bedoeld voor op het plein. Nog elk jaar wordt het bij mij neer gezet. Ik houd dan de hele maand december tot aan drie-koningen de wacht. Soms wil één of ander vervelend sujet nog wel eens een geintje uit halen met de beelden. Maar dan grijp ik in. Dan laat ik ineens heel nonchalant een oude dorre tak naar beneden vallen!”
De eik tuurt naar de overkant van het plein en wijst met een jonge scheut. “Zie je die snackbar daar? Dat was ooit de slagerij van Teun de Wit. O, die zaak liep goed. Dat was hem ook aan te zien. Dikke buik, potige armen, mollige handen en van die bolle wangen. “De worst’ noemde ze hem!” Weer blaast de wind door de eik en hij strijkt z’n takken eens over elkaar en laat een vermoeid gekraak horen. “Die Teun heeft ook wat moeten mee maken. ’s Nachts hoorde hij eens gerommel in de zaak. Hij was altijd een slechte slaper en dus vaak wakker. Direct alarmeerde hij z’n zoon om samen te gaan kijken. De inbreker raakte in paniek en Teun was er getuige van hoe z’n zoon bewerkt werd met z’n eigen mes! Hij heeft het na kunnen vertellen maar ze zijn beiden nooit meer de oude geworden.”
Hij richt z’n groene kruin nu op en vervolgt: “In m’n oude rimpelige bast draag ik liefdesverklaringen in de vorm van harten die zijn ingekerfd met namen van geliefden die ooit hun oog op elkaar lieten vallen, om elkaar daarna vaak weer uit het oog te verliezen. Ik heb wat blosjes op jonge meisjeswangen gezien! Ik zag, lang geleden, hoe de heren mooie dames toe knikte terwijl de aanbedene zich verlegen verborg achter een waaier of een grote zonnehoed. Aan één van m’n dikke takken hing men een schommel waarop een lady zich liet duwen door een graaf en op die wijze droeg ik een ontluikende liefde in m’n armen! Och, dat waren nog eens tijden… Als je eens wist hoeveel bruidsparen ik hier op het plein gezien heb. Want steeds weer moet er ook een foto gemaakt worden met mij er bij. Hoe ouder ik word, des te fotogenieker men mij vindt. Hoe meer jaarringen wij bomen krijgen des te meer we in aanzien stijgen!”
En voor één ieder die hem dat aanzien gunt en plaats neemt op zijn bankje zal hij z’n verhalen blijven vertellen. Uitgesproken raakt hij nooit want zoals deze oude eik al zei: ‘De geschiedenis schrijft zich voort en voort.’

X

We gebruiken cookies om er zeker van te zijn dat u onze website zo goed mogelijk beleeft. Als u deze website blijft gebruiken gaan we ervan uit dat u dat goed vindt. Meer informatie

Wij gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website voor de bezoeker beter werkt. Daarnaast gebruiken wij o.a. cookies voor onze webstatistieken.

Sluiten