Mijn moeder, die in de 2e wereldoorlog 12 jaar oud was, woonde in de hoofdstraat van een klein dorp in Friesland. Regelmatig zagen ze de Duitsers in groepen door de straat marcheren, terwijl ze best wel mooi zongen, dan leek het allemaal nog niet zo erg. Haar vader was een goed bekend staande kleermaker, terwijl mijn moeder nog niet veel verder kwam dan alle sokken te moeten stoppen van al haar broers en zussen, zes in totaal.
Haar oudere zus vervulde af en toe de rol van koerier, dan bracht ze op de fiets krantjes rond van het verzet. Ook hadden ze soms twee onderduikers in huis, die konden zich bij onraad verstoppen tussen het plafond en de vloer van de eerste verdieping, precies boven de schuifdeuren. Op een mooie dag, werd er aangebeld en zagen ze twee Duitse soldaten voor de deur staan. Ze ging samen met haar oudere zus naar de deur en nadat ze die hadden open gedaan, zei de Duitser “Ich habe einen Riss in der Hose, kannst du das auch reparieren?”, waarop mijn moeders zus antwoordde “mijn vader heeft het momenteel heel druk, hij zit tot aan zijn nek in het werk”, waarop de Duitsers ons vragend blijven aankijken, ze snapten niet wat ze zei. Mijn moeder haar zus zette haar woorden daarom kracht bij door het uit te beelden en zette haar hand onder haar kin, terwijl ze haar hoofd naar achter boog. De Duitse soldaten schrokken zichtbaar en dropen snel af.