Home / Versjes / De raaf

De raaf

(Johan Jacob Antonie Goeverneur)

Zie daar dien bedelaar eens staan;
Hij heeft een pikzwart rokje aan,
En stapt, zoo lang de winter duurt,
Langs alle huizen in de buurt,
En roept: Kras! Kras!
Ach, geef me een beentje,
Ik ben tevreê, al is ’t maar ééntje.
Maar komt de lieve lente in ’t land,
Dan is hij blij, de slimme klant;
Dan vliegt hij op een’ hoogen tak,
En fladdert vrolijk op het dak.
En roept: ‘ik dank u. lieve vrinden’,
Nu kan ik zelf den kost weer vinden!