
’s Maandags sta ik aan de tob,
was ik de kleren van mijn pop.
Dinsdag rek ik het droge goed
en al wat ik verstellen moet.
Waar knoopje of bandje is afgegaan,
zet ik er ’s woendags nieuw weer aan.
Wat oud is of gescheurd,
komt donderdags aan de beurt.
Het strijkgoed vocht ik vrijdags in,
de droge was is naar mijn zin.
En ’s zaterdags strijk ik jurk en schort,
dat alles glad en glanzend wordt.
En ’s zondags als wij wandelen gaan,
krijgt pop haar mooiste pakje aan.