
Een hondje en een katje,
die zaten op een matje.
Het hondje zei: ik heb zo’n schik,
mevrouw die bakt weer krentenmik
van honing, sukade en ei.
De bruine korstjes zijn van mij,
die kan mevrouw niet bijten.
Het katje zei: wat krijg ik?
Jij, jij, jij krijgt de kruimeltjes van de krentenmik!