
Een moedereend had kindjes
een hele lange rij
van donzig gele vrindjes
gekropen uit een ei
“Kom kleintjes, ‘k zal je leren
hoe of je zwemmen moet
van hier tot aan de overkant
let op, en doe het goed”
Maar eenmaal aan de waterkant
werd één klein eendje stug
dacht: “waarom zou ik zwemmen gaan
er is toch ook een brug?”
Toen allen eendenkindertjes
reeds dreven in de plas
klom hij alleen het brugje op
dacht dat hij slimmer was
Maar middenop gekomen
wat stond daar voor zijn neus?
Was dat misschien een echte wolf?
een leeuw, een beer, een reus?
Poes duwt eens met haar pootje
naar ’t kleine eendenjong
maar nu wordt Kwakje vreselijk bang
en neemt een grote sprong
Zo kwam hij weer gelukkig
bij moeder eend terecht
Wie eigenwijs wil wezen
die gaat het altijd slecht!
van mijn zusjes geleerd ca 1950