
Er was eens een poesje,
Dat sprak tot de muis:
‘Zeg eens klein ding
Is je moeder niet thuis?’
‘Welnee’ zei het muisje,
Mijn moeder is uit,
Ze is naar de keuken,
Daar haalt ze beschuit.’
‘Dat ’s braaf van je moeder,
Maar nu het begin
De deur is gesloten
Hoe komt ze erin?’
‘Kijk door dat kleine gaatje,
Daar kruipt moeder door.
Maar ik mag het niet verklappen,
Ik zeg het niet hoor!’
‘Zeg, ga vlug naar je bedje
Je zit op de tocht.
Je krijgt koude voetjes
De vloer is zo vocht.’
En, kun je nu raden wat er toen is gebeurd?
De poes heeft de muis bij het gaatje gesnapt.
Dat komt er nu van
Als je geheimpjes verklapt.