
Tom ’t Hazenkind, was heel ondeugend geweest
had eerst tante’s kopje gebroken,
en daarna toen zij hem een standje gaf,
verbeeld je, zijn tong uit gestoken!
Natuurlijk was tante verschrikkelijk kwaad
en gaf hem een pak voor zijn broekje.
En zette ’t ondeugende hazenkind
voor straf in een donker hoekje.
Daar stond hij nu, ja, nu had hij berouw.
Nu huilde hij tranen met tuiten.
Hij veegde zijn neus met zijn oren af
omdat hij niets had om te snuiten.