
Heer Ooievaar,
Wat doe jij daar?
Met je lange dunne poten?
Stap jij zomaar door de sloten?
Zeg mij eens,
Heer Flapperflap.
Doe jij dat zo voor de grap?
Nee klein, lief kind
Ik moet steeds in alle hoeken
Kikkertjes en visjes zoeken,
En geloof mij beste vrind
Dat ik die héél lekker vind.