
Kaatje, ben je boven?
Ja, juffrouw.
Moet je wat beloven.
Goed juffrouw
Tien pond suiker, zes flessen wijn,
Wat zullen wij vanavond vrolijk zijn.
Doe dat in een keteltje,
Roer dat met een lepeltje.
Oh, wat zal dat lekker zijn,
Oh, wat zal dat lekker zijn