
Naatje, ik wil je wat beloven.
Goed Juffrouw!
Twaalf pond suiker
En zes flesschen wijn;
Dat doe je in een keteltje
En roert het met een lepeltje;
Wat zal dat lekker zijn!
Naatje, ik wil je wat beloven.
Goed, juffrouw!
Hoeveel koffie heb je gemalen?
Een lood, Juffrouw;
De koffie neem ik mee naar binnen,
En het dik bewaar ik voor jou.