
Ik zie een oude molen staan,
die kijkt mij echt heel vragend aan.
Er wacht hem echt een vreselijk lot,
want alles aan hem is kapot.
Hij wil zo graag nog voortbestaan
in deze wereld snel en kwaad.
De molenaar is met pensioen
en heeft ook niet zo veel te doen.
Hoe mooi zou het toch wezen,
als de molen weer gaat draaien,
het kaf weer van het koren scheiden kan.
Maar mijn besluit is snel genomen
het gaat er echt een keer van komen.
Met veel getimmerd en geknutsel
een verfje hier een verfje daar
is de molen toch weer klaar.
De molenaar is snel gevonden
het is hem blij gemoed,
dat hij weer aan het werken moet.
De wieken aan het draaien
het grote houten wiel weer meel kan malen.
Hoog in de nok de driekleur weer zal wapperen.
Het rood, wit, blauw van Neerlands grote trots.
De korenvelden wuivend in de wind.
Ons levens elixer daar bevindt.
Draai molen, draai
en maak het meel weer voor ons klaar.
O mooie molen groot en sterk.
Mensen laat ons toch bedenken
wat oude ambachten ons nog schenken.