
Zeg kipje, zeg kipje, wat heb je gedaan.
Je bent naar de stal van ons sikje gegaan.
Je lei daar een eitje.
Ja hoe ik dat weet?
Ik hoorde je kakelen
En keek door een spleet.
Als moeder dat hoorde,
Ja kijk mij eens aan,
Dan mag je voortaan
Niet meer uit wandelen gaan.