Louis Armstrong (4 augustus 1901 – 6 juli 1971)




De naam Louis Armstrong is onlosmakelijk verbonden met de geschiedenis van de jazz. Met zijn krachtige trompetspel, herkenbare stem en grote charisma groeide hij uit tot een van de belangrijkste muzikanten van de twintigste eeuw. In deze biografie leest u hoe Armstrong vanuit armoede in New Orleans uitgroeide tot een wereldster en een bepalende figuur in de jazzgeschiedenis.

Geboren in New Orleans
Louis Daniel Armstrong werd geboren in New Orleans (Louisiana) in Amerika. Lange tijd dacht men dat hij op 4 juli 1900 was geboren, een datum die Armstrong zelf ook altijd noemde. Mogelijk koos hij die datum bewust, omdat 4 juli in de Verenigde Staten Independence Day is.

Pas jaren na zijn overlijden werd duidelijk dat zijn echte geboortedatum 4 augustus 1901 was. Muziekhistoricus Tad Jones ontdekte dit in de doopregisters van een rooms-katholieke kerk in New Orleans, waar Armstrong als baby was gedoopt door zijn grootmoeder.

Een jeugd in armoede
Armstrong groeide op in een arme en ruige buurt van New Orleans. Zijn vader, William Armstrong, verliet het gezin toen Louis nog jong was. Daardoor moest hij al vroeg werken om zijn moeder Mary-Ann en zijn jongere zus Beatrice te helpen.

De jonge Louis nam allerlei baantjes aan. Zo werkte hij op een vuilniswagen, maakte hij graven schoon op een begraafplaats en verkocht hij kranten. ’s Avonds zong hij op straat om nog wat extra geld te verdienen.

Toen hij dertien jaar oud was, schoot hij tijdens oudejaarsnacht een pistool met losse flodders af. Omdat hij al eerder met de politie in aanraking was geweest, besloot een rechter hem naar het Colored Waifs Home for Boys te sturen, een tehuis voor probleemjongeren.

Daar gebeurde iets dat zijn leven voorgoed veranderde: Armstrong sloot zich aan bij het fanfarekorps van het tehuis en leerde kornet spelen, een instrument dat lijkt op een trompet.

De eerste stappen als muzikant
Na zijn vrijlating werkte Armstrong opnieuw in allerlei baantjes. Tegelijkertijd probeerde hij zoveel mogelijk muziek te maken en naar andere muzikanten te luisteren.

Een belangrijke rol speelde jazzmuzikant Joe “King” Oliver. Hij zag talent in Armstrong, gaf hem zijn eerste kornet en leerde hem goed hoe hij het instrument moest bespelen. Vanaf 1917 speelde Armstrong al mee met kleine bandjes in cafés en clubs in de wijk Storyville.

Liefde, muziek en rivierboten
Louis hield al jong van lekker eten en mooie vrouwen. Op 19 maart 1918, toen hij pas zestien jaar oud was, trouwde hij met Daisy Parker. In datzelfde jaar verhuisde zijn mentor Joe Oliver naar Chicago. Armstrong nam zijn plaats in bij de Kid Ory Band, een bekende jazzband uit New Orleans.

Oliver
Joe King Oliver in 1915.

Een jaar later, in 1919, verliet Armstrong zijn geboortestad voor het eerst. Hij ging spelen in de band van Fate Marable, die op rivierboten over de Mississippi optrad. Deze ervaring bleek belangrijk: de muzikanten moesten daar namelijk goed kunnen lezen van bladmuziek en professioneel spelen.

In 1921 keerde Armstrong terug naar New Orleans. Hij speelde daar onder meer met Zutty Singleton, met de Allen Brass Band tijdens optochten en in verschillende orkesten zoals Papa Celestin’s Tuxedo Orchestra en de Silver Leaf Band.

Doorbraak in Chicago
In 1922 ontving Armstrong een telegram van Joe Oliver, die hem vroeg naar Chicago te komen om in zijn Creole Jazz Band te spelen als tweede kornettist. Voor Armstrong was dit een enorme kans. Zijn energieke speelstijl maakte veel indruk en al snel werd hij een sensatie onder jazzmuzikanten in Chicago. De jazz uit New Orleans werd daar in korte tijd enorm populair.

In de band ontmoette hij ook Lillian Hardin, de pianiste van het orkest. Zij schreef veel van de arrangementen en speelde een belangrijke rol in Armstrongs carrière. Op 5 februari 1924 trouwden ze.

Fate Marable's Armstrong
Fate Marable's New Orleans Band op de S.S. Sidney, 1918 of 1919. Van links naar rechts: Warren 'Baby' Dodds, drums; William 'Baba' Ridgley, trombone; Joe Howard, Louis Armstrong, cornets; Fate Marable, piano; David Jones, French horn; Johnny Dodds, clarinet; Johnny St. Cyr, banjo; Pops Foster, string bass. Blanke man achter Johnny Dodds wellicht Mr. Streckfus.

Lillian vond dat Armstrong meer uit zijn talent moest halen. Op haar aandringen verliet hij de band van Oliver en vertrok hij naar New York om te spelen bij het Fletcher Henderson Orchestra. In dat orkest stapte hij over van kornet naar trompet, omdat dat beter paste bij de kopersectie.

Doorbraak met de Hot Five
In 1925 richtte Armstrong zijn eigen groep op: Louis Armstrong’s Hot Five (later uitgebreid tot de Hot Seven met twee leden erbij). Met deze groep maakte hij opnames die tegenwoordig als klassiekers uit de jazzgeschiedenis worden beschouwd. Opvallend is dat de Hot Five vrijwel nooit live optrad. De groep kwam dus vooral samen om platen op te nemen, tussen 1925 en 1928.

Deze opnames waren bijzonder omdat Armstrong niet alleen als muzikant, maar ook als solist centraal stond. Zijn improvisaties en energieke stijl gaven de jazz een heel nieuw karakter.

Zingen met ‘scat’
Naast trompet spelen begon Armstrong ook steeds vaker te zingen. Zijn warme, rauwe stem werd al snel herkenbaar voor het publiek.

Hij werd beroemd door het gebruik van scat singing: zingen met klanken zonder echte woorden, zoals “doo-bee-doo” of “ba-da-ba”. Een bekend voorbeeld is het nummer Heebie Jeebies uit 1926.

Grote ster in de jaren dertig
Tot 1929 trad Armstrong op met het  Carroll Dickerson Orchestra en met zijn eigen band Louis Armstrong and his Stompers. Hij werkte ook met andere orkesten in Chicago: het Savoy Orchestra en bij Clarence Jones’ Orchestra.

In 1929 was hij inmiddels een grote ster. Hij maakte tournees met de show Hot Chocolates en trad op met het Luis Russell Orchestra.

Een jaar later verhuisde Armstrong naar Los Angeles, waar hij leiding gaf aan het Sebastian New Cotton Club Orchestra.

In 1931 keerde hij terug naar Chicago en stelde opnieuw een eigen band samen. Dat jaar speelde hij voor het eerst sinds lange tijd weer in New Orleans. Hij werd er als een held ontvangen, al werd zijn bezoek overschaduwd door racisme. Zo weigerde een blanke radio-omroeper zijn naam te noemen en werd een gratis concert voor de Afro-Amerikaanse bevolking op het laatste moment afgelast.

In augustus van datzelfde jaar scheidde hij van Lillian Hardin.

Succes in Europa
In 1932 vertrok Armstrong voor een tournee naar Europa. De tour werd een groot succes en hij trad zelfs op voor de Britse koninklijke familie. Voor het optreden had men hem verteld dat hij zich niet rechtstreeks tot de koning mocht richten. Toch gebeurde dat bijna per ongeluk toen hij het nummer “I’ll Be Glad When You’re Dead, You Rascal You” aankondigde met de woorden:
“This one’s for you, Rex.”

Manager Joe Glaser
In 1935 kreeg Armstrong een nieuwe manager: Joe Glaser (17 december 1896 – 6 june 1969). Hij kende Glaser nog uit de tijd dat hij in het Sunset Café optrad. Volgens geruchten had Glaser banden met de maffia van Al Capone, maar voor Armstrong bleek hij een uitstekende manager. Glaser regelde vrijwel alles voor hem, zodat Armstrong zich volledig op zijn muziek kon richten.

Het Luis Russell Orchestra werd zijn vaste begeleidingsband en kreeg de naam Louis Armstrong and his Orchestra. Met dit orkest maakte Armstrong in de jaren daarna talloze tournees en werd hij een van de beroemdste entertainers van de Verenigde Staten.

Nog meer huwelijken
In 1938 trouwde Armstrong met zijn derde vrouw, Alpha Smith. Door zijn vele tournees stond het huwelijk echter onder druk en in 1942 gingen ze uit elkaar.

Later dat jaar trouwde hij met Lucille Wilson. Met haar bleef hij de rest van zijn leven samen. Vanaf 1943 woonden ze in Queens (New York).

De All Stars en wereldtournees
In de jaren veertig veranderde de smaak van het publiek. Grote swingorkesten raakten uit de mode en kleinere jazzgroepen werden populairder. Daarom werd in 1947 een nieuwe groep gevormd: de Louis Armstrong All Stars. Met deze band reisde Armstrong meer dan twintig jaar de wereld rond. Hij trad op in Europa, Afrika, Azië en Zuid-Amerika en kreeg daardoor een nieuwe bijnaam: “Ambassador Satch”.

Wereldhits
Armstrong scoorde verschillende grote hits, waaronder:

  • When the Saints Go Marching In
  • Dream a Little Dream of Me
  • Hello, Dolly!
  • What a Wonderful World

Met Hello, Dolly! stond hij in 1964 zelfs bovenaan de hitparade en verdrong hij The Beatles van de eerste plaats.

Armstrong
Louis Armstrong, tussen 1938 en 1948.

Gezondheid en levensstijl
Louis Armstrong stond bekend als een vrijgevige man. Volgens velen gaf hij bijna evenveel geld weg als hij zelf hield.

Hij maakte zich vaak zorgen over zijn gezondheid en lichaamsfuncties, maar leefde tegelijkertijd ongezond. Armstrong hield van goed eten en probeerde zijn gewicht onder controle te houden door veelvuldig laxerende middelen te gebruiken. Hij promootte deze methode zelfs in een dieetplan met de titel “Lose Weight the Satchmo Way”. In zijn jonge jaren gebruikte hij onder andere het middel Pluto Water en later was hij enthousiast over het kruidenmiddel Swiss Kriss. Waarschijnlijk droeg deze levensstijl bij aan zijn gezondheidsproblemen op latere leeftijd.

Armstrong en de burgerrechtenbeweging
Hoewel Armstrong zelf racisme had ervaren, sprak hij daar zelden publiekelijk over. Sommige mensen namen hem dat kwalijk, omdat zij vonden dat hij zijn invloed meer moest gebruiken. Toch steunde Armstrong achter de schermen financieel verschillende burgerrechtenactivisten, onder wie Martin Luther King.

In 1957 maakte hij een belangrijke uitzondering. Tijdens de crisis rond de rassenintegratie op een school in Little Rock bekritiseerde hij president Dwight D. Eisenhower openlijk. Armstrong noemde hem onder meer ‘een man met twee gezichten’ en ‘laf’. Zijn uitspraken haalden de kranten in heel Amerika.

Uit protest weigerde Armstrong in 1959 mee te gaan op een door de Amerikaanse regering georganiseerde tournee door de Sovjet-Unie.

Armstrong
Louis Armstrong komt aan op Schiphol, 1949.
Armstrong
Louis Armstrong bezoekt Amsterdam en Den Haag voor concerten, 1955.
Armstrong
Louis Armstrong tijdens een nachtconcert in het Concertgebouw in Amsterdam, 1959.

Laatste jaren en overlijden
Hoewel zijn gezondheid achteruitging, bleef Armstrong optreden zolang hij kon. Hij hield van muziek en van het contact met het publiek. Op 6 juli 1971 overleed hij in zijn slaap in zijn huis in Queens, New York. Hij werd 69 jaar oud.

Een blijvende erfenis
Armstrong richtte een fonds op om benadeelde kinderen muziekonderwijs te bieden.

Na zijn dood liet hij zijn huis en een groot archief van brieven, boeken, opnamen en memorabilia na aan Queens College in New York, dat het mocht openen na het overlijden van zijn vrouw Lucille in 1983. De Louis Armstrong-archieven werden in 1994 toegankelijk voor muziekhistorici. Zijn voormalige woning in Corona (Queens) werd op 15 oktober 2003 geopend als museum.

Louis Armstrong geldt als een van de belangrijkste jazzmuzikanten uit de geschiedenis. Hij gaf de jazz een nieuwe vorm door improvisatie en solospel centraal te stellen.

Zijn invloed is vandaag nog steeds hoorbaar. Zijn muziek wordt overal ter wereld gespeeld en geliefd en nummers als What a Wonderful World blijven generaties lang mensen raken.

Bekijk en beluister Louis Armstrong op YouTube


Louis Armstrong in Den Haar, 1959.


Louis Armstrong met zijn band Hot Five, Heebie Jeebies, 1926.


Louis Armstrong and His Orchestra.


Louis Armstrong, What a wonderful world, 1967.


Louis Armstrong met de Kid Ory Band in 1962, on de Mark Twain Riverboat in Disneyland.


Louis Armstrong All Stars, When the saints go marching in, 1963.

Liedteksten van een aantal nummers van Louis Armstrong

Uncle Satchmo’s lullaby
(gezongen samen met het Duitse meisje Gabriele)

Lu la lu la lu
Lu la lu la ly
Uncle Satchmo’s lullaby

Ich sag’ Guten Nacht
And I say good night
Schön leuchtet ein Stern
Yes, I see the light

Die Sonne geht schlafen, der Tag ist vorbei
When Uncle Satchmo sings his lullaby
Ich traume von dir
And I dream of you

Bleibt immer mein grosser Freund
Yes, I do
Die Sonne geht schlafen, der Tag ist vorbei
When Uncle Satchmo sings his lullaby

Lu la lu la lu
Lu la lu la ly
Uncle Satchmo’s lullaby

Lu la lu la lu
Lu la lu la ly
Uncle Satchmo’s lullaby

Hello Dolly

Hello Dolly… well, hello, Dolly
It’s so nice to have you back where you belong
You’re lookin’ swell, Dolly… I can tell, Dolly
You’re still glowin’… you’re still crowin’… you’re still goin’ strong
I feel that room swayin’… while the band’s playin’
One of your old favourite songs from way back when
So….. take her wrap, fellas… find her an empty lap, fellas
Dolly’ll never go away again

(instrumentaal)

Hello Dolly… well, hello, Dolly
It’s so nice to have you back where you belong
You’re lookin’ swell, Dolly… I can tell, Dolly
You’re still glowin’…you’re still crowin’… you’re still goin’ strong
I feel the room swayin’… while that ole band keeps on playin’
One of your old favourite songs from way back when
So…golly, gee, fellas….find her an empty knee, fellas
Dolly’ll never go away… I said she’ll never go away
Dolly’ll never go away again

What a Wonderful World

I see trees of green, red roses too
I see them bloom, for me and you
And I think to myself, what a wonderful world

I see skies of blue, and clouds of white
The bright blessed day, dark sacred night
And I think to myself, what a wonderful world

The colors of the rainbow, so pretty in the sky
Are also on the faces, of people going by
I see friends shaking hands, sayin’ “how do you do?”
They’re really sayin’ “I love you”

I hear babies cryin’, I watch them grow
They’ll learn much more, than I’ll ever know
And I think to myself, what a wonderful world

Yes I think to myself, what a wonderful world
Oh yeah

Geraadpleegde bronnen o.a.:
IMDb
NPG
PBS
Red Hot Jazz
Rock Hall
Time
Wikipedia

771
Josephine Baker
187
Madonna (16 augustus...