Al Jolson (26 mei 1886 – 23 oktober 1950)




De man die Broadway én de geluidsfilm veroverde

Al Jolson werd geboren als Asa Yoelson in Srednike in Rusland, een plaats die tegenwoordig Seredžius heet en in Litouwen ligt. Zelf hield hij altijd vol dat hij op 26 mei 1886 geboren was, maar officiële documenten die dat bevestigen bestaan niet. Sommige bronnen noemen zelfs eerdere jaren. Zijn ouders, Moshe en Naomi Yoelson, waren Joodse immigranten. Het gezin leefde volgens strenge Joodse tradities. Vader Moshe was voorzanger in de synagoge en hoopte dat zijn zoons later hetzelfde beroep zouden kiezen.

Het gezin leefde in een tijd waarin Joden in het Russische rijk zwaar werden onderdrukt. Kort nadat Moshe in 1890 rabbijn werd, vertrok hij alleen naar Amerika in de hoop daar een veiliger bestaan op te bouwen. Zijn vrouw Naomi bleef achter met de kinderen totdat het gezin zich bij hem kon voegen. Toen Moshe in 1894 hoofd werd van een Joodse gemeente in Washington, konden ook Naomi en de kinderen naar Amerika emigreren. Het gezinsgeluk duurde echter maar kort: Naomi overleed niet lang daarna. Asa was toen pas acht jaar oud.

Een moeilijke jeugd
De dood van zijn moeder maakte diepe indruk op hem. Veel biografen menen dat hij daardoor emotioneel altijd een kwetsbare jongen is gebleven. Hij kon charmant en vrijgevig zijn, maar tegelijk onzeker, driftig en moeilijk in de omgang. Dat tegenstrijdige karakter zou hem zijn hele leven blijven achtervolgen.

Asa en zijn broer Hirsch pasten zich snel aan het Amerikaanse leven aan. Ze zongen ragtime-liedjes op straat en in cafés in Washington. Hun vader probeerde hen nog in het gareel te houden en trouwde opnieuw, met Cheysa Yoels, een voormalige buurvrouw uit hun geboortestreek. Zij zorgde goed voor de kinderen, maar kon niet voorkomen dat de jongens steeds meer werden aangetrokken door het artiestenleven.

Hirsch veranderde zijn naam in Harry en Asa werd Al genoemd. De broers liepen verschillende keren van huis weg. Al bracht zelfs enige tijd door in een weeshuis in Baltimore.

Eerste stappen in de showbusiness
De broers droomden ervan beroemd te worden. Al trad vanaf 1899 op in een reizend circus en verscheen later in variétéshows. Samen met Harry vormde hij een komisch duo en veranderden ze hun achternaam eerst in Joelson en later in Jolson.

In 1904 begon Al op te treden met zwart geschminkt gezicht, iets wat destijds gebruikelijk was binnen de zogenaamde minstrelshows. Tegenwoordig wordt blackface gezien als racistisch en kwetsend, maar in die tijd werd het door een groot deel van het publiek anders ervaren. Jolson gebruikte het vooral als theatervorm en stond er juist om bekend zwarte artiesten te steunen en zich uit te spreken tegen discriminatie in theaters, hotels en restaurants.

Het zwart schminken gaf hem op het podium een vrijheid en spontaniteit die hij eerder niet had gevoeld. Het publiek reageerde enthousiast en zijn optredens leverden hem steeds meer werk op.

Doorbraak als soloartiest
Vanaf 1906 begon Jolson als soloartiest door te breken. Zijn uiterlijk werd een handelsmerk: zwart geschminkt gezicht, wit omlijnde mond, witte handschoenen en overdreven gebaren. Daarmee trok hij onmiddellijk de aandacht van het publiek.

Een engagement in San Francisco maakte hem ook buiten New York bekend. Dat was in die tijd geen eenvoudige prestatie. In theaters werd nog volop gerookt en bezoekers zaten vaak rustig een krant te lezen totdat iets op het toneel hun aandacht trok. Omdat er nog geen geluidsversterking bestond, moesten artiesten alles uit de kast halen om publiek te boeien. Jolson wist precies hoe dat moest. Hij danste, maakte grappen, improviseerde voortdurend en wist mensen emotioneel te raken.

Huwelijk met Henrietta
Tijdens zijn optredens ontmoette hij de jonge danseres Henrietta Keller. Jolson werd smoorverliefd op haar en bleef haar lange tijd het hof maken. Uiteindelijk trouwden ze op 20 september 1907.

Het huwelijk bleek echter moeilijk. Henrietta ontdekte al snel dat Jolson volledig opging in zijn carrière en voortdurend aandacht zocht. Zijn gedrag maakte samenleven met hem niet eenvoudig.

Ster van Broadway
In 1911 brak Jolson definitief door op Broadway met de musical La Belle Paree in het Winter Garden Theatre in New York. Aanvankelijk had hij matig succes, maar nadat de volgorde van de voorstelling werd aangepast zodat zijn solo’s beter tot hun recht kwamen, stal hij plotseling de show.

Jolson veranderde voortdurend zijn grappen en liedjes. Daardoor bleef het publiek terugkomen om te zien wat hij deze keer weer bedacht had. De voorstelling groeide langzaam uit tot zijn persoonlijke show en Al Jolson werd een van de grootste sterren van Broadway.

Al Jolson bombo
Al Jolson als Bombo getekend door Manuel Rosenberg, 1921.

Succesvolle musicals en grote hits
In de jaren daarna volgden succesvolle producties als The Whirl of Society, The Honeymoon Express, Sinbad, Robinson Crusoe en Bombo.

Tijdens deze shows introduceerde hij liedjes die later klassiekers werden, waaronder:

  • Swanee
  • My Mammy
  • Avalon
  • California, Here I Come
  • Rock-a-Bye Your Baby with a Dixie Melody
  • Toot, Toot, Tootsie
  • April Showers

Veel componisten hoopten dat Jolson hun liedjes zou zingen, want hij had de bijzondere gave om van bijna ieder nummer een succes te maken.

Jolson Moran mammy
Al Jolson en Lois Moran in de film My mammy, 1930.

Een unieke podiumartiest
Jolson stond bekend om zijn enorme energie op het podium. Hij liep zingend tussen het publiek door, improviseerde eindeloos en wist mensen emotioneel te raken. Zijn beroemde pose op één knie met gespreide armen werd wereldberoemd.

Tegelijkertijd leed hij aan extreme zenuwen en plankenkoorts. Voor premières stonden vaak emmers naast het podium omdat hij letterlijk misselijk werd van de spanning.

Ego en onzekerheid
Zijn enorme succes ging gepaard met een groot ego. Jolson kon slecht tegen concurrentie en wilde altijd het middelpunt van de aandacht zijn. Als collega’s meer applaus kregen dan hijzelf, kon hij daar slecht mee omgaan.

Tegelijkertijd was hij ook gul en liefdadig. Hij gaf grote bedragen aan goede doelen en trad vaak belangeloos op tijdens benefietavonden.

Al Jolson
Al Jolson in de film A plantation act, 1926.

Relaties en huwelijken
Zijn privéleven verliep turbulent. Zijn eerste huwelijk met Henrietta strandde in 1920. Daarna trouwde hij met Ethel Delmar en later met danseres Ruby Keeler.

Ook deze relaties verliepen moeizaam. Jolson was vaak dominant, jaloers en onvoorspelbaar. Ruby Keeler groeide in de jaren dertig zelf uit tot een bekende filmster, iets waar Jolson moeite mee had. Het huwelijk eindigde uiteindelijk in een scheiding.

Pas zijn vierde huwelijk, met Erle Galbraith in 1945, bracht hem meer rust. Volgens mensen uit zijn omgeving was dit de gelukkigste relatie uit zijn leven.

Delmar
Ethel Delmar, ongeveer 1917.
Ruby Keeler Al Jolson
Ruby Keeler en Al Jolson, 1934.
Al Jolson en Erle Jolson
Al Jolson en zijn vrouw Erle (Galbraith) in ongeveer 1949.
Al Jolson Erle Asa
Al Jolson met Erle en hun geaddopteerde zoon Asa, 1948.
Jolson singer jazz
Aankondiging van The jazz singer, 1928.

De eerste grote ster van de geluidsfilm
In 1927 veranderde Jolson voorgoed de filmgeschiedenis met The Jazz Singer. De film geldt als de eerste succesvolle speelfilm met gesproken dialogen en zang.

Aanvankelijk zou alleen de muziek geluid krijgen, maar Jolson begon tijdens opnames spontaan te praten en te improviseren. Dat maakte enorme indruk. Zijn beroemde uitspraak “You ain’t heard nothing yet!” werd legendarisch.

Toen de film in première ging, betekende dit feitelijk het einde van het tijdperk van de stomme film. Het publiek wilde voortaan geluidsfilms zien en Jolson werd de eerste grote ster van dit nieuwe genre.

Jolson singer jazz
Uit de film The Jazz Singer, 1927.

Hollywoodsucces
Ook films als The Singing Fool werden enorme successen. Het sentimentele lied Sonny Boy groeide uit tot een gigantische hit en werd de eerste plaat waarvan meer dan een miljoen exemplaren werden verkocht.

Later nam zijn populariteit af, maar in 1946 beleefde hij een spectaculaire comeback dankzij de film The Jolson Story. Hoewel acteur Larry Parks hem speelde, verzorgde Jolson zelf de zang. De film werd een enorm succes en maakte hem opnieuw populair bij een jong publiek.

Een vervolgfilm, Jolson Sings Again, verscheen in 1949.

Jolson Fool
Poster van The singing fool, 1928.

Optredens voor militairen
Tijdens zowel de Eerste als de Tweede Wereldoorlog trad Jolson op voor soldaten in militaire kampen, ziekenhuizen en zelfs dicht bij het front. Hij nam uitgebreid de tijd voor de militairen en beloofde vaak hun familie thuis op te bellen. Dat deed hij ook daadwerkelijk, op eigen kosten.

Zelfs tijdens de Koreaanse Oorlog bleef hij optreden voor Amerikaanse troepen, ondanks zijn slechte gezondheid.

Jolson piano
Al Jolson zingt bij zijn radioprogramma,1942.
Al Jolson en Erle Jolson
Al Jolson en zijn vrouw Erle (Galbraith) in ongeveer 1949.
Jolson Korea
Al Jolson treedt op in Korea voor militairen, 1950.

Laatste jaren en overlijden
In 1950 reisde Jolson opnieuw naar Korea om op te treden voor Amerikaanse soldaten. Hij gaf in korte tijd tientallen concerten terwijl hij ernstig verkouden was.

Na terugkomst in Californië zag hij er uitgeput uit. Op 23 oktober 1950 kreeg hij in een hotel in San Francisco een hartaanval. Volgens aanwezigen zei hij vlak voor zijn dood nog: “Oh, ik sterf.” Al Jolson werd 64 jaar oud.

Zijn overlijden maakte grote indruk. Op Broadway werden de lichten gedoofd ter ere van de man die jarenlang bekendstond als “The World’s Greatest Entertainer”.

Een indrukwekkend grafmonument
Jolson werd begraven op Hillside Memorial Park in Hollywood. Een jaar later liet zijn weduwe Erle Galbraith een indrukwekkend monument bouwen met marmeren zuilen, een mozaïek van Mozes, een waterval en een bronzen beeld van Jolson op één knie.

In zijn testament liet hij miljoenen dollars na aan Joodse instellingen en goede doelen.

Nalatenschap
Al Jolson speelde een belangrijke rol in de overgang van het variététheater naar Broadway en van de stomme film naar de geluidsfilm. Zijn invloed op de entertainmentwereld was enorm.

Hij kreeg drie sterren op de Hollywood Walk of Fame: voor film, radio en muziek.

Bekijk en beluister Al Jolson op YouTube


Eerste hit van Al Jolson: That haunting melody, 1911.


California here I come, 1924.


Alaxander’s Ragtime band, 1947.


Back to the Carolina you love, 1914.


Let me sing and I’m happy, 1930.


Are you lonesome tonight, 1950.

Geraadpleegde bronnen o.a.:
IMDb
Jazz Biographies
Musicals
Notable Biographies
Wikipedia


Een stuk uit de film Jolson sings again, waarin Al Jolson ‘Back in your own backyard’ zingt.

61
Ahmed Salman Rushdie (19...
104
Boy George (14 juni 1961)