Igor Fjodorovitsj Stravinsky



Igor Fjodorovitsj Stravinsky (17 juni 1882 – 6 april 1971) was een Russische componiste en dirigent. Hij geldt als één van de grootste vernieuwers in de klassieke muziek. Zijn composities verrasten, schokten en inspireerden het publiek in de 20e eeuw en doen dat vandaag de dag nog steeds.

Van de kleurrijke klanken van De Vuurvogel tot het revolutionaire Le Sacre du Printemps: Stravinsky bleef zichzelf voortdurend opnieuw uitvinden. Zijn leven bracht hem van Rusland naar Europa en uiteindelijk naar Amerika, waar hij uitgroeide tot een internationaal gevierd componist.

In dit artikel nemen we u mee door het leven en werk van deze bijzondere musicus. U leest over zijn jeugd, zijn samenwerkingen met kunstenaars en zijn invloed op de muziekgeschiedenis.

Herkomst en jeugd
Igor Stravinsky werd geboren op 17 juni 1882 in de Russische plaats Oraniënbaum, aan de Finse Golf. Deze plaats kreeg in 1948 de naam Lomonosov. Hij was de tweede zoon van Fjodor Ignatjevitsj Stravinsky. Zijn vader had deels Poolse wortels en behoorde tot het geslacht Soulima-Stravinsky, terwijl zijn moeder afkomstig was uit de landadel van Wit-Rusland. Zijn familieachtergrond was daarmee duidelijk Slavisch van karakter. Igor had twee broers, de eerste was architect in St. Petersburg en de tweede was, net als hun vader, zanger aan het keizerlijk theater.

Stravinsky groeide op in een cultureel en muzikaal rijke omgeving in Sint-Petersburg. Zijn vader was een bekende bas-bariton aan de Keizerlijke Opera en ook zijn moeder had muzikale aanleg; zij speelde piano. In het ouderlijk huis bevond zich een grote bibliotheek, waar de jonge Igor veel las. Later zou hij zelfs teksten uit deze verzameling gebruiken voor werken als Renard en Les Noces.

Hoewel muziek al vroeg een rol speelde in zijn leven, was een carrière als componist niet vanzelfsprekend. Als kind kreeg hij pianoles en ontwikkelde hij al snel het vermogen om te improviseren. De piano bleef voor hem een belangrijk hulpmiddel bij het componeren; hij werkte zelden zonder instrument.

Nosenkos Stravinsky componist
De families Nosenkos en Stravinsky, laat in de 1890-er jaren. Van links naar rechts: (zittend) Yekaterina Nosenko, Olga Nosenko; (staand) Igor Stravinsky, Yuri Stravinsky, Lyudmila Nosenko, Vera Nosenko, Gury Stravinsky.

Studietijd en begin carrière
Zijn vader zag het leven van een musicus echter als onzeker en stuurde hem daarom naar de universiteit om rechten te studeren. Stravinsky behaalde zijn diploma, maar zijn belangstelling lag uiteindelijk toch volledig bij de muziek.

Tijdens zijn studietijd verdiepte hij zich intensief in het werk van componisten als Nikolai Rimsky-Korsakov, Pyotr Ilyich Tchaikovsky en Mikhail Glinka. In 1902 ontmoette hij Rimsky-Korsakov, die hem aanmoedigde om zich serieus op het componeren te richten. Stravinsky kreeg vervolgens les in onder andere vormleer en instrumentatie.

Uit deze leerperiode stammen zijn eerste belangrijke composities, zoals de Symfonie in Es (1905–1907), Faune et Bergère (1905–1906), de Pastorale (1908) en het Scherzo fantastique (1907–1908). Ook begon hij in deze tijd aan Le Rossignol, een werk waar hij later nog aan zou doorwerken.

Een bijzonder moment was het stuk Feu d’artifice, dat hij schreef ter gelegenheid van het huwelijk van de dochter van Rimsky-Korsakov. Het werk bereikte zijn leermeester echter te laat: Rimsky-Korsakov was kort daarvoor overleden. Zijn dood maakte diepe indruk op Stravinsky. Als eerbetoon componeerde hij het Chant funèbre. De partituur van dit werk ging tijdens de Russische Revolutie verloren, maar werd pas in 2015 teruggevonden.

componist Korsakov
Componist Nikolay Rimsky Korsakov, 1897.
Stravinsky componist
Stravinsky achter de piano, zijn nicht (en later vrouw) Yekaterina Nosenko en zijn broer Yury, rond 1900.
Stravinsky componist
Igor Stravinsky, 1910.
Stravinsky Korsakov componist
Stravinsky en Nikolai Rimsky-Korsakov, 1908. Van links naar rechts: Igor Stravinsky, Rimsky-Korsakov, zijn dochter Nadezhda Rimskaya-Korsakova, haar verloofde Maximilian Steinberg en Yekaterina Gavrilovna Stravinskaya née Nosenko, eerste vrouw van Stravinsky.

Huwelijk en gezin
Op 23 januari 1906 trouwde Igor Stravinsky met zijn nicht (Yekaterina) Katerina Nossenko. Zij speelde al vanaf zijn jeugd een belangrijke rol in zijn leven; Stravinsky omschreef haar later als “een lang gewenste zus”, met wie hij een bijzonder hechte band had.

Uit hun huwelijk werden vier kinderen geboren: Théodore (1907), Ludmilla (1908), Soulima (1910) en Maria Milena (1914). Soulima zou later zelf ook naam maken als pianist en componist.

Doorbraak dankzij Diaghilev en de Ballets Russes
In 1909 ontmoette Stravinsky de invloedrijke choreograaf Sergei Diaghilev (31 maart 1872 – 19 augustus 1939), de drijvende kracht achter de Ballets Russes. Deze ontmoeting bleek van doorslaggevend belang voor Stravinsky’s carrière.

Diaghilev herkende het talent van de jonge componist en gaf hem al snel opdrachten. Zo orkestreerde Stravinsky delen van muziek van onder anderen Frédéric Chopin en Edvard Grieg voor balletproducties. Deze samenwerkingen vormden de opmaat naar zijn grote internationale doorbraak.

De Vuurvogel: internationale erkenning
Voor het seizoen van 1910 zocht Diaghilev nieuwe muziek voor een ballet gebaseerd op een Russisch sprookje. Aanvankelijk werd componist Anatoly Lyadov benaderd, maar omdat hij het werk niet op tijd kon voltooien, ging de opdracht uiteindelijk naar Stravinsky.

Het resultaat was het ballet “De Vuurvogel” (L’Oiseau de feu), dat in 1910 in première ging in Parijs. Het werk betekende Stravinsky’s definitieve doorbraak bij het internationale publiek. Zijn samenwerking met Diaghilev leidde tot meerdere succesvolle balletten en bepaalde jarenlang de richting van zijn composities.

In deze periode lag de nadruk sterk op balletmuziek, al trad Stravinsky ook regelmatig op als dirigent, vaak van zijn eigen werken.

Stravinsky vuurvogel
Ballerina Tamara Karsavina uit Stravinsky's De vuurvogel, 1910.

Parijse jaren en kennismaking met de culturele elite
Tijdens zijn verblijf in Parijs in 1910 kwam Igor Stravinsky in aanraking met het culturele hart van Europa. Hij ontmoette er tal van vooraanstaande kunstenaars, onder wie componisten als Claude Debussy, Maurice Ravel, Erik Satie en Giacomo Puccini. Ook schrijvers als Marcel Proust en toneelgrootheid Sarah Bernhardt maakten deel uit van deze inspirerende kring.

Stravinsky haalde zijn gezin naar West-Europa en verbleef met hen enige tijd in La Baule. Daar componeerde hij onder meer de liedcyclus Deux poèmes de Paul Verlaine (1910). Omdat zijn vrouw Katerina in verwachting was, besloot het gezin voorlopig niet naar Rusland terug te keren en de geboorte van hun zoon in Zwitserland af te wachten.

Stravindsky componist kostuums ballet
Kostuums uit ballet Petrushka, een uitvoering die Stravinsky met Alexandre Benois schreef.

Diaghilev belangrijk voor het leven van Stavinsky
Na verloop van tijd ontstonden er spanningen in de samenwerking tussen Stravinsky en Diaghilev. Dit kwam mede doordat Stravinsky ook met andere choreografen werkte. Hun vriendschap bleef bestaan, maar werd minder intens en ontwikkelde zich steeds meer tot een relatie op afstand, waarbij correspondentie een belangrijke rol speelde. Hun laatste directe contact vond plaats rond een uitvoering van “Renard” in het Théâtre Sarah-Bernhardt in Parijs. Daarna zagen zij elkaar nog maar zelden.

In 1929 werd Stravinsky onverwacht geconfronteerd met het overlijden van Diaghilev, die in Venetië was gestorven. Het nieuws raakte hem diep. Hij besefte hoe groot de rol van Diaghilev was geweest in zijn leven en carrière. Diaghilev had zich jarenlang met grote toewijding ingezet voor Stravinsky’s muziek en had hem geholpen uit te groeien tot een van de belangrijkste componisten van de 20e eeuw.

Diaghilev
Sergei Diaghilev in 1910.

Ontmoetingen in Berlijn en een complexe relatie met Schönberg
Tijdens een bezoek aan Berlijn maakte Stravinsky kennis met de muziek van Arnold Schönberg, onder meer via een uitvoering van Pierrot Lunaire. Aanvankelijk stond hij sceptisch tegenover dit vernieuwende werk, maar later erkende hij het belang ervan.

In Berlijn ontmoette hij ook Schönbergs leerlingen Alban Berg en Anton Webern. Toch zou hij later met enige ironie terugkijken op deze ontmoeting, die hij omschreef als zijn “eerste en laatste avondmaal” met deze drie vertegenwoordigers van de moderne muziek.

Hoewel Stravinsky en Schönberg beiden tot de grootste componisten van de 20e eeuw behoren, is er nooit sprake geweest van een hechte vriendschap. Hun onderlinge verhouding bleef afstandelijk en werd gekenmerkt door wederzijds wantrouwen en artistieke verschillen, zelfs toen zij later beiden in Los Angeles woonden.

Oorlogsjaren in Zwitserland en nieuwe muzikale wegen
Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog verliet Stravinsky Rusland definitief en vestigde hij zich in Zwitserland. Door de Russische Revolutie verloor hij een groot deel van zijn inkomsten, wat hem dwong om met beperkte middelen te werken.

In deze periode ontstonden belangrijke werken zoals Les Noces (waaraan hij jarenlang werkte en dat pas in 1923 in première ging) en Histoire du soldat (1917). Dit laatste werk schreef hij samen met de Zwitserse schrijver Charles-Ferdinand Ramuz, gebaseerd op een Russische volksvertelling.

Vanwege financiële beperkingen koos Stravinsky voor een kleine bezetting, vergelijkbaar met die van een kamerensemble of vroege jazzband. In Histoire du soldat staat de viool centraal als symbool voor de soldaat die zijn ziel verkoopt aan de duivel, een thema dat universele betekenis kreeg.

Stravinsky componist
Igor Stravinsky in1921.

Samenwerking met Diaghilev en de weg naar Pulcinella
Tijdens een latere ontmoeting met Sergei Diaghilev in Parijs werd Stravinsky gevraagd om een nieuw ballet te componeren, gebaseerd op muziek die destijds werd toegeschreven aan Giovanni Battista Pergolesi. Voor de vormgeving werden de ontwerpen verzorgd door Pablo Picasso.

Het resultaat was het ballet Pulcinella (1920), een werk waarin Stravinsky zich liet inspireren door oudere muziek, maar daar een geheel eigen, moderne draai aan gaf. Later bleek dat niet alle gebruikte thema’s daadwerkelijk van Pergolesi waren, maar deels afkomstig van andere componisten, onder wie Unico Wilhelm van Wassenaer.

Opmerkelijk genoeg reageerde Diaghilev aanvankelijk kritisch op het eindresultaat, zowel op muzikaal als visueel vlak. Toch werd de première in Parijs een groot succes, evenals latere uitvoeringen, onder meer in Royal Opera House in Londen.

Kleinere werken en muziek voor zijn kinderen
Naast zijn grotere composities schreef Stravinsky ook intiemere werken, zoals de Berceuse (1917), een wiegelied voor zang en piano, opgedragen aan zijn dochter Ludmilla. De tekst was gebaseerd op een Russische bron, in een bewerking van Ramuz.

Dit werk maakte deel uit van een reeks kleine composities, die Stravinsky voor zijn kinderen schreef, waaronder Trois histoires pour enfants. Sommige van deze stukken vertonen onderlinge muzikale overeenkomsten, wat mogelijk verklaart waarom niet alle werken in dezelfde bundel zijn opgenomen.

Nieuwe richting: opera-oratorium en religieuze inspiratie
In het najaar van 1925 besloot Igor Stravinsky zich te wagen aan een nieuw genre: een opera-oratorium gebaseerd op het verhaal van Oedipus uit de Griekse tragedie van Sophocles. Voor het libretto werkte hij samen met Jean Cocteau, terwijl de Latijnse tekst werd verzorgd door Jean Daniélou.

Tijdens deze periode bleef Stravinsky actief als uitvoerend musicus en maakte hij tournees door onder meer Rotterdam, Amsterdam en Haarlem. Een tussenstop in Padua, waar hij een religieuze processie meemaakte, inspireerde hem tot zijn eerste religieuze compositie: het Pater Noster (1926).

Kort daarna voltooide hij Oedipus Rex (1927). De ontvangst van dit werk was gemengd; zowel publiek als critici reageerden terughoudend. Vergelijkingen met zijn eerdere balletten bleven hem achtervolgen, tot zijn eigen frustratie.

Stravinsky Furtwagler componist
Igor Stravinsky met de Duitse componist Wilhelm Furtwängler, vermoedelijk rond 1930.

Vestiging in Frankrijk en invloedrijke contacten
Hoewel Stravinsky al eerder langere tijd in Frankrijk verbleef, vestigde hij zich pas in 1934 definitief in Parijs, nadat hij het Franse staatsburgerschap had verkregen. In de jaren daarvoor woonde hij met zijn gezin op verschillende plaatsen, waaronder Anglet, Nice en Voreppe.

Opvallend is dat de familie in 1920 enige tijd verbleef in het huis van modeontwerpster Coco Chanel nabij Parijs. Chanel was een belangrijke beschermvrouw van kunstenaars en ondersteunde Stravinsky ook financieel.

In deze jaren werkte Stravinsky, naast zijn composities, aan zijn autobiografie Chroniques de ma vie, die in 1935 verscheen.

Stravinsky in Nederland
Stravinsky is verschillende keren in Nederland geweest. In 1929 bracht hij een bezoek aan Nederland, zie het polygroonjournaal hieronder voor de beelden daarvan. En ook in 1939 was hij in ons land, voor het ballet ‘Jeu de Cartes’. In het Concertgebouw te Amsterdam repeteerde hij met het Concertgebouworkest de muziek bij het ballet (zie foto hieronder). Later, in 1952, was hij ook te gast in Nederland tijdens het Holland Festival.

Stravinsky componist
Stravinsky in Amsterdam, 1939. Op de voorgrond Willem Mengelberg.

Persoonlijke tragedies en vertrek naar Amerika
Het einde van de jaren dertig werd overschaduwd door zware persoonlijke verliezen. In 1938 overleed zijn dochter Ludmilla, gevolgd door zijn vrouw Katerina en zijn moeder in 1939. Zelf kampte Stravinsky in die periode met tuberculose en verbleef hij enige tijd in een sanatorium in Sancellemoz.

In 1939 vertrok hij naar de Verenigde Staten, waar hij zich uiteindelijk vestigde in Hollywood. In 1945 nam hij de Amerikaanse nationaliteit aan. In Amerika vond zijn muziek een nieuw en enthousiast publiek. Zo componeerde hij onder meer de Symphony of Psalms (Psalmensymfonie), geschreven in opdracht van het Boston Symphony Orchestra.

Lezingen, nieuwe liefde en een nieuw huwelijk
Kort na zijn aankomst in Amerika gaf Stravinsky lezingen aan de Harvard University. Deze voordrachten, over muziek en compositie, werden later gebundeld onder de titel Poétique musicale.

In 1940 herenigde hij zich met Vera de Bosset, met wie hij al sinds 1921 een relatie had. Zij was eerder getrouwd met de schilder Serge Sudeikin. Na het overlijden van zijn eerste vrouw trouwde Stravinsky op 9 maart 1940 met Vera. Zij bleef zijn levenspartner tot zijn dood.

Vera Stravinsky
Vera, vrouw van Igor. Schilderij van Serge Sudeikine (die ook met haar getrouwd geweest is), 1920.

Nieuwe samenwerkingen en artistieke vrijheid
In 1945 ontmoette Stravinsky de uitgever Ralph Hawkes van Boosey & Hawkes. Deze samenwerking gaf hem niet alleen financiële zekerheid, maar ook de mogelijkheid om eerdere werken te herzien en opnieuw uit te geven.

Dankzij deze stabiele basis kon hij zich richten op een ambitieus nieuw project: een avondvullende opera. Het idee ontstond al in 1947 tijdens een bezoek aan het Art Institute of Chicago, waar hij werd geïnspireerd door de prentenreeks The Rake’s Progress van William Hogarth.

The Rake’s Progress: een succesvolle opera
Voor het libretto werkte Stravinsky samen met de dichter W. H. Auden, die op zijn beurt hulp kreeg van Chester Kallman. Op advies van schrijver Aldous Huxley kwam deze samenwerking tot stand.

De partituur van The Rake’s Progress werd in 1951 voltooid. De première vond plaats in het Teatro La Fenice in Venetië, onder leiding van Stravinsky zelf en werd een groot succes.

Samenwerking met Robert Craft en invloed van seriële muziek
In 1947 ontmoette Igor Stravinsky de dirigent en musicoloog Robert Craft. Deze ontmoeting groeide uit tot een hechte samenwerking die grote invloed had op Stravinsky’s latere werk.

Craft werd niet alleen zijn assistent en vertrouweling, maar introduceerde hem ook intensiever in de muziek van Anton Webern en in de principes van de twaalftoons- en seriële muziek. Onder Crafts leiding vonden premières plaats van verschillende late werken van Stravinsky, waaronder Agon, The Flood en Requiem Canticles.

Nieuwe plannen en een eerbetoon aan Dylan Thomas
Het succes van The Rake’s Progress leidde tot nieuwe opdrachten. Zo gaf Boston University Stravinsky in 1953 de opdracht voor een nieuwe opera.

De bedoeling was dat de dichter Dylan Thomas het libretto zou schrijven. Door zijn plotselinge overlijden kwam dit project echter niet tot stand. Als eerbetoon componeerde Stravinsky in 1954 de aangrijpende elegie In Memoriam Dylan Thomas.

Jubilea en bezoek aan Rusland
In 1957 werd Stravinsky’s 75e verjaardag wereldwijd gevierd met speciale concerten. Vijf jaar later, in 1962, werd zijn 80e verjaardag nog grootschaliger herdacht, met premières van nieuwe werken. In datzelfde jaar bracht hij, op uitnodiging van de overheid, een bezoek aan de Sovjet-Unie. Het was zijn eerste terugkeer naar zijn geboorteland sinds zijn vertrek in 1914, een gebeurtenis met grote persoonlijke betekenis.

Laatste jaren: gezondheid, verhuizing en afscheid
Vanaf het einde van de jaren zestig kreeg Stravinsky te maken met ernstige gezondheidsproblemen, waardoor hij minder actief werd. Toch bleef hij muzikaal betrokken; zo maakte hij in 1968 nog bewerkingen van liederen van Hugo Wolf.

In 1969 verhuisde hij met zijn vrouw Vera de Bosset van Los Angeles naar New York. Ondanks zijn leeftijd bleef hij geestelijk actief en geïnteresseerd in muziek en cultuur.

Op 6 april 1971 overleed Igor Stravinsky in New York, op 88-jarige leeftijd. Volgens zijn wens werd hij begraven in Venetië, op het eiland San Michele, naast zijn oude vriend Sergei Diaghilev.

Onderzoek en nalatenschap
De Britse musicoloog Eric Walter White leverde een belangrijke bijdrage aan het onderzoek naar Stravinsky’s leven en werk. Zijn boek Stravinsky: The Composer and His Works (1966) geldt nog altijd als een standaardwerk. Het biedt niet alleen een biografisch overzicht, maar ook een uitgebreide analyse van Stravinsky’s oeuvre en ontwikkeling als componist.

Muzikale stijl en blijvende betekenis in de muziekgeschiedenis
Stravinsky leidde geen romantisch kunstenaarsbestaan, maar werkte juist zeer gedisciplineerd en doelgericht. Zijn muziek kenmerkt zich door een voortdurende ontwikkeling en een opvallende veelzijdigheid.

Gedurende zijn leven bewoog hij zich tussen verschillende stijlen: van de ritmische kracht van zijn vroege balletten tot een meer neoklassieke benadering en later de invloed van de seriële muziek. Werken als Canticum Sacrum, Threni en Agon tonen zijn latere interesse in de twaalftoonstechniek, mede geïnspireerd door Webern. Deze voortdurende vernieuwing maakt Stravinsky tot een van de belangrijkste componisten binnen de klassieke muziek en de bredere muziekgeschiedenis van de 20e eeuw.

Met zijn vernieuwende stijl, zijn voortdurende drang tot vernieuwing en zijn indrukwekkende oeuvre heeft Igor Stravinsky een blijvende stempel gedrukt op de muziekgeschiedenis. Van de revolutionaire klanken van Le Sacre du Printemps tot zijn latere, meer verstilde werken: Stravinsky bleef zichzelf telkens opnieuw uitvinden. Daarmee groeide hij uit tot één van de meest invloedrijke componisten van de 20e eeuw, een muzikale pionier wiens werk nog altijd wereldwijd wordt uitgevoerd en bewonderd.

Balletten

Een Russische dansrevolutie in Europa !
Première: 25-06-1910, Parijs
Choreografie, Mikhail Fokine, muziek, Igor Stravinsky.
Tamara Karsavina was de vuurvogel en Mikhail Fokine was Tsarevich. De kostuums waren door Golovine en Bakst ontworpen.

Het libretto van de Vuurvogel is gebaseerd op een oude Russische legende (Zhar-ptitsa). De Vuurvogel combineert klassiek ballet met indrukwekkende visuele effecten. De lichte, bijna gewichtloze bewegingen van de dans passen helemaal bij de mythische vuurvogel die van boom tot boom zweeft.

Het verhaal van De Vuurvogel
Aan de poorten van het betoverde kasteel van de tovenaar Kastcheï verschijnt in de nacht een jonge edelman: Ivan. Plotseling ziet hij de wonderlijke vuurvogel. Hij zet de achtervolging in, weet het dier te vangen, maar laat het, geraakt door zijn smeekbeden, weer vrij. Als dank geeft de vuurvogel hem één van zijn veren.

Bij het aanbreken van de dag ontdekt Ivan dat hij zich bij een oud kasteel bevindt. Binnen ontmoet hij een groep prachtige prinsessen. Zij vertellen hem dat de bewoner van het slot, Kastcheï, een wrede heerser is die indringers zonder genade laat doden. De prinsessen dansen voor Ivan, terwijl hij een betoverd klokkenspel in beweging zet. De sfeer slaat echter om wanneer de dienaren van Kastcheï verschijnen en een wilde, duivelse dans inzetten.

Dan verschijnt Kastcheï zelf. Zodra hij Ivan ziet, wil hij hem veranderen in steen. Dankzij de veer van de vuurvogel blijft Ivan beschermd en roept hij haar te hulp. De betoverende vogel laat de dansers van uitputting neervallen en brengt hen met haar gezang in een diepe slaap.

Vervolgens leidt de vuurvogel Ivan naar een verborgen grot, waar hij een magisch ei vindt. Door de kracht daarvan kan hij Kastcheï overwinnen. Met de val van de tovenaar worden alle gevangenen bevrijd. Ivan trouwt met één van de prinsessen en het verhaal eindigt met een feestelijke rondedans.

Achtergrond en betekenis van het ballet
De première van De Vuurvogel betekende de grote doorbraak van Igor Stravinsky. Met dit ballet opende hij als jonge componist de deuren naar het westerse publiek. Het succes vormde het begin van zijn samenwerking met de beroemde Ballets Russes van Sergei Diaghilev.

Choreograaf Mikhail Fokine combineerde in het libretto twee Russische volksverhalen. De figuur Kastcheï staat symbool voor het kwaad, terwijl de vuurvogel juist de krachten van het goede vertegenwoordigt. Zij helpt Ivan in zijn strijd tegen de duistere machten.

Kenmerkend voor het folkloristische karakter van het ballet is dat alleen de ballerina in de rol van de vuurvogel op spitzen danst. Daarmee krijgt haar personage een extra licht en bovennatuurlijk karakter.

Een kleurrijk en tragisch ballet
Met zijn tweede ballet voor Sergei Diaghilev, Petroesjka (1911), behaalde Igor Stravinsky opnieuw groot succes. In tegenstelling tot De Vuurvogel ontbreekt hier de oosterse sprookjessfeer. In plaats daarvan klinkt levendige, soms scherpe Russische volksmuziek, met prikkelende ritmes en onverwachte wendingen.

Stravinsky beschreef zelf hoe het idee ontstond: hij zag voor zich hoe een marionet plotseling losraakt van zijn touwtjes en tot leven komt. Die gedachte hoor je terug in de muziek, waarin het orkest wordt opgejaagd tot grillige arpeggio’s en krachtige, dreigende fanfares. De klankwereld kan soms chaotisch en scherp zijn, alsof alles uit balans raakt, precies zoals het lot van de hoofdfiguur.

Bij de première in Parijs werd de titelrol gedanst door Vaslav Nijinsky. Tamara Karsavina vertolkte de Ballerina en Enrico Cecchetti speelde de Poppenspeler. Het libretto werd geschreven door Alexandre Benois en Stravinsky zelf.

Het verhaal van Petroesjka
Het ballet opent op een drukke markt in Sint-Petersburg tijdens Maslenitsa, een Russisch volksfeest dat het einde van de winter en het begin van de lente markeert. Stravinsky’s muziek schildert levendig de drukte en vrolijkheid van de menigte. Straatartiesten vermaken het publiek, totdat een mysterieuze Tovenaar verschijnt.

Hij opent het doek van zijn kleine poppentheater en toont drie poppen: Petroesjka, de Ballerina en de Moor. Met een magische fluit wekt hij hen tot leven. De poppen springen het podium af en dansen tussen het publiek.

Tweede scène: de kamer van Petroesjka
In een sombere kamer wordt Petroesjka ruw binnengeworpen door de Tovenaar. Hoewel hij slechts een pop is, voelt hij als een mens: hij lijdt, verlangt en wordt verteerd door verdriet. Hij is ongelukkig door zijn gevangenschap én door zijn onbeantwoorde liefde voor de Ballerina.

Aan de muur hangt een portret van de Tovenaar, als pijnlijke herinnering aan zijn afhankelijkheid. Petroesjka probeert te ontsnappen, maar zonder succes. Wanneer de Ballerina verschijnt en zijn liefde afwijst, groeit zijn wanhoop alleen maar.

Derde scène: de kamer van de Moor
De Moor leeft in luxe. Zijn kamer is kleurrijk en rijk versierd. Hij ligt ontspannen op een sofa en speelt met een kokosnoot, die hij niet kan openen en uiteindelijk als een soort god vereert.

De Ballerina verschijnt en raakt gecharmeerd door zijn uiterlijk. Samen dansen zij, terwijl de muziek licht en speels klinkt. Wanneer Petroesjka binnenstormt om hen te storen, wordt hij door de Moor verjaagd en vlucht hij weg.

Vierde scène: het tragische einde
Het verhaal keert terug naar het feest op de markt, waar verschillende dansen elkaar snel opvolgen. De vrolijke sfeer wordt abrupt doorbroken wanneer Petroesjka verschijnt, achtervolgd door de Moor.

Voor de ogen van de menigte wordt Petroesjka ingehaald en gedood. De Tovenaar probeert het publiek gerust te stellen door te laten zien dat Petroesjka slechts een pop is, gevuld met zaagsel.

Maar wanneer de nacht valt en de menigte vertrekt, verschijnt de geest van Petroesjka op het dak van het theater. Met een woedend gebaar confronteert hij zijn kwelgeest. De Tovenaar schrikt en vlucht, terwijl het publiek achterblijft met een raadsel: wat was werkelijkheid en wat niet?

Achtergrond en betekenis
Petroesjka is meer dan een kleurrijk ballet. Het is een aangrijpend verhaal over een wezen dat gevangen zit tussen pop en mens, tussen schijn en werkelijkheid. Met dit werk bewees Stravinsky opnieuw zijn vernieuwingskracht binnen de muziekgeschiedenis.

Een schandaal dat geschiedenis schreef
Het jaar 1913 staat in de muziekgeschiedenis bekend om het enorme schandaal rond de première van Le Sacre du Printemps, het baanbrekende ballet van Igor Stravinsky. Hij componeerde het werk in 1912 in opdracht van Sergei Diaghilev voor diens Ballets Russes.

De première vond plaats in het Théâtre des Champs-Élysées in Parijs en liep volledig uit de hand. De felle ritmes, scherpe dissonanten en vernieuwende orkestratie, waarin blazers en koper een dominante rol spelen, waren voor het publiek ongekend. Men was gewend aan vloeiende, melodieuze muziek en reageerde geschokt.

Al bij de eerste klanken ontstond rumoer. Het leek alsof het theater op zijn grondvesten trilde. Tegenstanders floten en schreeuwden, terwijl voorstanders juist luid applaudisseerden om het lawaai te overstemmen. De sfeer escaleerde: er werd gescholden, geduwd en zelfs gevochten. Wat later bekend zou worden als de ‘veldslag rond de Sacre’ was een feit.

Een verdeelde zaal en een revolutionair werk
De reacties konden niet verder uit elkaar liggen. Sommigen vonden de muziek ruw, chaotisch en zelfs lelijk, en de dansbewegingen barbaars en onbegrijpelijk. Anderen zagen er juist een geniale vernieuwing in. Eén ding was duidelijk: dit had men nog nooit eerder gezien of gehoord.

Door het ritme centraal te stellen in plaats van de melodie, was Stravinsky zijn tijd ver vooruit. Het werk brak radicaal met de muzikale tradities van dat moment en zou grote invloed krijgen op latere componisten.

Verhaal en opzet van het ballet
Le Sacre du Printemps verbeeldt een heidens ritueel uit het oude Rusland. Centraal staat een jonge vrouw die wordt uitgekozen als offer en zich dood danst om de komst van de lente mogelijk te maken.

Het idee voor het ballet ontstond mede door de belangstelling van kunstenaar Nicholas Roerich voor oude culturen. Stravinsky werkte het scenario zelf verder uit.

Het ballet bestaat uit twee delen: L’Adoration de la Terre (De aanbidding van de aarde) en Le Sacrifice (Het offer).

Vernieuwende choreografie en blijvende invloed
Niet alleen de muziek was vernieuwend. Ook de choreografie van Vaslav Nijinsky brak radicaal met het klassieke ballet. De bewegingen waren hoekig, zwaar en ongepolijst – iets wat het publiek totaal niet gewend was.

De dag na de première verschenen scherpe reacties in de kranten. Zo schreef men spottend: “Dit is geen lentewijding, maar een aanslag op het trommelvlies.”

Opmerkelijk genoeg lag de grootste schok niet alleen bij de muziek, maar juist bij de ongekende choreografie. Dankzij de vastberaden leiding van dirigent Pierre Monteux kon de uitvoering toch worden voltooid.

Een van de eersten die het belang van het werk inzag, was componist Maurice Ravel. Hij voorspelde dat dit stuk een belangrijke plaats in de muziekgeschiedenis zou krijgen en daarin kreeg hij gelijk.

Vandaag de dag wordt Le Sacre du Printemps beschouwd als één van de meest invloedrijke en revolutionaire composities van de 20e eeuw.

Luister naar de muziek van Igor Stravinsky


Symphony van de psalmen


Pulcinella


Russische dans, Petrouchka


Ballet De vuurvogel


Stravinsky dirigeert zelf De vuurvogel


Fragment uit Petrushka

Mede geschreven door Ilse Steel

Bronnen:
Muziek zonder woorden Kluwer
M. Monnikendam Strawinsky
Klassieke componisten Atrium
Componisten van A tot Z Spectrum