Een kleurrijk en tragisch ballet
Met zijn tweede ballet voor Sergei Diaghilev, Petroesjka (1911), behaalde Igor Stravinsky opnieuw groot succes. In tegenstelling tot De Vuurvogel ontbreekt hier de oosterse sprookjessfeer. In plaats daarvan klinkt levendige, soms scherpe Russische volksmuziek, met prikkelende ritmes en onverwachte wendingen.
Stravinsky beschreef zelf hoe het idee ontstond: hij zag voor zich hoe een marionet plotseling losraakt van zijn touwtjes en tot leven komt. Die gedachte hoor je terug in de muziek, waarin het orkest wordt opgejaagd tot grillige arpeggio’s en krachtige, dreigende fanfares. De klankwereld kan soms chaotisch en scherp zijn, alsof alles uit balans raakt, precies zoals het lot van de hoofdfiguur.
Bij de première in Parijs werd de titelrol gedanst door Vaslav Nijinsky. Tamara Karsavina vertolkte de Ballerina en Enrico Cecchetti speelde de Poppenspeler. Het libretto werd geschreven door Alexandre Benois en Stravinsky zelf.
Het verhaal van Petroesjka
Het ballet opent op een drukke markt in Sint-Petersburg tijdens Maslenitsa, een Russisch volksfeest dat het einde van de winter en het begin van de lente markeert. Stravinsky’s muziek schildert levendig de drukte en vrolijkheid van de menigte. Straatartiesten vermaken het publiek, totdat een mysterieuze Tovenaar verschijnt.
Hij opent het doek van zijn kleine poppentheater en toont drie poppen: Petroesjka, de Ballerina en de Moor. Met een magische fluit wekt hij hen tot leven. De poppen springen het podium af en dansen tussen het publiek.
Tweede scène: de kamer van Petroesjka
In een sombere kamer wordt Petroesjka ruw binnengeworpen door de Tovenaar. Hoewel hij slechts een pop is, voelt hij als een mens: hij lijdt, verlangt en wordt verteerd door verdriet. Hij is ongelukkig door zijn gevangenschap én door zijn onbeantwoorde liefde voor de Ballerina.
Aan de muur hangt een portret van de Tovenaar, als pijnlijke herinnering aan zijn afhankelijkheid. Petroesjka probeert te ontsnappen, maar zonder succes. Wanneer de Ballerina verschijnt en zijn liefde afwijst, groeit zijn wanhoop alleen maar.
Derde scène: de kamer van de Moor
De Moor leeft in luxe. Zijn kamer is kleurrijk en rijk versierd. Hij ligt ontspannen op een sofa en speelt met een kokosnoot, die hij niet kan openen en uiteindelijk als een soort god vereert.
De Ballerina verschijnt en raakt gecharmeerd door zijn uiterlijk. Samen dansen zij, terwijl de muziek licht en speels klinkt. Wanneer Petroesjka binnenstormt om hen te storen, wordt hij door de Moor verjaagd en vlucht hij weg.
Vierde scène: het tragische einde
Het verhaal keert terug naar het feest op de markt, waar verschillende dansen elkaar snel opvolgen. De vrolijke sfeer wordt abrupt doorbroken wanneer Petroesjka verschijnt, achtervolgd door de Moor.
Voor de ogen van de menigte wordt Petroesjka ingehaald en gedood. De Tovenaar probeert het publiek gerust te stellen door te laten zien dat Petroesjka slechts een pop is, gevuld met zaagsel.
Maar wanneer de nacht valt en de menigte vertrekt, verschijnt de geest van Petroesjka op het dak van het theater. Met een woedend gebaar confronteert hij zijn kwelgeest. De Tovenaar schrikt en vlucht, terwijl het publiek achterblijft met een raadsel: wat was werkelijkheid en wat niet?
Achtergrond en betekenis
Petroesjka is meer dan een kleurrijk ballet. Het is een aangrijpend verhaal over een wezen dat gevangen zit tussen pop en mens, tussen schijn en werkelijkheid. Met dit werk bewees Stravinsky opnieuw zijn vernieuwingskracht binnen de muziekgeschiedenis.