Pjotr Iljitsj Tsjaikovski



Pjotr Iljitsj Tsjaikovski (7 mei 1840 – 18 november 1893) was een van de beroemdste Russische componisten uit de romantiek. Hij werd wereldwijd bekend met meesterwerken als Het Zwanenmeer, De Notenkraker, Ouverture 1812 en de symfonie Pathétique. Met zijn meeslepende melodieën, emotionele muziek en gevoel voor drama groeide Tsjaikovski uit tot een van de invloedrijkste componisten uit de muziekgeschiedenis.

Herkomst
Pjotr Ilyich Tchaikovsky werd geboren op 7 mei 1840 in het plaatsje Kamsko-Votkinsk, ruim duizend kilometer ten oosten van Moskou. Het gezin woonde daar totdat Pjotr ongeveer acht jaar oud was.

De familie Tsjaikovski leefde in welstand. Zijn vader, Ilja Petrovitsj Tsjaikovski, was directeur van een metaalfabriek en genoot aanzien binnen de gemeenschap. Hij was eerder getrouwd geweest, maar al jong weduwnaar geworden. Uit dat eerste huwelijk had hij een dochter, Zinaida. In 1833 trouwde hij opnieuw, met Alexandra Andrejevna d’Assier, afkomstig uit een familie met Franse wortels. Samen kregen zij zes kinderen, van wie Pjotr de tweede zoon was.

De oudste zoon Nikolai werd geboren in 1838. Daarna volgden Pjotr, zus Alexandra (Sasja), broer Ippolit en later de tweeling Modest en Anatoli.

Ilja P Tsjaikovski
Ilja P. Tsjaikovski vader van de componist. Uit: Tschaikowsky Hugo van Dalen 1930

Een hechte familieband
Tsjaikovski had een warme band met verschillende van zijn broers. Vooral met Ippolit en de tweeling Modest en Anatoli kon hij goed opschieten. Ook zijn zus Alexandra zou later een belangrijke plaats in zijn leven innemen, net als haar kinderen.

Daarnaast speelde de Zwitserse gouvernante Fanny Durbach een bijzondere rol in zijn jeugd. Zij kwam op 22-jarige leeftijd in dienst bij de familie en groeide uit tot een belangrijke vertrouwelinge van de jonge Pjotr.

Familie Tsjaikovski
Familie Tsjaikovski in 1848. Links staat de 8-jarige Pjotr. Uit: Tschaikowsky Hugo van Dalen 1930

Een gevoelig kind met liefde voor muziek
Pjotr was van jongs af aan een gevoelig en kwetsbaar kind. De dood van zijn moeder in 1854 maakte diepe indruk op hem. Hij was sterk aan haar gehecht en vereerde haar bijna. Het verlies trof hem zo zwaar dat hij er pas anderhalf jaar later over kon schrijven aan Fanny Durbach. Vanaf die periode kreeg hij regelmatig last van zwaarmoedige buien.

Muziek speelde al vroeg een belangrijke rol in het gezin. Naast een piano stond er ook een orchestrion in huis, een mechanisch instrument dat verschillende orkestklanken kon nabootsen. De jonge Pjotr luisterde gefascineerd naar de muziek die uit deze instrumenten kwam. Hij trommelde voortdurend met zijn vingers op tafels en meubels, alsof hij zelf piano speelde. Zoals gebruikelijk was in welgestelde Russische families kreeg hij al op jonge leeftijd muziekonderwijs. Zijn voorkeur ging duidelijk uit naar de piano.

Zijn eerste pianolessen kreeg hij van Maria Markovna Paltsjikova. De muzikale indrukken uit zijn jeugd maakten diepe emoties bij hem los. In 1848 bezocht hij voor het eerst een balletvoorstelling, waar hij enorm van onder de indruk was. Een jaar later nam zijn moeder hem mee naar een uitvoering van de opera Een leven voor de tsaar van Mikhail Glinka. In 1850 hoorde hij voor het eerst Don Giovanni van Wolfgang Amadeus Mozart — een ervaring die hem volledig in vervoering bracht.

Alex Andrejewna Tsjaikovski
Alex Andrejewna, moeder van de componist. Tsjaikovski Uit: Tschaikowsky Hugo van Dalen 1930

Leergierig en intelligent
De jonge Tsjaikovski las veel en verslond boeken van onder anderen Nikolai Gogol. Opvallend genoeg kende hij in zijn jeugd nog niet alle grote componisten goed. Zo was hij nauwelijks vertrouwd met de symfonieën van Ludwig van Beethoven en had hij ook weinig kennis van het werk van Robert Schumann en andere belangrijke componisten uit die tijd.

Schooltijd in Moskou en Sint-Petersburg
In 1849 verbleef Pjotr op een kostschool in Moskou, waar hij tevens muzieklessen volgde. Hij stond daar onder toezicht van zijn oudere halfzus Zinaida, met wie de verstandhouding niet altijd gemakkelijk was. Een jaar later, in 1850, werd de tienjarige Tsjaikovski ingeschreven aan de School voor Rechtswetenschappen in Sint-Petersburg. Daarmee begon een nieuwe periode in zijn leven, een tijd waarin muziek steeds belangrijker zou worden.

Conservatorium en eerste stappen als componist
In 1859 ging Pyotr Ilyich Tchaikovsky aan de slag als ambtenaar bij het Ministerie van Justitie in Sint-Petersburg. Toch bleef muziek hem trekken. Aangemoedigd door familie en vrienden besloot hij zijn muzikale kennis verder uit te breiden. In de herfst van 1861 begon Pjotr theorielessen te volgen bij Nikolaj Zaremba, een strenge en behoudende muziekdocent uit Sint-Petersburg. Zaremba was een van de eersten die het uitzonderlijke talent van de jonge Tsjaikovski herkende.

Toen in 1862 het nieuwe conservatorium van Sint-Petersburg werd geopend, schreef Tsjaikovski zich daar in. Hij bleef lessen volgen bij Zaremba en studeerde daarnaast compositie en orkestratie bij Anton Rubinstein. Rubinstein moedigde hem aan om zijn baan bij de overheid op te geven en zich volledig op muziek te richten. Ook hielp hij hem aan privélessen, zodat Pjotr ondanks de financiële zorgen binnen het gezin toch verder kon studeren.

In 1865 rondde Tsjaikovski zijn opleiding aan het conservatorium af. Zijn eindexamenwerk was de cantate Aan de Vreugde, gebaseerd op de beroemde ode An die Freude van Friedrich Schiller. Voor dit werk ontving hij een zilveren medaille en veel lovende reacties.

Tsjaikovski uniform
Tsjaikovski 1859 in schooluniform.
modest, kondratyev anatoly pjotr
Pjotr Tsjaikovski (zittend r) met zijn broers Modest (staand l) en Anatoly (staand r) en Nikolay Kondratyev (zittend l).

Naar Moskou: begin van een muziekcarrière
Een jaar later, in 1866, kreeg Tsjaikovski een aanbod van Nikolai Rubinstein (1835 – 1881), de broer van Anton Rubinstein. Nikolai had in Moskou net een nieuw conservatorium opgericht en vroeg Tsjaikovski om daar harmonieleer te doceren. Pjotr accepteerde het aanbod en verhuisde naar Moskou. Daarmee begon zijn loopbaan als beroepsmusicus. Nikolai werd zijn vriend en muzikale mentor.

Een van zijn bekendste leerlingen daar was Sergei Taneyev, die later zelf een belangrijk componist, pianist en dirigent zou worden.

Als hij de druk in Moskou teveel vond, ging hij in de zomermaanden naar het rustige landgoed van edelman Nikolaj Kondratjev (1832 – 1887) in Nizy.

In Moskou voltooide Tsjaikovski zijn Eerste Symfonie en de opera Voyevoda (De Veldheer). In de dertig jaar die volgden bouwde hij een indrukwekkend oeuvre op, met werken in vrijwel alle muziekgenres. Vooral zijn symfonieën zouden hem internationale bekendheid bezorgen.

Rubinstein
Nikolai Rubinstein.

Het Eerste pianoconcert
Tsjaikovski woonde enige tijd in huis bij Nikolai Rubinstein. Die bracht hem al snel in contact met de intellectuele en artistieke kringen van Moskou. Rubinstein moedigde hem ook aan om zijn Eerste pianoconcert te schrijven. De eerste reactie van Rubinstein op het werk was echter bijzonder kritisch. Volgens Tsjaikovski vond hij het concert onspeelbaar en wilde hij het alleen uitvoeren als grote delen werden herschreven. Tsjaikovski weigerde dat resoluut. Daardoor werd de première uiteindelijk gespeeld door Hans von Bülow, die het werk enthousiast uitvoerde in Europa en de Verenigde Staten.

Na een moeizame eerste uitvoering in Sint-Petersburg, met een matige pianist en dirigent, werd het concert in Moskou in 1875 veel beter ontvangen. De solopartij werd daar gespeeld door Sergej Tanejev, met wie Tsjaikovski zijn leven lang bevriend zou blijven.

Later gaf Nikolai Rubinstein toe dat hij zich had vergist. Hij nam het pianoconcert alsnog op in zijn repertoire. Toen Rubinstein in 1881 in Parijs overleed, componeerde Tsjaikovski het Pianotrio in a mineur ter nagedachtenis aan hem.

Winterdromen en eerste zenuwcrises
In 1866 schreef Tsjaikovski zijn eerste symfonie: Winterdromen. Hij liet zich daarbij inspireren door het Russische landschap en de natuur. Over die gevoelens schreef hij:
“Een eenvoudig Russisch landschap, een wandeling over het platteland, door het bos of over de steppe, kan mij diep ontroeren.”

Het componeren van de symfonie kostte hem echter zoveel spanning en energie dat hij dicht bij een zenuwinzinking kwam. Tsjaikovski was uiterst gevoelig voor kritiek en dacht soms zelfs dat hij het werk niet zou overleven. Toen de symfonie uiteindelijk werd uitgevoerd, bleef het succes bovendien beperkt.

De bijzondere band met Nadezjda von Meck
Een belangrijke steun in Tsjaikovski’s leven werd de rijke weduwe en pianiste Nadezhda von Meck. Zij bewonderde zijn muziek enorm en ondersteunde hem jarenlang financieel met een royaal jaargeld en opdrachten. Opmerkelijk genoeg wilde Von Meck hem nooit persoonlijk ontmoeten. Hun relatie bestond uitsluitend uit brieven, maar daarin stelde Tsjaikovski zich opvallend open. In deze correspondentie liet hij meer van zichzelf zien dan in bijna al zijn andere brieven. Na dertien jaar verbrak Von Meck onverwacht alle contacten, iets wat Tsjaikovski diep raakte.

Meck pianiste
Nadezhda von Meck.

Contact met “De Vijf”
In 1868 maakte Tsjaikovski kennis met de invloedrijke Russische componistengroep die bekendstond als “De Vijf”. De groep werd geleid door Mily Balakirev en bestond verder uit Alexander Borodin, César Cui, Modest Mussorgsky en Nikolai Rimsky-Korsakov.

Hoewel Tsjaikovski sympathie had voor hun ideeën over een typisch Russische muziekstijl, stond hij kritisch tegenover sommige van hun composities. Door zijn opleiding in Sint-Petersburg, zijn deels buitenlandse achtergrond en de invloed van zijn Zwitserse gouvernante voelde hij zich sterk verbonden met zowel de Russische als de West-Europese muziektraditie.

Zijn muziek kreeg daardoor een eigen karakter: romantisch, emotioneel en vaak doordrenkt van melancholie. Russische volksliederen en dansen spraken hem vooral aan vanwege hun weemoedige sfeer en hun gevoel van verlangen en gemis.

Desirée Artôt en een ongelukkige liefde
In 1868 maakte Pjotr kennis met de Franse operazangeres Désirée Artôt, die optrad in het Bolsjojtheater in Moskou. Vooral haar muzikaliteit maakte diepe indruk op hem. Hij volgde haar zelfs naar Parijs en schreef enthousiast aan zijn broer Modest:
“Wat een zangeres! Wat een actrice! Zelden heb ik zo’n beminnelijke, eerlijke en intelligente vrouw ontmoet.”

Tsjaikovski dacht verliefd op haar te zijn, maar van een huwelijk kwam het niet. Artôt trouwde korte tijd later met de Spaanse bariton Mariano Padilla y Ramos. Jaren later zouden zij overigens vriendschappelijk contact houden.

Artôt operazangeres
Désirée Artôt, ongeveer in 1880.

Een eigen huishouden en nieuwe composities
Aan het einde van 1873 verliet Tsjaikovski het huis van Nikolaj Rubinstein. Hij ging wonen met zijn trouwe bediende Aleksej Sofronov, die jarenlang een belangrijke steunpilaar in zijn leven bleef.

Tijdens verblijven op het landgoed van zijn zus Alexandra in Kamenka werkte Tsjaikovski aan verschillende composities, waaronder zijn derde symfonie. Deze symfonie kreeg later de bijnaam “Poolse”, vanwege het karakter van de finale, die gebaseerd is op het ritme van een Poolse dans. Bij de première in 1875 was de Franse componist Camille Saint-Saëns aanwezig. Tussen beide componisten ontstond een warme vriendschap. Saint-Saëns bewonderde Tsjaikovski’s muziek, terwijl Tsjaikovski veel respect had voor de vernieuwende Franse componist.

In dezelfde periode werkte Tsjaikovski in Parijs aan grote delen van het ballet Het Zwanenmeer. De première in 1877 werd aanvankelijk koel ontvangen, maar later groeide het werk uit tot een van de beroemdste balletten uit de muziekgeschiedenis.

Antonina Pjotr Tsjaikovski
Tsjaikovski met zijn vrouw Antonina, 1877.

Het dramatische huwelijk met Antonina Miljoekova
In 1877 trouwde Tsjaikovski met Antonina Miljoekova, een voormalige leerlinge van het conservatorium. Het huwelijk was grotendeels ingegeven door de wens om geruchten over zijn homoseksualiteit de kop in te drukken. Aan zijn broer Modest schreef hij dat hij probeerde “tegen zijn natuur te vechten”. Het huwelijk bleek echter al snel een ramp. Antonina en Tsjaikovski pasten totaal niet bij elkaar en na enkele maanden vluchtte de componist in overspannen toestand naar Zwitserland en Italië. Juist in deze moeilijke periode ontstonden enkele van zijn grootste meesterwerken, waaronder de vierde symfonie en de opera Jevgeni Onegin, gebaseerd op het werk van Aleksandr Poesjkin.

Modest
Modest Ilyich Tsajkovski, de broer van Pjotr.

Het Vioolconcert en Josef Kotek
Tijdens zijn herstel voegde de jonge violist Josef Kotek zich bij hem. Kotek was een voormalige leerling en goede vriend van Tsjaikovski. In korte tijd componeerde Tsjaikovski zijn beroemde Vioolconcert, een werk dat opvallend licht en energiek van karakter is. Aanvankelijk wilde hij het concert aan Kotek opdragen, maar uit angst voor nieuwe geruchten zag hij daarvan af.

Terug in Rusland verslechterde zijn geestelijke toestand opnieuw. Wanhopig door de spanningen in zijn huwelijk liep hij zelfs het ijskoude water van de Moskva-rivier in, vermoedelijk in de hoop ernstig ziek te worden. Familieleden en vrienden grepen tijdig in.

Van een officiële scheiding kwam het nooit. Antonina bleef zichzelf als zijn echtgenote beschouwen, terwijl Tsjaikovski haar financieel bleef ondersteunen.

Nieuwe successen en internationale erkenning
Vanaf 1878 stopte Tsjaikovski met lesgeven aan het conservatorium en kon hij zich volledig richten op componeren. In deze jaren ontstonden onder meer:

  • Vioolconcert (1878)
  • Serenade voor strijkorkest (1880)
  • Ouverture 1812
  • Capriccio Italien.

Hij verbleef afwisselend in Rusland, Zwitserland, Italië en Frankrijk, maar bracht ook veel tijd door bij zijn zus Alexandra in Kamenka. In 1885 vestigde hij zich in Maidanovo, vlak bij Klin. Het huis waar hij woonde is tegenwoordig ingericht als het Tsjaikovski-huismuseum.

Dirigent en wereldster
Vanaf 1887 trad Pjotr steeds vaker op als dirigent van zijn eigen muziek. Hij maakte succesvolle concertreizen door Europa en later ook naar de Verenigde Staten. Tijdens bezoeken aan Leipzig en Praag ontmoette hij onder andere Johannes Brahms, Edvard Grieg en Antonín Dvořák.

In 1891 reisde hij naar Amerika voor een concerttournee. Hij dirigeerde onder meer in New York City en maakte daar grote indruk op het publiek.

De Ouverture 1812 en de Zesde Symfonie
Hoewel de Ouverture 1812 tegenwoordig een van zijn populairste werken is, had Tsjaikovski zelf weinig waardering voor het stuk. Hij noemde het ‘luidruchtig’ en schreef het vooral in opdracht voor een herdenkingsfeest rond de overwinning op Napoleon.

Heel anders voelde hij over zijn zesde symfonie, de beroemde Pathétique uit 1893. Tegen zijn broer Modest zei hij dat hij hierin eindelijk volledig had kunnen uitdrukken wat hem innerlijk bezighield. De symfonie werd opgedragen aan zijn geliefde neef Vladimir Davidov, bijgenaamd ‘Bob’. De première in Sint-Petersburg kreeg echter een tamme ontvangst.

neef Davidov
Tsjaikovski met zijn neef Vladimir Davidov, 1892.

De mysterieuze dood van Pjotr Tsjaikovski
Over de dood van Pjotr Tsjaikovski bestaan tot op de dag van vandaag verschillende theorieën. Op 3 november 1893 werd bekendgemaakt dat de componist ernstig ziek was. De artsen Lev en Vasili Bertenson stelden cholera vast. Tsjaikovski verbleef in die dagen in Sint-Petersburg, in het huis van zijn broer Modest, waar hij logeerde tijdens de repetities voor zijn zesde symfonie, de Pathétique.

Wat zich daar precies heeft afgespeeld in de laatste dagen van zijn leven zal waarschijnlijk nooit volledig worden opgehelderd. Op aandringen van dokter Lev Bertenson publiceerde Modest Tsjaikovski later een verslag van de laatste uren van zijn broer. Daarin beschreef hij hoe Pjotr vlak voor zijn dood plotseling de ogen opende en nog één laatste adem uitblies.

Veel onderzoekers vermoeden echter dat niet alle details uit deze verklaringen volledig betrouwbaar zijn. Daardoor bleef ruimte bestaan voor speculaties over de ware doodsoorzaak.

Theorieën over Tsjaikovski’s overlijden
Volgens een bekende theorie zou Tsjaikovski zichzelf hebben vergiftigd. Er wordt gesproken over een geheime bijeenkomst van oud-studenten van de School voor Rechtswetenschappen, waar hij vroeger studeerde. Zij zouden bang zijn geweest voor een publiek schandaal rond zijn homoseksualiteit. Om de reputatie van de school én die van zichzelf te beschermen, zou Tsjaikovski onder druk zijn gezet om gif in te nemen dat dezelfde symptomen veroorzaakte als cholera.

Een andere theorie gaat ervan uit dat hij bewust besmet water dronk in een periode van depressie en uitputting. Zeker is dat Tsjaikovski zijn persoonlijke leven grotendeels verborgen hield voor de buitenwereld. Daardoor blijft zijn dood omgeven door mysterie. Het meest beroemde commentaar kwam van tsaar Alexander III, die na zijn overlijden zou hebben gezegd: “We hebben veel hertogen en baronnen, maar slechts één Tsjaikovski.”

Wereldberoemd na zijn dood
Op 18 november 1893, twaalf dagen na zijn overlijden, vond in Sint-Petersburg een groot herdenkingsconcert plaats. Tijdens dat concert werd zijn zesde symfonie uitgevoerd. De emotionele uitvoering maakte diepe indruk en zorgde ervoor dat de Pathétique in korte tijd wereldberoemd werd.

Tsjaikovski liet een groot deel van zijn bezittingen na aan zijn trouwe bediende Aleksej Sofronov. Die kocht het huis van de componist in Klin en richtte het in met persoonlijke herinneringen en manuscripten. Het huis groeide later uit tot het bekende Tsjaikovski-huismuseum.

Na Sofronov kwamen ook Tsjaikovski’s broer Modest en zijn geliefde neef Vladimir ‘Bob’ Davidov er wonen. Beiden overleden later eveneens in het huis.

Tsjaikovski’s betekenis voor de muziekgeschiedenis
Pjotr Tsjaikovski geldt als een van de belangrijkste componisten uit de romantiek en de Russische muziekgeschiedenis. Hij wist Russische invloeden te combineren met westerse symfonische vormen en sprak daarmee een internationaal publiek aan.

Zijn muziek staat bekend om haar sterke melodieën, emotionele diepgang en dramatische kracht. In veel werken klinkt zijn gevoeligheid en innerlijke worsteling duidelijk door.

Tot zijn beroemdste composities behoren:

  • Het Zwanenmeer
  • Doornroosje
  • De Notenkraker
  • Ouverture 1812
  • Pianoconcert nr. 1
  • Vioolconcert
  • Pathétique.

Meer dan honderd jaar na zijn dood behoort Tsjaikovski nog altijd tot de meest gespeelde componisten ter wereld.

Onderzoek en nalatenschap
De Britse musicoloog Eric Walter White leverde een belangrijke bijdrage aan het onderzoek naar Stravinsky’s leven en werk. Zijn boek Stravinsky: The Composer and His Works (1966) geldt nog altijd als een standaardwerk. Het biedt niet alleen een biografisch overzicht, maar ook een uitgebreide analyse van Stravinsky’s oeuvre en ontwikkeling als componist.

Muzikale stijl en blijvende betekenis in de muziekgeschiedenis
Stravinsky leidde geen romantisch kunstenaarsbestaan, maar werkte juist zeer gedisciplineerd en doelgericht. Zijn muziek kenmerkt zich door een voortdurende ontwikkeling en een opvallende veelzijdigheid.

Gedurende zijn leven bewoog hij zich tussen verschillende stijlen: van de ritmische kracht van zijn vroege balletten tot een meer neoklassieke benadering en later de invloed van de seriële muziek. Werken als Canticum Sacrum, Threni en Agon tonen zijn latere interesse in de twaalftoonstechniek, mede geïnspireerd door Webern. Deze voortdurende vernieuwing maakt Stravinsky tot een van de belangrijkste componisten binnen de klassieke muziek en de bredere muziekgeschiedenis van de 20e eeuw.

Met zijn vernieuwende stijl, zijn voortdurende drang tot vernieuwing en zijn indrukwekkende oeuvre heeft Igor Stravinsky een blijvende stempel gedrukt op de muziekgeschiedenis. Van de revolutionaire klanken van Le Sacre du Printemps tot zijn latere, meer verstilde werken: Stravinsky bleef zichzelf telkens opnieuw uitvinden. Daarmee groeide hij uit tot één van de meest invloedrijke componisten van de 20e eeuw, een muzikale pionier wiens werk nog altijd wereldwijd wordt uitgevoerd en bewonderd.

Tsjaikovski en Het Zwanenmeer

Het Zwanenmeer ontstond in de romantiek, een kunstperiode waarin gevoel, dromen, verlangen naar het verleden en het onbereikbare centraal stonden. Het ballet groeide uit tot een van de bekendste werken uit de balletgeschiedenis.

De choreograaf Lev Ivanov, die later verantwoordelijk werd voor de tweede en vierde akte, liet het corps de ballet als een groep sierlijke witte zwanen over het toneel bewegen. De dansers bewogen hun armen als vleugels, waardoor een bijna sprookjesachtige sfeer ontstond. Dit zogenoemde ballet blanc, ballerina’s in witte kostuums die gezamenlijk sfeer en emotie uitdrukken, werd een van de beroemdste beelden uit de balletwereld. Samen met de hofscènes van Marius Petipa en de expressieve muziek van Pjotr Tsjaikovski maakte dit Het Zwanenmeer tot een klassieker voor jong en oud.

Van mislukte première tot wereldsucces
De eerste versie van Het Zwanenmeer, met choreografie van Julius Reisinger en muziek van Tsjaikovski, ging op 4 maart 1877 in première in het Bolsjojtheater in Moskou. Die uitvoering kreeg echter weinig waardering van publiek en critici.

De latere productie van Marius Petipa en Lev Ivanov, die op 27 januari 1895 in het Mariinsky Theater in Sint-Petersburg in première ging, werd wél een groot succes. Deze versie groeide uit tot het wereldberoemde ballet dat nog altijd door talloze gezelschappen wordt uitgevoerd.

Hoewel Nederland al in 1937 kennismaakte met Het Zwanenmeer, ontstond de eerste grote Nederlandse versie pas in 1988. Choreograaf en artistiek leider van Het Nationale Ballet, Rudi van Dantzig, liet zich daarbij inspireren door Tsjaikovski’s muziek, maar ook door diens brieven en dagboeken.

Van Dantzig behield verschillende beroemde passages uit de choreografie van Petipa en Ivanov, maar gaf het ballet daarnaast een meer menselijke en psychologische invulling. Zijn productie wordt nog steeds gezien als een hoogtepunt in de Nederlandse dansgeschiedenis.

Verschillende versies van het verhaal
Van Het Zwanenmeer bestaan vele uitvoeringen, met kleine verschillen in decor, indeling en afloop. Sommige producties bestaan uit drie bedrijven met een proloog, andere uit vier aktes. Ook het einde varieert: soms loopt het verhaal tragisch af, soms overwint de liefde.

Het verhaal van Het Zwanenmeer

Eerste akte
Het verjaardagsfeest van prins Siegfried

Prins Siegfried viert zijn eenentwintigste verjaardag. In het kasteel en in het dorp wordt feestgevierd. Zijn moeder dringt erop aan dat hij een geschikte bruid kiest en kondigt aan dat er de volgende avond een groot bal zal plaatsvinden waarbij verschillende prinsessen aanwezig zullen zijn.

Siegfried ontvangt een kruisboog en trekt later met zijn vrienden het bos in om te gaan jagen. Daar zien zij een groep zwanen over het meer vliegen.

Tweede akte
De ontmoeting met Odette

Bij een verlaten meer ontmoet Siegfried de zwaanprinses Odette. Zij vertelt hem dat zij en haar gezellinnen door de kwaadaardige tovenaar Von Rothbart in zwanen zijn veranderd. Alleen ’s nachts mogen zij weer hun menselijke gedaante aannemen.

Odette kan slechts worden bevrijd wanneer een man haar eeuwige trouw zweert. Siegfried wordt verliefd op haar en belooft haar op het bal tot zijn bruid te kiezen.

Bij zonsopgang dwingt Von Rothbart de zwaanmeisjes opnieuw weg te vliegen.

Derde akte
Het bedrog van Odile

Tijdens het grote bal weigert Siegfried een van de aanwezige prinsessen te kiezen. Dan verschijnt Von Rothbart met zijn dochter Odile, die door toverkracht sprekend op Odette lijkt.

Siegfried denkt dat hij Odette voor zich heeft en zweert haar eeuwige trouw. Pas daarna ziet hij de echte Odette verschijnen en beseft hij dat hij misleid is. Door zijn vergissing lijkt de betovering niet meer verbroken te kunnen worden.

Von Rothbart en Odile verdwijnen triomfantelijk, terwijl Siegfried wanhopig terugkeert naar het meer.

Vierde akte
Liefde en verlossing

Bij het meer wachten de zwaanmeisjes op Odette. Zij vertelt hun dat Siegfried haar onbedoeld heeft verraden. Een hevige storm steekt op, veroorzaakt door Von Rothbart, maar Siegfried weet toch bij Odette terug te keren.

Slot 1
Het tragische einde

Odette ziet nog maar één uitweg: de dood. Zij werpt zich in het meer en Siegfried volgt haar. Door hun offer wordt de betovering verbroken en veranderen de zwanen weer in meisjes.

Slot 2
De overwinning op Von Rothbart

Siegfried verslaat de tovenaar in een hevig gevecht. De vloek wordt opgeheven en Odette en Siegfried vinden samen eeuwig geluk.

Slot 3
De kracht van de liefde

De oprechte liefde tussen Odette en Siegfried verbreekt uiteindelijk de betovering, waarna zij voorgoed verenigd worden.

Luister naar de muziek van Pjotr Tsjaikovski


Het Zwanenmeer.


De Notenkraker.


Romeo en Julia.


Piano Concert nr 1.


Symfonie nr 4.


Viool concert.

Mede geschreven door Ilse Steel

Bronnen:
J. Koolbergen Tsjaikovski Atrium
Klassieke componisten Atrium
Muziek zonder woorden Kluwer
Componisten van A tot Z Spectrum