Jaren 1945-1950 – Hoofdstuk 1 – Marshall-hulp



De Marshall-hulp kwam geen dag te vroeg en had een belangrijk aandeel in de Nederlandse wederopbouw. Dit omvangrijk materiële hulpplan trad drie jaar na de Tweede Wereldoorlog in werking. Via het Amerikaanse Marshall-plan ontving Nederland ruim 1 miljard dollar aan economische steun. Deze hulp werd efficiënt gebruikt en ingezet om de productiviteit te herstellen. Toen in West-Duitsland, Nederlands belangrijkste handelspartner, zich het ‘Wirtschaftswunder’ voltrok, kon Nederland daar mede van profiteren. Nederland kon weer gaan werken aan zijn welvaart – al zou het nog minstens tien jaar duren voor de meerderheid van de bevolking écht het idee had dat het beter werd.

Het werd gaandeweg duidelijk dat Nederland zich evenmin als andere vernielde Europese landen op eigen kracht uit het moeras van armoede en gebrek kon trekken. Het politiek-economische risico van een dergelijke situatie werd in Amerika onderkend door minister van buitenlandse zaken George Catlett Marshall. Hij had in 1947 deelgenomen aan de conferentie van ministers van Buitenlandse Zaken in Moskou en hield op 5 juni van dat jaar een redevoering waarin hij het Amerikaanse volk opriep hulp aan Europa te verlenen.

De Verenigde Staten komt vooral met dit plan om de communisten de wind uit de zeilen te nemen mochten ze in hun expansiedrift het oog op het verarmde Europa laten vallen. Door president Truman werden onmiddellijk commissies ingesteld om mogelijkheden voor een dergelijk Europe Recovery Plan te onderzoeken.

Marshall (1880-1959)

Eind juni organiseerde de Britse minister van Buitenlandse Zaken Bevin in Parijs een drie-mogendheden conferentie. De Russische minister Molotov verzette zich tegen het Marshall-plan dat hij beschouwde als een ‘bedreiging voor de soevereiniteit van de kleine Europese landen.’ Voorwaarde voor dit plan is steeds geweest nauwe samenwerking tussen de Europese landen. Op een conferentie in Parijs, die in juli 1947 plaatsvond, waren zestien Europese landen vertegenwoordigd om het plan te bespreken. Spanje (dat onder Franco formeel neutraal was gebleven) en de Sovjet-Unie waren niet uitgenodigd.

Diverse Oost-Europese landen, die ook voor hulp en deelname in aanmerking kwamen, namen op last van Stalin niet deel aan de conferentie. De West-Europese landen stelden in september 1947 samen een economisch herstelplan op dat vervolgens aan de Amerikaanse Senaat werd overhandigd. Dit leidde, na overleg met Europese ministers, tot een uitgewerkt programma, dat in maart 1948 door de Senaat van de Verenigde Staten werd aanvaard. Het plan was een grootscheepse financiële hulpverlening, in principe, voor heel Europa. In 1948 trad het plan in werking tot 1952. Het hield globaal in dat de V.S. in die periode 12,6 miljard dollar aan materialen, grondstoffen en voedsel naar de destijds 16 landen die meededen stuurde, 80% van het geld was een gift en 20% was een lening. Voor West-Europa is deze steunverlening niet alleen economisch van grote betekenis geweest, maar ook politiek.

Het versterkte de band met de Verenigde Staten in een tijd waarin de internationale spanningen tussen oost en west toenamen. Het welvaartspeil droeg er toe bij dat de lust tot socialistische experimenten sterk afnam. Nederland kreeg naast de 1 miljard dollar ook de mogelijkheid te profiteren van Amerika’s kennis in wetenschap en techniek. Het plan heeft er toe bijgedragen dat in 1949 bijna de gehele rantsoenering werd afgeschaft in ons land. Nederland is een van de weinige landen die de 20% lening heeft terugbetaald aan de V.S.

Voor Nederland dreigde de Marshall-hulp twee keer voortijdig te eindigen. In 1949 dreigde de Verenigde Staten met het intrekken van de Marshall-hulp naar aanleiding van de politionele acties in Nederlands-Indië. Toen Amerika in 1950 de Koreaanse Oorlog tegen het communisme begon, vroeg het aan Nederland om troepen te sturen. Toen Nederland dit weigerde, dreigde Amerika opnieuw de Marshall-hulp op te zeggen. Ook in Frankrijk en Italië werden duidelijke voorwaarden aan de hulp gesteld. In mei 1947 werden de communisten, onder druk, uit de Franse regering gezet. Een maand later kreeg ook de Italiaanse regering een anti–communistisch gezicht.

Affiche promoten marshall plan

De eerste zending ! Het schip “Noordam” van de Holland-Amerikalijn brengt, in het kader van het Marshall-plan, de eerste hulpgoederen uit Amerika de haven van Rotterdam binnen (1948) Aan boord bevindt zich tarwe, stukgoed, sojaolie, landbouwmachines, staal en auto’s. Met vuurwerk wordt het schip om drie uur in de ochtend, verwelkomd in de haven van Hoek van Holland; – in de ochtendschemering stoomt het schip de haven van Rotterdam binnen en meert af.

Havenarbeiders beginnen het schip met behulp van hijskranen te lossen Een groot gezelschap luistert naar sprekers, o.a. minister van Buitenlandse Zaken, mr. C.G.W.H. baron van Boetzelaer van Oosterhout, de minister van Economische zaken, dr. J.R.M. van den Brink, en dr. Baruch.

De kapitein van het schip, Koster, overhandigt aan de minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening, ir. S.L. Mansholt, symbolisch een klein zakje tarwe. Een elevator zuigt tarwe uit het ruim van de Noordam en stort het in het ruim van kleinere binnenvaartschepen.

De Noordam 1948 in Rotterdamse haven met hulpgoederen

Jaren 1945-1950 -...
Jaren 1945-1950 -...
X

We gebruiken cookies om er zeker van te zijn dat u onze website zo goed mogelijk beleeft. Als u deze website blijft gebruiken gaan we ervan uit dat u dat goed vindt. Meer informatie

Wij gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website voor de bezoeker beter werkt. Daarnaast gebruiken wij o.a. cookies voor onze webstatistieken.

Sluiten