Jaren 50



 

18. Buitenlandse muziek in de jaren vijftig

Geschreven door Ilse Steel

(klik op de plaatjes om ze te vergroten en op de blauwe titel van de liedjes om ze te horen en/of te zien)

(TIP: mocht uw internetverbinding niet snel genoeg zijn, klik dan links onder op II)

(er ontstaat dan een driehoekje met de punt naar rechts)

(laat u het filmpje downloaden en klik dan op het driehoekje)

De jaren vijftig staan bekend als de jaren van de rock and roll, R&B, rockabilly, doo-wop, skiffle, en de Nashville-sound. Maar ook de Franse, Duitse, Engelse, Amerikaanse en Italiaanse artiesten zoals b.v. Frank Sinatra, Edith Piaf, Vico Torriani, Rene Carol, Brenda Lee, en Mario Lanza waren zeer succesvol in de jaren vijftig. De oudere garde waaronder Maurice Chevalier, Louis Prima, Bing Crosby en zelfs Rudolf Schock konden rekenen op een grote schare bewonderaars.

Welke jonge man droomde niet weg bij Connie Francis, en Gene Vincent viel zeer in de smaak bij de meisjes. Bij de vrolijke muziek van Fats Domino kon niemand stil blijven zitten en Paul Anka zag men als de ideale schoonzoon !

Rock ‘n’ Roll

Na de Jazz en Blues ontstond in de Verenigde Staten in de jaren vijftig de Rock ‘n’ Roll. Deze blanke variant van Rhythm & Blues liep parallel met de ontwikkeling van de naoorlogse jeugdcultuur. Aan deze symbiose (samenleven van twee levensvormen) ontleende de Popmuziek haar aanvankelijke rebelse identiteit. Popmuziek ontstond omdat de jeugd op zoek ging naar een eigen expressie- en identificatiemiddel. De ‘zwarte’ Rhythm & Blues sprak aan bij de jeugd ! Handige producers sprongen hierop in door een aangepaste versie van populaire Rhythm & Blues Muziek op de markt te brengen. ‘Schuine’ teksten werden vaak wat netter gemaakt. (wat nu als R&B bekend staat, heeft weinig te maken met oorspronkelijke Rhythm & Blues.) Zo ontstond de Rock ‘n’ Roll.

Bill Haley

and

his Comets ca.1956

Op 1 september 1956 ging in Nederland de Amerikaanse muziekfilm “Rock around the Clock” in première. In deze film, met muziek van Bill Haley and his Comets, maakte Nederland voor het eerst kennis met Rock ‘n’ Roll. Voor het rustige Nederland werd het een schokkende ervaring. Weldra doken berichten op over overlast. In Enschede verstoorden jongeren een kerkdienst toen ze zich na de film op het kerkplein ‘in hysterische dansen met veel lawaai uitleefden’, waarna de politie met gummiknuppels het plein ‘schoonveegde’. Kort daarna kwam het in Leeuwarden tot relletjes.

Toen de burgemeester van Apeldoorn vervolgens de film verbood, trokken jongeren door het centrum die “wij willen rock and roll” schreeuwden. Ook hier sloeg de politie er stevig op los, maar het bleef tot laat in de avond onrustig. Een dag later ging er een steen door de ruit bij de burgemeester. In de weken daarna waren er rellen in Den Bosch, Dordrecht, Heerenveen, Almelo en andere provincieplaatsen.

 De kranten stonden er vol van. De ouderen waren verontrust. Wat was er aan de hand ? Een bekende pedagoog gaf in De Telegraaf de ouders de schuld: dat kwam er nou van als je niet streng genoeg opvoedde. “De klappen die de ouders verzuimd hebben uit te delen, moeten dan maar door de gummilat van de politie worden gegeven.” Sommige commentatoren dachten dat het wel weer over zou gaan. Rock ‘n’ Roll was toch geen muziek ? Maar het ging niet over. De muziekrage en de relletjes waren de eerste tekenen van een nieuwe tijd. Een tijd waarin alles leek te veranderen.

Enkele bekende zangeressen

Edith Piaf

(1915-1963)

Edith Piaf werd als Edith Giovanna Gassion op 19 december 1915 geboren in een arme wijk van Parijs. Al op jonge leeftijd assisteerde ze haar vader bij voorstellingen. Op 15-jarige leeftijd verliet ze haar vader om zelf op straat op te treden. Ze werd ontdekt in 1935 door nachtclubeigenaar Luis Leplée, die haar ook voorzag van haar beroemde bijnaam “la môme Piaf” (de kleine mus). In de Gernys geeft ze onder grote publiciteit van Leplée haar eerste echte optreden, met in het publiek enkele beroemde schrijvers en acteurs. Vanaf dit eerste optreden is ze al mateloos populair, en datzelfde jaar nog neemt ze haar eerste twee platen op.

Edith wist als geen ander haar tragische (liefdes-) leven te vatten in hartverscheurende ballades. Nadat Piaf verdacht werd van de moord op deze Leplée, ging het bergafwaarts met het succes van Edith. Zakenman en tekstschrijver Raymond Asso nam haar onder zijn hoede, gaf haar de artiestennaam Edith Piaf en zorgde ervoor dat Edith een ongekend succes werd. De twee beginnen een stormachtige liefdesrelatie, ook al is Asso getrouwd. Onder zijn management trekt ze volle zalen en de geldproblemen verdwijnen als sneeuw voor de zon. In 1939 verlaat ze Asso voor Paul Meurisse, een rijke acteur die haar laat kennismaken met de chicste rangen. In de oorlogsjaren die daarop volgen heeft Edith veel wisselende maar nooit bevredigende relaties. Wel leert ze volgens haar de liefde van haar leven kennen: de getrouwde bokser Marcel Cerdan, die tragisch genoeg sterft in een vliegtuigcrash als hij naar haar toe vliegt. Na de oorlog breidt haar roem zich ook buiten Frankrijk uit en treedt ze overal in Europa op. Ze wordt een internationaal gevierde ster. Op haar beurt zet ze zich in voor aanstormende talenten die ze onder haar vleugels neemt, waaronder Charles Aznavour, Yves Montand en Les Compagnons de la Chanson. In 1951 geraakt ze echter aan de drank, omdat ze de pijn wil stillen van haar gebroken arm en ribben na een vreselijk auto-ongeluk. Ze schuimt bars af en pikt vreemde mannen op uit eenzaamheid. Haar huwelijk in 1952 met Jacques Pills, een songwriter, maakt haar drankzucht er al niet veel kleiner op aangezien hij zelf alcoholicus is. Toch zou het haar beste en meest liefdevolle relatie worden, ook al scheiden ze vijf jaar later. Twee jaar later trouwt ze nog eens met de twaalf jaar jongere Griekse Theo Sarapo, een zanger en kapper, met wie ze af en toe samen optreedt. In 1960 schrijft ze het wondermooie “Non, je ne regrette rien“, een van de mijlpalen in de muziek van Frankrijk.

Terwijl de gezondheid van Piaf snel achteruit ging, bleef ze optreden. Uiteindelijk belandde ze door haar kanker in coma en overleed. Edith Piaf wordt onder grote belangstelling begraven op het kerkhof Père Lachaise in Parijs. Haar graf is een van de meest bezochte graven van deze begraafplaats. Er is ook een museum aan haar gewijd, het Musée Edith Piaf. Het museum gevestigd in het oude appartement van Edith Piaf. Ze was een van de meest geliefde zangeressen van Frankrijk.

Dinah Shore

(1916-1994)

Dinah Shore werd geboren als Frances Rose Shore op 29 februari 1916 en was een Amerikaanse zangeres, actrice en TV – persoonlijkheid. Ze was zeer populair tijdens de Big Band periode in de jaren veertig en vijftig. In 1942 had Dinah haar eerste grote hit met “Blues in the night“, er werden er meer dan 1 miljoen van verkocht. In 1944 had ze haar eerste nummer 1 hit in Amerika met “I’ll Walk Alone“. Ze ontwikkelde zich tot de populairste zangeres van Amerika en dat opende de deuren naar Hollywood voor haar. In 1944 maakt ze haar eerste film. Dinah acteerde in films als: “Such as Follow the Boys” en “Up in Arms” (beide in 1944), “Belle of the Yukon” (1945).

Ook leende Dina haar muzikale stem aan twee Disney films. Daarna volgden nog: “Make Mine Music” (1946) en “Fun and Fancy Free” (1947). Haar laatste filmrol was in “Aaron Slick from Punkin Crick” (1952), met Alan Young en Metropolitan Opera ster Robert Merrill. In de jaren vijftig steeg haar populariteit door de op de TV vertoonde ‘Dinah Shore show’ die liep tot 1963. Shore won negen Emmy’s, een Peabody Award en een Golden Globe. Dinah bleef actief tot 1994.

Vera Lynn

(geboren 1917)

Vera Lynn werd in 1917 geboren als Vera Welch in East Ham, toen een deel van Essex, nu vallend onder Groot-Londen. Ze kwam uit een typisch Brits arbeidersgezin met hechte banden met grootouders, ooms en tantes. Ze is zeven jaar als ze voor het eerst optreedt in een ‘working men’s club’, een sociëteit voor arbeiders. Als ze 15 jaar is, wordt ze ontdekt door een bandleider. inmiddels noemt ze zich Vera Lynn, de meisjesnaam van haar oma. Eind jaren dertig gaat het erg goed met Vera Lynn. Ze treedt overal op in het land, zingt in radioshows en heeft al een paar platen uitgebracht.

De gevreesde domper op haar carrière door het uitbreken van de oorlog blijft uit. Integendeel. “Mijn stem en het soort liedjes dat ik graag zong, sloten juist goed aan bij de sfeer van die tijd.” In het najaar van 1939 neemt ze “We’ll meet again” op, dat een hit wordt.

Na de oorlog doet Vera Lynn het aanvankelijk rustig aan. Onder meer omdat ze haar dochter Virginia krijgt. Maar na een paar jaar zet ze haar carrière voort. Ze heeft nog verschillende hits en treedt in de hele wereld op. In 1975 wordt ze in de adelstand verheven, zodat ze zich Dame Vera Lynn mag noemen. Tot ver in de jaren zeventig staat ze op de podia. “Ik kan terugkijken op een rijk leven”, zegt ze terwijl ze albums laat zien vol foto’s van ontmoetingen met de groten der aarde. “Het stemt me dankbaar dat ik ‘the voice of an era’ genoemd word. Maar het was toeval dat het zo gelopen is. Ik was op de juiste tijd op de juiste plaats.”

Jo Stafford

(1917-2008)

De carrière van Jo Stafford begon in de jaren dertig. Terwijl ze nog op de middelbare school zat, studeerde ze klassieke muziek, met als doel om later een professionele klassieke sopraan te worden. Vijf jaar later gaf ze deze studie op, en sloot zich aan bij haar twee oudere zussen die een countrymuziek act hadden. Gedrieën vormden zij de zanggroep The Stafford Sisters. Die Staffords Sisters namen ook deel aan de muziek van de films “Damsel in Distress” en “Alxander’s Ragtime Band”. Toen haar zusters trouwden viel de band uiteen. Na een tijdje ging ze op de radio als freelancer aan de slag met een vocale groep, the Pied Pipers, deze groep bestond uit zeven personen en werd snel populair bij lokale radiostations.

In 1939 kwamen ze bij het orkest van Tommy Dorsey en brachten daarbij de groep terug tot een kwartet. Bij Dorsey had Jo ook haar eerste solosuccessen. Toen de Pied Pipers in 1942 Dorsey verlieten, brak ze al snel door als één van de grootste sterren van de jaren ’40. Ze trouwde met ex-Dorsey arrangeur Paul Weston, die uiteindelijk haar muzikale alter ego werd. Tussen een lange rij hits door, maakte Jo met haar echtgenoot ook een aantal albums onder de naam “Jonathan and Darlene Edwards”, waarin ze op geniale én ludieke wijze vals- zingende en spelende amateurs imiteerden. Jo Stafford was één van de meest populaire zangeressen in de jaren ’40 en ’50. In Nederland kende men Jo vooral van het nummer, “Thank you for calling“, (1954) dat begon met het rinkelen van een telefoon.

Kay Star

(geboren 1922)

Kay Starr werd geboren als Katherine Laverne Starks, is een Amerikaans pop- and jazz-zangeres die vooral succes had in jaren vijftig. Haar bekendste nummers zijn “Wheel of Fortune” (1952) en “The Rock And Roll Waltz” (1956). Starr zong ook als één van de eerste vrouwen country and western nummers. Kay Starr is nog altijd actief.

Ze is zes keer getrouwd en heeft een dochter.

Rosemary Clooney

(1928-2002)

Rosemary Clooney werd op 23 mei 1928 geboren in Maysville, Kentucky. Ze groeide op in een katholiek gezin met drie kinderen waarvan de vader een notoire alcoholist is. Dat heeft grote gevolgen voor het gezin. Wanneer Rosemary vijftien jaar is, vertrekt haar moeder met haar broertje Nick naar Californië. Rosemary blijft bij haar vader wonen, samen met haar jongere zusje Betty. Met Betty zet zij ook haar eerste stappen in de muziek. In 1941 winnen de zusjes Clooney een talentenjacht, die is georganiseerd door het radiostation WLW in Cincinatti. Als gevolg daarvan komt de zusjes Clooney in contact met de orkestleiders Barney Rapp en Tony Pastor. Als zangeres van Tony Pastor’s Big Band neemt Rosemary in 1946 haar eerste plaatje op.

In 1949 sluit zij een platencontract met Colombia Records. Anderhalf jaar later boekt Rosemary haar eerste succes wanneer het door haar gezongen liedje “Come On-a My House” een nummer 1-hit wordt. Begin jaren vijftig heeft Rosemary grote hits als “From This Moment On”, “If Teardrops Were Pennies”, “Half As Much“, “Hey There“, “This Ole House” en “Mambo Italiano“. In 1952 neemt zij enkele duetten op met Marlene Dietrich. Twee jaar later is Rosemary naast Bing Crosby, Danny Kaye en Vera-Ellen één van de grote sterren in de film “White Christmas”. Met Bing Crosby sluit zij een hechte vriendschap die leidt tot gezamenlijke optredens in radio- en tv-programma’s, een concerttour en nieuwe films. Halverwege de jaren vijftig is Rosemary een beroemd en zeer geliefd zangeres en actrice. Wanneer Rosemary trouwt met José Ferrer, en  vijf kinderen krijgt die zij zo goed mogelijk probeert op te voeden, merkt ze dat moederschap en een carrière als gevierd zangeres nauwelijks kan combineren. Een scheiding van Ferrer is het gevolg. Rosemary wordt depressief en raakt verslaafd aan drugs. Haar depressiviteit verergert nadat zij op 5 juni 1968 getuige is geweest van de moordaanslag op haar goede vriend Robert F. Kennedy, die zij vergezelt tijdens diens campagne voor de presidentsverkiezingen. Het duurt tot 1976 voordat Rosemary zichzelf enigszins weet te hervinden en haar carrière kan voortzetten. In 1977 brengt Rosemary een jazzalbum uit dat goed wordt ontvangen door de pers en het publiek. Er volgen nog veel meer succesvolle jazzplaten. In 2002 wordt Rosemary onderscheiden met een Grammy Lifetime Achievement Award voor haar complete oeuvre. Nog datzelfde jaar overlijdt zij aan de gevolgen van longkanker.

Caterina Valente

(geboren 1931)

Caterina wordt in 1931 geboren in Parijs als kind van Italiaanse ouders. Ze trouwt later met een Duitser. Ze was een grote ster in het Duitsland van de jaren vijftig, in eerste instantie als actrice, in tweede instantie ook als (schlager) zangeres. Caterina was in Nederland enorm populair in de jaren vijftig en begin jaren zestig. Samen met haar broer Silvio Francesco was ze ook succesvol in het theater, de film en later op tv. Caterina begon als zangeres en danseres bij het circus Grock en maakte in 1953 haar eerste platenopnamen als zangeres van het orkest Kurt Edelhagen.

In 1955 staat ze in Nederland in de hitparade met achtereenvolgens “Malaguena“, “The breeze and I“, “Siboney“, “Baiao Bongo” en “Fiesta Cubana”. In 1957 stapt ze over naar Decca. Daar wordt ze begeleid werd door het RIAS dansorkest van Werner Müller. “Tschau, tschau Bambina”, de Duitse vertaling van Domenico Modugno’s San Remo-hit “Piove”, wordt in Nederland in 1959 nr. 1 en staat 6 maanden in de hitparade. Op 21 november 1959 werd in het Chicago-theater aan de Rechtestraat aan Caterina Valente een gouden plaat uitgereikt ter gelegenheid van de verkoop van 100.000 singeltjes van “Sweetheart, my darling, mijn schat”.

Tot 1963 staat ze in de Lage Landen bijna onafgebroken in de hitparade met al of niet originele Nederlands- en Duitstalige nummers. Aan het einde van de jaren zestig, als haar ster in Europa begint te tanen, trekt ze naar de Verenigde Staten. Perry Como droeg in 1962 het nummer “Catharina” aan haar op. In de jaren zestig treedt ze regelmatig op in Duitse tv-shows, daarna wordt het stil rond Caterina.

Wanda Jackson

(geboren 1937)

Wanda Jackson wordt soms de eerste vrouwelijke Rock ‘n’ Rollzangeres genoemd. Ze begon bij Decca in 1954 en tekende een contract bij Capitol in 1956. Wanda Jackson was een begenadigd zangers en een fantastische performer. Jackson zat nog steeds op de ‘High School’ toen countryzanger Hank Thompson haar hoorde zingen in een programma op de radio in Oklahoma City en hij vroeg haar of ze wat opnamen wilde maken met zijn band. Ze ontmoette Elvis Presley, die haar aanmoedigde het gospel genre, waarmee ze sinds haar jeugd optrad, te verlaten.

In het midden van de jaren vijftig werd Wanda Jackson vaak gezien samen met Elvis Presley; ze droeg zelfs een tijdje zijn ring. Op aansporing van de King of Rock ‘n’ Roll maakte ze een artistieke overstap naar de veel wildere Rock ‘n’ Roll. Wanda Jackson ontwikkelde haar eigen distinctieve geluid en trad op in een variëteit van genres, van volkse traditionele liedjes tot country en suggestieve ballades. Haar grootste wereldwijde hits zijn natuurlijk “Let’s Have A Party” (1960), “Funnel Of Love” (1961) en “Fujiyama Mama“. In april 2009 werd Wanda Jackson opgenomen in de Rock and Roll Hall of Fame.

Connie Francis

(geboren 1938)

Connie Francis wordt in 1938 geboren als Concetta Rosa Maria Franconero. Als ze tien jaar is, treedt zij voor het eerst op voor de televisie in een talentenshow. Daarna wordt zij een vaste gast in dit programma met een repertoire van kinderliedjes en ballades van voor de oorlog. De producer van de talenten show, George Scheck, bezorgt haar een platencontract. Op zijn advies veranderde ze haar naam in Connie Francis. Met haar eerste single “My Sailor boy” scoorde Connie een eerste bescheiden hit. Door het optreden in de muziekfilm “Disc Jockey Jamboree” wordt zij bij een groot publiek bekend.

Dankzij de populariteit van deze film wordt haar volgende single, “Who’s Sorry Now” een grote hit in Amerika en Europa. In 1959 levert ze een geweldige prestatie. Ze staat dan maar liefst met negen hits in de Amerikaanse hitlijsten, waaronder zich klassiekers als “Frankie, Among My Souvenirs”, “God Bless America“, “My Happiness” en “Lipstick On Your Collar” bevinden. 1960 scoort ze in Amerika haar eerste nummer 1 hit met “Everybody’s Somebody’s Fool“.

Deze single vliegt over de hele wereld de winkels uit. Er breekt een drukke tijd aan voor Connie. Ze heeft het ene tv-optreden na het andere, ze geeft concerten over de hele wereld en speelt ze in diverse tienerfilms waardoor ze nog populairder wordt. De opkomst van de Britse popmuzikanten in Amerika doet Connie besluiten om van muzikale stijl te veranderen. Ze vertolkt liedjes in allerlei andere talen, waaronder het Frans, Italiaans, Spaans, Duits en zelfs Japans.

In 1963 en 1964 bewijzen hits al “When Du Gehst”, “Barcelona In Der Nacht” en “Blue Winter” dat Connie met gemak standhoudt tussen het popgeweld. Ze treedt vier maal in het huwelijk die allen eindigen met een scheiding. Zelf noemt ze de afgebroken relatie die zij op jonge leeftijd had met zanger Bobby Darin de grootste teleurstelling in haar liefdesleven. Ze had met Darin willen trouwen maar dat werd verboden door haar vader, die Darin onder bedreiging van een pistool liet weten dat hij nooit meer contact mocht hebben met de toen 17-jarige Connie. In 1974 wordt Connie na afloop van een optreden aangerand door een onbekende dader. Ze raakt depressief en belandt in een diepe persoonlijke crisis. Tot overmaat van ramp wordt in 1981 haar geliefde broer George vermoord. Ondanks alle tegenslagen weet Connie Francis zich te herpakken. Sinds 1989 treedt zij weer op, zij het onregelmatig. Nog steeds wordt Connie Francis beschouwd als het prototype van de vrouwelijke popster. Wereldwijd zijn meer dan 70 miljoen platen van haar verkocht.

Brenda Lee

(geboren 1944)

Little Miss Dynamite, Brenda Lee, wordt op 11 december 1944 geboren in Atlanta (Georgia), als Brenda Mae Tarpley. Zij groeit op in een arm gezin, waarvan beide ouders als ongeschoolde arbeiders constant op zoek zijn naar werk. Gedurende haar jeugd woont Brenda in diverse kleine huurwoninkjes zonder water en elektriciteit. De enige luxe waarover de familie beschikt, is een kleine radio met batterijen. Van jongs af aan zingt Brenda alle liedjes mee die zij op de radio hoort. Wanneer zij zes jaar is, wint ze haar eerste talentenjacht.

De hoofdprijs bestaat uit een jaar lang optreden voor de lokale radio. Het geld dat zij daarmee verdient, vormt een welkome aanvulling voor de huishoudpot. Wanneer haar vader in 1953 overlijdt, wordt Brenda zelfs even kostwinner van de familie. Lee brak door in de muziek- en showbusinesswereld in februari 1955, toen ze verscheen op een radiostation uit Swainsboro, om Red Foley te zien in Augusta. Een diskjockey uit Augusta haalde Foley over om naar Lee te luisteren voor zijn show zou beginnen. Foley was onder de indruk van de tienjarige meid met de krachtige stem en liet haar het nummer “Jambalaya” zingen tijdens de show. Tussen 1958 en 1965 scoorde Lee haar grootste hits.

Hits van Lee tijdens die periode waren onder andere “Jambalaya“, “Sweet Nothin’s“, “I Want to Be Wanted“, “All Alone Am I“, “Break It To Me Gently” en “Dum Dum“. Lee scoorde een hit met het kerstnummer “Rockin’ Around the Christmas Tree” uit 1958, haar meest verkochte single. In 1960 scoorde ze een nummer 1-hit met “I’m Sorry“, dat in de Billboard Pop Chart stond. Het was haar eerste gouden single. Lee’s laatste toptien single was in 1963: “Losing You“. In de jaren zeventig is Brenda Lee weer succesvol in het country genre. Lee is nog steeds actief, hoewel niet zoals vroeger. Nu en dan geeft ze nog eens optredens. In 2004 verscheen haar autobiografie: “Brenda Lee: Little Miss Dynamite”.

Vrouwengroepen

The Andrew Sisters

Met hun karakteristieke stemgeluid en swingende nummer 1-hits als “Rum And Coca Cola” en “Bei Mir Bist Du Schön” waren The Andrew Sisters het meest populaire Amerikaanse damestrio uit de eerste helft van de 20ste eeuw. De typische close harmony swingstijl van The Andrew Sisters luidde een nieuwe muzikale trend in, die tot op de dag van vandaag navolging heeft. De zusjes, LaVerne Sophie (1911-1967), Maxene Angelyn (1916-1995) en Patricia Marie ‘Patty’ Andrews (1918) waren dochters van de Griekse restauranthouder Peter Andrews en zijn Noors Amerikaanse vrouw Olga. Ze groeiden op in Minneapolis (Minnesota) en hielpen hun vader in diens restaurant ‘Pure Food Cafe’.

Onder invloed van hun moeder, die gek was op zingen, ontwikkelden de zusjes een voorliefde voor muziek. Naar voorbeeld van de in die tijd populaire Boswell Sisters richtten zij in 1925 hun eigen zanggroepje op. In 1930 wonnen The Andrew Sisters hun eerste talentenjacht. In de zomer van 1937 traden The Andrew Sisters drie keer per week op in Hotel Edison. De optredens werden uitgezonden op de locale radio, waar platenbaas Jack Kapp van Decca Records tijdens een taxiritje naar zat te luisteren. Ter plekke besloot hij The Andrew Sisters een platencontract aan te bieden.

Nog datzelfde jaar brengen The Andrew Sisters de single “Just A Simple Melody” uit. Het plaatje flopt genadeloos, maar in 1938 begint het succes hen toe te lachen. Dat gebeurt wanneer The Andrew Sisters het liedje “Bei Mir Bist Du Schön” op plaat zetten. Na de oorlog blijven The Andrew Sisters onverminderd populair. In de jaren vijftig treden ze overal ter wereld op en scoren tientallen hits, waaronder enkele met Bing Crosby, Les Paul, Burl Ives, Danny Kaye, Carmen Miranda, Guy Lombardo, Ernest Tubbs, en het orkest van Glenn Miller.

Tevens traden The Andrew Sisters ook in 17 films op, meestal zichzelf uitbeeldend. Enkele voorbeelden van titels waren: “In the Navy”, “Buck Privates” en “Follow the Boys’’. In 1954 verliet Patty de groep om een solocarrière te beginnen, een jaar later gevolgd door Maxene. Maar het zou slechts een kort uitstapje zijn want in 1956 was het trio weer compleet om verder de wereld met hun ontelbare successen te veroveren. In september 1966 traden ze voor het laatst op in The Dean Martin Show. In oktober 1987 komen Maxene en Patty naar Hollywood waar The Andrew Sisters een ster krijgen op de beroemde Walk Of Fame.

Alice en Ellen Kessler

De zingende zusjes Alice en Ellen Kessler worden op 20 augustus 1936 geboren in het Duitse Nerchau, een plaats in de deelstaat Saksen (toenmalige Oost-Duitsland). Deze eeneiige tweeling hebben muzikaal aangelegde ouders en die sturen de tweeling op zesjarige leeftijd naar de balletschool. Eind jaren veertig (1947) gaan ze bij het kinderballet van de Leipziger Opera.

Vijf jaar later vlucht de familie Kessler naar West-Duitsland en de tweeling begint aan een revuecarrière in Düsseldorf. Tussen 1955 en 1960 treden ze geruime tijd op in het Lido in de Franse hoofdstad Parijs.

Ook in Italië zijn ze succesvol. In 1959 nemen ze voor West-Duitsland deel aan het Eurovisie Songfestival met “Heute abend wollen wir tanzen gehen“. Met hun inzending eindigen ze op een achtste plaats en dit op een totaal van elf deelnemers. Sinds de jaren vijftig spelen ze in veel films en zijn ze regelmatig te zien in heel wat shows, bovendien hadden ze ook een eigen televisieprogramma. Tussen 1962 en 1986 hebben ze in Italië gewoond. Toen ze 40 jaar waren verschenen ze in de Italiaanse playboy, die in korte tijd uitverkocht was. Sinds 1986 wonen ze in het Duitse Grünwald en in 2007 waren ze nog te gast tijdens de Duitse selectie voor het Eurovisie Songfestival. In 2009 toerden zij samen met Hugo Strasser, Max Greger, Bill Ramsey en de SWR Big Band door Duitsland voor een aantal jazzconcerten.

De opkomst van de meidengroepen

In de late jaren vijftig en het begin van de jaren zestig werden meidengroepen, vaak door producers of platenmaatschappijen samengesteld, gebruikt als presentatie voor het nieuwe materiaal van hun tekstschrijvers.  Het geluid van veel vroege Rock ‘n’ Roll meidengroepen werd gekenmerkt door Phil Spector’s Wall of Sound productie: Een dikke laag van instrumenten (drums, gitaar, bas, blaasinstrumenten en vaak een exotisch element, zoals het klokkenspel gecombineerd met meisjesachtige vocalen, die eenvoudige teksten zingen over de emoties van tieners in die tijd. Andere groepen, zoals The Chiffons uit New York City, hadden wat behoudender arrangementen, terwijl de Motown groepen in die periode de typische Motown arrangementen gebruikten.   

The Chordettes

The Chordettes werden in 1946 opgericht als vrouwelijke folkgroep, evolueerden naar close harmony samenzang, en bleken zich in de tweede helft van de jaren ’50 met verbazingwekkend gemak te kunnen aanpassen aan de Rock ‘n’ Roll, vaak via covers van Rock ‘n’ Roll en Rhythm & Blues songs zoals hun vrouwelijke antwoord op Charlie Brown van The Coasters, “A Girl’s Work Is Never Done” (1959). Hun eerste hit was “Mr. Sandman” (1954), hun bekendste liedje wellicht “Lollipop” (1958), een cover, want het origineel, ook uit 1958, is van het duo Ronald & Ruby. Nog enkele nummers van The Chordettes:  “Eddie My Love” (1956), en “Born To Be With You” (1956).

The Chordettes traden op de radio op voor Alan Freed, zaten op 5 augustus 1957 in de allereerste American Bandstand die landelijk werd uitgezonden op de televisie, en waren ook te zien bij Ed Sullivan. In totaal haalden ze tussen 1954 en 1961 dertien keer de hitlijsten. De op 6 februari 1926 geboren Nancy Swain kwam in 1957 bij The Chordettes ter vervanging van Janet Ertel, die stopte met toeren maar wel bleef opnemen met de groep. Nancy Swain bleef bij The Chordettes tot die het begin jaren ’60 voor gezien hielden nadat oprichtend groepslid Jinny Osborn Lockard opstapte en ze geen geschikte vervangster vonden. Eind jaren ’80 kwamen The Chordettes opnieuw bij elkaar in de bezetting Lynn Evans (die in 1952 bij de groep kwam), Nancy Swain, haar zus Jean Swain, en nieuwe Chordette Doris Alberti. Uit die periode dateert een live registratie gemaakt in Branson, Missouri. In 1997 stopten ze er definitief mee.

The Shirelles

De populairste groep was The Shirelles (“Will You Love Me Tomorrow“, 1961), wier belang alleen al blijkt uit het feit dat The Beatles op hun debuutalbum liefst twee liedjes van hen opnamen. De meidengroep The Shirelles werd opgericht in 1958. De leden van het kwartet waren Shirley Owens, de belangrijkste zangeres, later bekend als Shirley Alston, Doris Coley, later bekent als Doris Kenner Jackson, ze zong lead op “Dedicated To The One I Love” (1961), “Welcome Home Baby”, “Blue Holiday” een aantal b kanten en het album “Cuts”.

The Shirelles hadden een gat in de markt ontdekt: jonge vrouwen. Die kochten de meeste platen, maar waren niet dol op soloartiesten als Connie Francis. Die werden als concurrenten beschouwd, maar wanneer zangeressen samen zongen, was er geen probleem. The Shirelles waren actief tot 1982.

The Ronettes

Estelle en Veronica Bennett richtten in 1959 met hun nicht Nedra Talley de meidengroep The Darling Sisters op, die hun carrière begonnen als een van de huisbands in Joey Dee’s Peppermint Lounge in New York. Een contract met Colpix Records leidde in 1961 tot de naam The Ronettes en diverse singles, maar niet tot succes. Estelle versierde een auditie met producer Phil Spector die tekende voor zijn Philles label, en de eerste Philles single, “Be My Baby“, steeg in 1963 gelijk naar de tweede plaats in de hitparade. Opvolgers als “Baby I Love You” en “Walking In The Rain” (waarvoor Spector een Grammy Award won voor Best Sound Effects).

Vandaag de dag beschouwd als klassiekers, maar haalden een jaartje later echter de Top 20 al niet meer, hoewel The Ronettes in Engeland toerden met The Rolling Stones, en in Amerika met The Beatles. Drie latere singles als “The Ronettes Featuring Veronica” wisten niet door te dringen tot de Top 50. Ook de LP Presenting “The Fabulous Ronettes Featuring Veronica” haalde in 1964 niet het gehoopte succes. Eind 1966 hielden The Ronettes op te bestaan. De laatste keer dat de originele Ronettes samen op één podium stonden was toen ze op 12 maart 2007 werden opgenomen in de Rock ‘n’ Roll Hall Of Fame.

The Crystals

Da Doo Ron Ron” 1963 was een hit single van The Crystals, geproduceerd door Phil Spector in zijn Wall of Sound-stijl. Het lied werd geschreven door Jeff Barry, Ellie Greenwich en Spector, en bereikte de 3e plaats op Billboard’s Hot 100. The Crystals, een zingende groep uit het gebied van de New York City, waren een van de meest succesvolle meisjesgroepen van de vroege jaren 1960, de beste hit singles “He’s A Rebel“, “Da Doo Ron Ron”, “Then he kissed me”, “Uptown” en “One fine day”.

The Chiffons

In 1960 werd in the James Monroe Highschool in New York The Chiffons opgericht. De leadzangeres was de veertien jaar oude Judy Graig (1946), ze vormden samen met Patricia Bennett (1947) Barbera Lee (1944) The Chiffons. Ronnie Mack werd hun manager. Later kwam Sylvia Peterson(1946) bij de groep. In 1963 hadden The Chiffons een nummer 1-hit in de Verenigde Staten met het nummer “He’s So Fine“. Ze traden op in Tv-programma’s als Hullabaloo en Shindig.

Er volgden nog meer singels zoals: “Tonight I Met an Angel“, “Sailor Boy” en “What Am I Gonna Do With You”, maar pas in 1966 scoorden The Chiffons weer een grote hit met “Sweet Talkin’ Guy“. Op 11 februari 1964 waren als openingsact bij het eerste concert van The Beatles in Washington Memorial Coliseum en in juni van datzelfde jaar waren ze de openingsact voor het eerste concert van de Rolling Stones in Amerika.

The Marvelettes

Glydis Horton en Georgie Dobbins vormden de Casiyets (of kan niet zingen Yets), zo genoemd omdat ze niet overtuigd waren van hun zangcapaciteiten, met als backvocalisten, Georganna Tillman, Wyanetta Cowart en Katherine Anderson. In 1961 deden ze mee aan een talentenjacht op de Inkster High School onder de naam The Marvels en eindigden als vierde. Hoewel alleen de eerste drie winnaars een auditie wonnen voor de Motown platenmaatschappij werd voor The Marvels een uitzondering gemaakt, ook zij mochten auditie doen.

Hun eerste grote hit werd: “Please Mister Postman” (1961). Het nummer stond veertien weken op nummer een. De opvolger “Twistin’ Postman” werd uitgebracht met het oogmerk om te profiteren van de twistdansrage, maar bereikte geen hoge positie in de hitlijsten. Ondanks dit waren de The Marvelettes populair en gingen vaak op tournee. Tegen 1964 werd de groep geconfronteerd met grote concurrentie zoals The Surpremes, Martha & The Vandella’s, maar ook de Britse Popinvasie.

De eerste opmerkelijke hit na meer dan twee jaar kwam eind 1964 met “Too Many Fish In The Sea“, een Holland-Whitfield compositie. Er kwam verandering in de samenstelling van de groep en in 1970 hield de groep op te bestaan door interne conflicten en desinteresse van platenmaatschappij Motown. In 2007 werden The Marvelettes ingehuldigd in de Michigan Rock and Roll Hall of Fame Legends.

Bronnen:

Muziekencyclopedie OOR

Hitdossier 1958-1990

David McCarthy, De gouden jaren van de Rock

25 Jaar pop Muziek Lekturama

Radio Nostalgia

Wikipedia

Eigen knipselarchief

Ga naar het vervolg van dit hoofdstuk (Buitenlandse muziek in de jaren 50)

Terug naar het overzicht van de Jaren 50

 

 


X

We gebruiken cookies om er zeker van te zijn dat u onze website zo goed mogelijk beleeft. Als u deze website blijft gebruiken gaan we ervan uit dat u dat goed vindt. Meer informatie

Wij gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website voor de bezoeker beter werkt. Daarnaast gebruiken wij o.a. cookies voor onze webstatistieken.

Sluiten