De ezel is een beest,
[ia ia]
dat’s altijd dom geweest.
[ia ia]
Het heeft zich met z’n poten
aan een steen gestoten.
Een keer, twee keer, maar de derde keer niet meer.
Nu stootte ik me drie keer,
ik deed m’n bolletje pijn.
Zeg, zou ik nu nog dommer dan die domme ezel zijn?
Zeg, zou ik nu nog dommer dan die domme ezel zijn?

Bron: Tiental 1950, Broekhuizen.
De bladmuziek is hier te downloaden. Met dank aan Bob Schreuder voor het toesturen.