
Een jongen die naar school ging om te leren,
Wou het roken proberen, tralalala.
Hij ging terstond sigaren kopen,
Toen dapper aan ’t roken, tralalala.
Maar thuis gekomen,
Was hem iets overkomen,
Hij had al in zijn broek getralalalalalalaat.
Maar thuis gekomen,
Was hem iets overkomen,
Hij had al in zijn broek getralalalalalalaat.