Home / Liedjes / Jans Pommerans (uit Nieuwerschans)

Jans Pommerans (uit Nieuwerschans)

(George Hofmann 1924)

In Nieuwerschans daar was een meid
Een levend spook van magerheid
Een lange dunne rariteit
Een paling van een meid
Ze kon wel door een lampeglas
Als je d’r aankeek wist je pas
Wat voor, opzij, of achter was
Een ieder zei: ‘ ’t Is kras!’

Refrein:
Jans Pommerans uit Nieuwerschans
O wat een spriet, wat een niet, wat een lat
Jans Pommerans uit Nieuwerschans
O wat een plank van een meid is dat

Wanneer ze langs de wegen liep
Gebeurde het dat iemand riep
Daar gaat een Zuiderzee-poliep
Van ’t voorhistorisch typ
De boerenpaarden werden mal
Van schrik en vluchtten naar de stal
De dienders brulden luid ‘sta pal!’
Daar kruipt een reuzenkwal

Refrein

En als ze in haar ledikant
Ging rusten, sliep ze veilig want
Heur linkeroog en rechterhand
Bewaakten saam de rand
Heur benen trok ze aan d’r kin
D’r armen lei ze knopen in
En als een opgerolde spin
Sliep ze al blozend in

Refrein

Die lange dunne rare meid
Die heeft eens voor een korte tijd
Met een Amsterdamse kraai gevrijd
Dat was een stommiteit
De kraai had gauw genoeg van haar
En stuurde toen een ooievaar
Die kwam en zag en zei: Wat raar
Het is bepaald niet waar

Refrein

In Nieuwerschans daar is een meid
Die eenzaam op haar nagels bijt
En stiekem in d’r eentje schreit
Omdat ze heeft gevrijd
Die kraaienspruit die is nog klein
Doch blijkt reeds muzikaal te zijn
En zingt maar steeds tot haar chagrijn
Dit populair refrein:

Refrein

We gebruiken cookies om er zeker van te zijn dat u onze website zo goed mogelijk beleeft. Als u deze website blijft gebruiken gaan we ervan uit dat u dat goed vindt. Meer informatie

Wij gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website voor de bezoeker beter werkt. Daarnaast gebruiken wij o.a. cookies voor onze webstatistieken.

Sluiten