
Schommelen, schommelen, heen en weer
hoger en hoger, keer op keer
Stevig hou ik de touwen vast
als een matroosje in de mast
Broertje lief, broertje lief
duw maar voort
’t Is zo prettig op mijn boord
Net alsof ik de lucht in vlieg
in een heerlijk zachte wieg
Schommelen, schommelen heen en weer
minder, minder keer op keer
Losjes hou ik de touwen vast
Wip, daar springt matroosj’ uit de mast