
Weet je wel waar de kaboutertjes wonen?
Ver hier vandaan tussen varens en mos.
Ver van het zonnelicht onder de bomen
Wonen zij samen in ’t donkere bos.
Vosjaboo jaboo die woont er als koning.
Kabojahino die is koningin.
Er is een prachtig kabouterpaleisje.
Dat is die koning zo best naar zijn zin.
Jarenlang werkten de flinkste kabouters
Om het te maken van mos en van zand.
Toen was het klaar en je zult wel begrijpen:
Nu is het feest in kaboutertjesland.
Wou je gaan kijken, het zou je niet lukken,
Nee, je hoort helmaal niets van de pret.
Als de kaboutertjes dansen en springen,
Kindje, dan lig je al lang in je bed.