
De pennenbereider maakt uit de schachten of slagveren van bepaalde vogels penneschachten, die geschikt zijn om er schrijfpennen van te maken. Men gebruikte schachten of slagveren van verschillende soorten vogels: struisvogels, kalkoenen, eenden, raven, zwanen en vooral ganzen. De pennenbereidersknecht werkte bij een pennenbereider. In het bevolkingsregister van Leiden van 1795 komt ook als beroep voor: penne(n)snijder, d.w.z. degene die een punt aan een schrijfpunt sneed. Dit kon o.a. met de penne(n)snijder, waarmee een ganzenpen met een snede geschikt gemaakt kon worden voor schrijfpen.
Foto’s
Boven: Bundel gesneden rietpennen
Onder: Snijden van een ganzenveerpen
Illustratie uit het boek van Diderot