Straatzanger


Met dank aan Ilse Steel voor het sturen van de tekst




Straatzangers brachten eeuwenlang een scala aan liederen ten gehore, van moord- en rampliederen tot vaderlandse klassiekers, en van sentimentele krakers tot bijtende spotliederen. Deze liedjes werden niet alleen gezongen, maar verschenen ook als gedrukte liedbladen en kleine brochures die de zangers op straat verkochten. In de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw legden de verzamelaars Douwe Wouters (1876 – 1955) en Julius Moorman (1889 – 1974) twee collecties van deze liedbladen aan. Deze verzamelingen kwamen uiteindelijk terecht bij de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag en het Meertens Instituut in Amsterdam.

Van een straatzanger kon men tegen betaling van ongeveer een stuiver, een vers kopen dat dan voorgezongen werd. Op deze manier kon men de laatste nieuwtjes en schandalen uit dorp en stad te weten komen. Dat culturele instellingen de liedbladen pas laat gingen verzamelen en conserveren, is te wijten aan vooroordelen en geestelijke armoede. Over deze volkscultuur werd laatdunkend gesproken. Van den Berg gaf voorbeelden van kwalificaties waarmee straatzangers in vroeger tijden werden aangeduid: ‘Verminkte verzenlijmers zijn het, ongezouten ontuchtrijmers, luie schelmen zonder eer, lichte vogels zonder veer, lasteraars, jeneverkelen…’ Straatliederen gingen over het lot van de armste in de sloppenwijken en waren een aanklacht tegen huisjesmelkers en andere graaiers. Spot en parodie waren belangrijke ingrediënten. Ze gingen over het voor en tegen van nieuwe verschijnselen als spoorwegen, de fiets en de radio, over het plaatselijke maar ook het internationale nieuws. Moordliedjes appelleerden aan het moraliteitsbesef en werden ingeleid met waarschuwingen als: Denkt, zoo uw hebzucht Moord verwekt, Dat ‘t grootste kwaad dra wordt ontdekt.

390
Stoelenmatter
619
Suisse