liefde

Olga Rumke - 22-08-2016



Ik heb geen geld en geen juwelen,
voor het meesje waar ik zoveel van houd, geen woning om net haar te delen








Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *




6 reacties

  1. Luchtkastelen
    Luchtkastelen

    Mijn liefste, alle dagen
    Hoor ik jou steeds maar klagen
    ‘Wij zijn wel twee gelieven,
    Maar zonder perspectieven.’
    Ik kan jou nog niks geven,
    Om van en in te leven,
    Maar de twee laatste nachten,
    Heb ik in mijn gedachten
    Iets liggen fantaseren,
    Dat wil ik jou offreren;
    Een huis van rode stenen,
    Met klimop er om henen.
    Tot aan de vensters komen,
    De takken van de bomen,
    En rozen staan te geuren,
    Voor glazen serredeuren.
    ’n Grijze poes zit binnen,
    Op het kozijn te spinnen,
    En ’n kanariepietje,
    Zingt in de zon ’n liedje.
    Een tuin vol boerenbloernen,
    Waarin de bijtjes zoemen,
    En groen rnet witte hekjes,
    Schutten intieme plekjes,
    Die tot ’n zitje noden.
    ‘Voor deurwaarders verboden’,
    Staat ergens op ’n bordje,
    Jij in je keukenschortje,
    Brengt koffiewater aan de kook,
    En uit de schoorsteen kringelt rook.

    Ik heb geen geld en geen juwelen,
    Voor ’t meisje waar ik veel van hou,
    Geen woning om met jou te delen,
    Maar ik heb mooie luchtkastelen,
    En die zijn allemaal voor jou.

    Als jou dat soms te klein is,
    Niet chic genoeg en fijn is,
    Zit niet in de misère,
    Want ik maak gauw carrière,
    Dan maken we ’n potje,
    En kopen zo’n oud slotje.
    Dat laat ik restaureren.
    Als ’t klaar is, inviteren
    Wij ooms, tantes en neven.
    ‘k Wil jachtpartijen geven.
    We eten voortaan ossen,
    Uit onze eigen bossen.
    We hebben ophaalbruggen,
    Stoelen met rechte ruggen,
    En hoge stenen hallen,
    Waar stukken kalk uit vallen.
    ’s Nachts rammelen er knoken,
    ’n Voorvader komt spoken,
    Om ’t perkament te lezen.
    ’t Zal ome Toon wel wezen,
    Die is al bij z’n leven,
    Niet één nacht thuis gebleven.
    Men zal mij slotheer noemen,
    Mijn heldendaden roemen.
    Op feestelijke dagen,
    Zal ik ’n harnas dragen,
    En om de zeven jaren,
    Moet ik ten kruistocht varen,
    Alleen ’n paard is voor mij niets,
    Dat doe ik dan wel op de fiets.
    Ik heb geen geld en geen juwelen,
    Voor ’t meisje waar ik veel van hou,
    Geen woning om met jou te delen,
    Maar ik heb mooie luchtkastelen,
    En die zijn allemaal voor jou.

  2. Dit is de eerste regel van het refrein van het liedje “Luchtkastelen” van Wim Sonneveld.

    Zie voor de volledige tekst hier:
    http://www.songteksten.overtuin.net/liedjes/liedjes50/wim-luchtkastelen.html

    Groetjes,

  3. Dag Olga,
    Het liedje waar jij op doelt, heet Luchtkastelen.
    Het is oorspronkelijk van Louis Davids.
    Wim Sonneveld heeft het ook gezongen.
    Ik beschik over de bladmuziek.
    Desgewenst wil ik die jou per post of per e-mail doen toekomen.

  4. Wim Sonneveld, Luchtkastelen
    hier de hele tekst terug te vinden
    http://www.tigch.nl/sonneveld/luchtkastelen.htm
    In de bijlage bladmuziek

  5. Hallo Olga
    dit is wat ik vond, zie bijlage.
    Groetjes

  6. Dit liedje is van Louis Davids uit 1933 en het heet: Luchtkastelen.
    Ik zal het in de bijlage meesturen.
    Veel plezier ermee.

We gebruiken cookies om er zeker van te zijn dat u onze website zo goed mogelijk beleeft. Als u deze website blijft gebruiken gaan we ervan uit dat u dat goed vindt. Meer informatie

Wij gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website voor de bezoeker beter werkt. Daarnaast gebruiken wij o.a. cookies voor onze webstatistieken.

Sluiten