Voetbalstadion

Fred Aijtink - 26-12-2013


Auteur tekst: Jan de Bakker
Op de melodie van: Voetbalmatch
Auteur muziek: Louie

Jan de Bakker heb me zondag meegenomen naar een wedstrijd in het voetbalstadion. Nou had ik al iets gehoord van Theo Koomen, maar het knokken dat begon al op ’t station. Onze klubvlag wilde ze in stukken snijden…








Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *




4 reacties

  1. Staat op een single van Jan Blaaser, de B-kant is “kom naar Amsterdam”. Ik heb het eventueel op MP3 (het 45-toerenplaatje doe ik niet weg).

  2. De laatste regel… het voetbal zelf daar schijnt niet veel aan te zijn.

  3. De teks van Loui Davids is mij ook bekend, echter het gaat om een andere tekst zoals eerder beschreven.

  4. De Voetbalmatch – Louis Davids

    Jan de Bakker had mij zondag uitgenodigd,
    Voor een wedstrijd tussen Ajax en Blauw Wit.
    Nou die slome heb er eer mee ingelegen,
    Je wordt koud mens, als je daar te knijsen zit.
    Ik heb nooit geweten dat ik zo sportief was,
    Want nou ja, van voetbal wist ik nog niet veel,
    Maar zo nou en dan docht ik dat ik het aflee,
    Want de zenuwen die zaten in mijn keel.

    Twintig knullen in d’r Jansen en Tilanus,
    liepen los in het midden op een grasveld rond.
    Wassen beelden mens, om zo rauw in te bijten,
    Af en toe dan kwam het water in mijn mond.
    Ik zat zonder erg dat snoepgoed aan te kijken,
    En ik wist niet dat het al begonnen was.
    Eensklaps riep de bakker: ‘Goal!’ en van emotie
    Vielen al zijn valse tanden in het gras.

    In de verte sting een goser in een poortje,
    Met van achteren een soortement van net.
    Ik zeg: ‘Waarom gaat die vent niet aan de kant staan?
    Hij krijgt iedere keer die stuiter op zijn head.’
    Jan die heb mij toen de regels uitgelegen,
    En hij zei: ‘Die vent heet keeper en dat mot,
    Wie de voetbal in het net schopt heb een goaltje,
    En wie de meeste goaltjes krijgt die wint de pot.’

    Een brok kifteling floot telkens op een fluitje,
    En dan riep hij hands, penalty of free kick.
    En dan moesten ze van voren af aan beginnen.
    Ik zeg: ‘Waarom krijgt die druiloor niet de hik?
    Als hij nog eens roet in het eten durft te gooien,
    Dan maak ik ook hands, maar dan gaat het met geweld.
    Zal ik hem een penalty op z’n ogen geven,
    Dat zijn hele middenlinie d’r van smelt!’

    Na een kwartiertje werd de wedstrijd reuze spannend,
    En de hele klit krioelde op de grond.
    Jan riep: ‘Corner, dat is een doodschop om een hoekie,’
    En toen kwam er een invalide van het front.
    Ik zeg: ‘Tjesses Jan, er vallen toch geen dooien?.
    Ik bedoel maar haast, het is zonde dat ik het zeg,
    Als het zo mot, zoek ik liever met z’n tweetjes
    Wat verstrooiing op de Nieuwe Wandelweg.’

    Iedere keer stormde een ploegie weer naar voren
    En dan kreeg die bal een mep. Ik riep: ‘Hij leit!’
    Als de bal weer in het netje was gekieperd,
    Dan floot die lange en dan riepen ze: ‘Off side!’
    Jan die zei me dan: “t Goaltje is niet geldig.’
    ‘En hij lag in het net, dat komt toch niet te pas?’
    Toen zei Jan: ‘Die spil die had niet maggen schieten,
    Omdat die in overspelpositie was.’

    Ik hoorde niks meer als Hup Ajax of Hup Feyenoord!
    Om die scheidsrechter wier ik toch toen zo vals,
    Dat ik gooide een banaan vlak op zijn ponum,
    En viel huilende m’n bakker om zijn hals.
    Nou die smeedde gauw het ijzer toen het heet was,
    En hij gaf mij een verbouwereerde zoen.
    Ik weet heus niet wie de wedstrijd heeft gewonnen,
    Maar mijn Jantje is voor mij de kampioen!

We gebruiken cookies om er zeker van te zijn dat u onze website zo goed mogelijk beleeft. Als u deze website blijft gebruiken gaan we ervan uit dat u dat goed vindt. Meer informatie

Wij gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website voor de bezoeker beter werkt. Daarnaast gebruiken wij o.a. cookies voor onze webstatistieken.

Sluiten