Jaren 60 en 70



 

Vrouwenliteratuur

Hoewel vrouwen al even lang en even goed of slecht schrijven als mannen, krijgen vrouwelijke auteurs in literaire studies minder aandacht dan de mannelijke auteurs. Waarschijnlijk heeft dit  te maken met het feit dat de meeste van die studies door mannen werden geschreven. In de 17de en 18de eeuw werd werk van auteurs met een vrouwennaam vaak niet serieus genomen. Dit had tot gevolg dat veel schrijfsters een mannelijk pseudoniem kozen (de gebroeders Bell waren de gezusters Bronte, George Eliot heette Mary-Ann Evans en George Sand, Aurore Dupin Dudevant).

De moderne vrouwenliteratuur (ook wel feministische literatuur genoemd) ontstond in de jaren zestig. Algemene kenmerken zijn de individualiteit van de vrouwelijke hoofdpersoon en de positie van de vrouw als thema.  Een feministische roman draagt bij aan een maatschappijvisie waarin mensen gelijkwaardig zijn. Volgens Hannemieke Stamperius (die publiceert onder het pseudoniem Hannes Meinkema) hangt dit af van de opvattingen van de auteur en van het karakter van het personage. In Nederland hebben de (literatuur) tijdschriften ‘Chrysallis’ en ‘Lover’ veel bijgedragen aan de bewustwording van de kwaliteiten van de vrouw. Grote waardering werd uitgesproken voor het werk van Simone de Beauvoir, Doris Lessing, (zie hoofstuk 7), Hella Haase en Andreas Burnier.

Andreas Burnier (eig. Catharina Irma Dessaur; 1931-2002), schrijfster en criminologe (was van 1973-1988 hoogleraar criminologie te Nijmegen). In haar debuut “Een tevreden lach” behandelt ze zonder opsmuk of geheimzinnigheid de homo-erotiek. Ook in later werk speelt het lesbisch zijn, vaak samen met het streven naar vrouwenemancipatie, een grote rol.  Andere werken van Burnier o.a. “Het jongensuur” (1969) en “De huilende libertijn” (1970).  Poëzie: “Jongens en het gezelschap van geleerde vrouwen” (1974).

Burnier

Haasse

Hella Haasse (eig. Helene S. Van Lelyveld-Haasse; geb.1918) debuteerde in 1948 met de novelle “Oeroeg”, waarmee zij een prijsvraag  van het CPNB (Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek) won. Andere bekende werken: “Het woud der verwachting” (1949), “De ingewijden” (1957 en bekroond met de Atlantische prijs), “De meermin” (1962), “De tuinen van Bomarzo” (1968) en “Een gevaarlijke verhouding” (1976), In 1961 ontving zij de prijs van de stichting Kunstenaarsverzet voor haar gehele oeuvre. Voor haar toneelstuk “Een draad in het donker” ontving ze in 1962 de Visser-Neerlandiaprijs. In 1994 schreef Hella Haase het boekenweekgeschenk “Transit”. 

Helene Cixous (geb.1937), Frans schrijfster en vertegenwoordigsters der Franse stroming die in haar werk het specifiek vrouwelijke wil benadrukken (in het bijzonder door een typisch vrouwelijk woordgebruik). In 1968 nam Cixous actief deel aan de studentenrevolte en had een groot aandeel in de onderwijsvernieuwing aan de universiteit van Nanterre. Haar werk laat een psychoanalytische inslag zien. “De dans” (1969), “Portrait du soleil” (1974).

Populaire buitenlandse schrijvers van de jaren zestig en zeventig

Aan vertaalde buitenlandse schrijvers was geen gebrek in de jaren zestig en zeventig. Het aanbod was groot en de kwaliteit van het gebodene was uitstekend. Hieronder een greep uit de buitenlandse literatuur.

Sagan

Françoise Sagan (eig. Françoise Anne Quoirez; 1935-2004). Frans schrijfster van psychologische romans en toneelstukken waarin zij de levenshouding der generatie van de jaren vijftig analyseert. Gebrek aan diepgang van deze jonge mensen leidt tot verveling en eenzaamheid, voortvloeiend uit het onvermogen om blijvende relaties tot stand te brengen.

In 1954 debuteerde Sagan met de ophefmakende roman “Bonjour tristesse”, verguisd, geprezen en in meer dan twintig talen vertaald  (ook verfilmd).

De boeken van Françoise Sagan vertonen de zeldzame eigenaardigheid, dat zij tegelijk een onoverzienbare lezerskring aan zich binden en worden gewaardeerd door de letterkundige critici. Hoewel Sagan’s boeken geen nieuwe literaire aspecten bevatten, worden zij om hun   makkelijke en boeiende verteltrant zeer veel gelezen en behoort Sagan tot de bekendste schrijvers van de tweede helft van de 20ste eeuw. Bekende romans o.a. “Als een verre glimlach” (1956), “Het sein tot overgave” (1965), “Met hart en hand” (1968), “Een beetje zon in het koude water” (1969), “Blauwe plekken op de ziel” (1972).

Christiane Rochefort (1917-1998). Frans schrijfster, was redactrice bij enige damesbladen. Haar eerste roman “Cendres et or” (1956) bleef onopgemerkt. Met haar tweede roman “Rust voor een strijder” (“Le repos du guerrier” 1958) raakte ze op slag bekend en in 1962 werd het boek verfilmd door Roger Vadim.

Al haar romans hebben tot onderwerp de vervreemding en onderdrukking door de moderne maatschappij of het nu is van de vrouw, zoals in (“Rust voor een strijder”) of van de jeugd, zoals in “Encore heureux qu’on va verse l’ete” (1975). Haar werk wordt gekenmerkt door een openheid en een realistische stijl; zuivere poëzie en een soms provocerende grofheid komen naast elkaar voor. Woede over sociale onrechtvaardigheid is steeds haar grootste inspiratiebron. Bekende romans o.a. “Kindertjes van deze eeuw” (1962), “Jullie kunnen barsten” (1969).

Saul Bellow (1915-2005), Amerikaans schrijver van Russisch-joodse afkomst. Sinds hij begon te publiceren in 1941, schreef Bellow talrijke essays, een aantal romans en toneelstukken en een bundel korte verhalen. Hij wordt vrij algemeen beschouwd als een van de belangrijkste romanschrijvers van de twintigste eeuw, die met zijn werk grote invloed heeft op het moderne Amerikaanse tragikomische genre. Zijn hoofdthema is de vervreemding van de moderne mens die zijn plaats in een steeds dreigender en onbegrijpelijker wereld niet meer kan vinden.

In 1976 ontvangt hij de Nobelprijs voor literatuur.

Bellow

Bekende werken: “Dangling man” (1944, een gefingeerd dagboek), “The victim” (1947). Met “Henderson the rain king” (1959), “Herzog” (1964) en “Mr. Sammler’s planet” (1969) bereikt Bellow zijn top. Daarnaast publiceerde hij in 1969 “Mosby’s memoirs and other stories”, een bundel die laat zien dat hij ook in het genre der korte verhalen een meester is. Hoofdpersonen in zijn latere romans zijn steeds mannen van middelbare leeftijd, gescheiden en onhandig aangepast.    

Kosinsky

Jerzy Kosinsky (1933-1991), Pools-Amerikaans schrijver. Kosinsky was van joodse afkomst en zat gedurende de tweede wereldoorlog ondergedoken op het Poolse platteland. Over deze traumatische ervaringen handelt “The painted bird” (De geverfde vogel, 1965) waarmee hij zijn naam vestigde. Zijn werk wordt gekenmerkt door sensationele wreedheid en bitter cynisme. Hierna volgden o.a. Stappen” (“Steps”, 1968), “Aanwezig” (“Being there”, 1970 en verfilmd in 1979), “Duivelsboom” (“The devil tree”, 1973) en anderen. In 1982 werd Kosinsky, die sinds 1957 in de Verenigde Staten woonde, ervan beschuldigd zijn boeken niet zelf te schrijven. Met “The hermit of 69th street” (1988) verdedigde hij zich tegen deze aanklacht.

Milan Kundera (geb.1929), Tsjechisch schrijver, werd na zijn dichtbundel “Mens, een wijde tuin” (1953) uit de communistische partij gezet.

Zijn eerste roman, “De grap” (1967), deed het erg goed in eigen land. Hoofdthema’s: individualisme, oprechtheid en een cynische kijk op het leven van de kuddemens. In 1968 werd Kundera uit de schrijversbond gezet en in 1974 ging hij naar Frankrijk. In 1973 werd zijn roman “Het leven is elders” in Frankrijk met de Prix Medicis bekroond. Grote bekendheid kreeg zijn roman “De ondraaglijke lichtheid van het bestaan” (1984), ook als film succesvol. Ander werk o.a. “Lachwekkende liefdes” (1970), “Afscheidswals” (1976),  “Het boek van de lach en de vergetelheid” (1979).

Kundera

De grote verrassing van 1967 was het boek van Ira Levin (1929-2007) “Rosemary’s baby”. Deze in 1929 geboren Amerikaanse toneel- en romanschrijver maakte naam met de thriller “Een kus voor je sterft” (1953, verfilmd in 1959).

“Rosemary’s baby” is een occulte thriller en werd een bestseller, die in 1968 verfilmd werd met in de hoofdrol Mia Farrow. Het verhaal gaat over een jong echtpaar, Rosemary en Guy Woodhouse die een oud en fraai huis in Manhattan betrekken. Een oudere vriend waarschuwt hen dat het huis een slechte reputatie heeft: er hebben in de loop der jaren een aantal beruchte moordenaars gewoond. De jongelui leggen dit lugubere nieuw optimistisch naast zich neer.

Levin

Ze maken kennis met hun naaste buren, maar al gauw blijkt er aan de vriendelijkheid van het oude echtpaar een verdacht luchtje te zitten, wat Rosemary pas ontdekt als ze een baby  verwacht. Ze komt hoe langer hoe meer geïsoleerd te staan na haar ontdekking dat er zich iets gruwelijks om haar heen afspeelt. Op meesterlijke wijze weet Levin de spanning op te voeren, een fascinerend verhaal.

Andere bekende werken o.a. “De vrouwen van Stepford” (1972, verfilmd in 1974) is het verhaal van een dorpsgemeenschap waarin alle vrouwen door raadselachtige invloeden hun zelfstandigheid en eigen wil verliezen. “De jongens uit Brazilië” (1976) handelt over de jacht op de nazi-arts Joseph Mengele en had mede door de verfilming (1978) met Gregory Peck en Laurence Olivier veel succes. Ira Levin schreef verder tv-shows, musicals en song-teksten.  

Jean Iris Murduch. (1919-1999), Brits romanschrijfster, studeerde filosofie toegespitst op het existentialisme. Ze debuteerde in 1954 met haar eerste roman “Under the net” (dit boek sloot aan bij de traditie van de romans van de Angry Young men) en ontwikkelde zich daarna tot een van de allerrijkste talenten onder de Engelse auteurs van de tweede helft van de 20ste eeuw. Haar filosofische kijk op het leven is in al haar romans te bespeuren. Daarnaast weet ze de lezer te boeien door haar rijk genuanceerde verteltrant, een scherpe intelligentie en een warme humor. “De klok”, waarvan de oorspronkelijke Engelse uitgave, “The bell” in 1958 is verschenen wordt door velen als haar beste prestatie gezien.

Andere bekende werken o.a.  “Een afgehouwen hoofd” (1961), “Een wilde roos” (1962), “Het Italiaanse meisje” (1964, dat ook als toneelstuk een groot succes werd), “Rood en groen” (1965), “Bruno’s droom” (1969), “A world child” (1975), “The Sea, the sea” (1978, waarvoor ze de Bookerprijs kreeg). In totaal schreef Iris Murdoch 26 romans.

Nabokov

Vladimir Nabokov (1899-1977), Amerikaans schrijver van Russische afkomst, die internationale bekendheid verwierf met zijn boek Lolita dat in 1955 in Parijs uitkwam (de Amerikaanse editie verscheen pas drie jaar later). Het verhaal gaat over Humbert Humbert, een Europese immigrant van middelbare leeftijd met een voorkeur voor jonge meisjes. Hij wordt verleid door de ‘nymphet’ Lolita. Humberts obsessie en liefde voor Lolita, en de wonderlijke reis die zij door de Verenigde Staten maken, leveren een fijngevoelige satire op van seks en de ‘Amarican way of life’. Het boek deed veel stof opwaaien, de meningen waren verdeeld, was het porno of niet ?

In de jaren zestig werd Lolita in Nederland schoorvoetend op de boekenplank gezet en liefst nog in een onopvallend hoekje weggestopt. Het oeuvre van Nabokov is zeer omvangrijk.

Hij begon pas na zijn veertigste in het Engels te schrijven en wordt in het algemeen beschouwd als een van de meest virtuoze naoorlogse schrijvers in de Engelse taal. Zijn talent is overwegend komisch en satirisch, zijn taalgebruik is poëtisch. Bekende werken o.a. “Pnin” (1957), “Pale fire” (1962), “Adaor Ardor” (1969), “Transparent things” (1973) en een magistrale vertaling van Poesjkins roman in verzen “Jevgeni Onegin” (1964).

Pasternak

Boris Leonidovitsj Pasternak (1890-1960), Russische dichter en prozaschrijver. Werd in het westen vooral bekend door zijn roman “Dokter Zhivago” (1956), die in de Sovjet Unie werd verboden en door het literaire schandaal dat ontstond toen hij in 1958 de Nobelprijs voor literatuur weigerde (gedwongen geweigerd). Kort daarop werd hij als lid van de Sovjet-schrijversbond geroyeerd (geschrapt als lid). Met de roman “Dokter Zhivago” verbrak Boris Pasternak, die als een der grootste Russische dichters van die tijd geldt, in 1956 een stilzwijgen dat meer dan twintig jaar had geduurd.

In Stalin’s tijd was Pasternak een persona non grata en slechts door zich op de vertaling van Shakespeare-stukken en Georgische poëzie toe te leggen kon hij zich als letterkundige staande houden. Na Stalin’s dood (1953) werd Dokter Zhivago, waarin een kritisch beeld wordt gegeven van het Russische leven in de jaren 1905 tot 1929 en waaraan de auteur tien jaar had gewerkt, door de Sovjet-autoriteiten vrijgegeven voor publicatie. Voordat het tot uitgave kon komen werd deze toestemming evenwel ingetrokken. De buitenlandse rechten waren echter reeds door Pasternak verkocht, zodat het Westen kennis kon nemen van een werk van grote literaire en documentaire betekenis, op grond waarvan de in 1960 overleden schrijver de Nobelprijs voor literatuur 1958 werd toegekend. Het boek werd verfilmd in 1965 en werd een groot succes.

Erich Segal (1937) schrijver van de roman die een sensatie werd, was ook hoogleraar in de Klassieke Letterkunde aan de universiteit van Yale. Hij begon zijn ‘tweede carrière’ als auteur van de Beatles-film “Yellow Submarine”, en als vertaler van de liedjes van Toon Hermans.

“Love Story”, verhaal van een liefde, is zijn eerste roman en alleen al in Amerika zijn er meer dan twaalf miljoen exemplaren van verkocht, over de hele wereld werd dit fantastische succes herhaald. Het Franse blad ‘L’Express’ schreef: “Love Story is niet alleen een literaire gebeurtenis maar ook een sociaal fenomeen.”

Segal

 De door Paramount vervaardigde filmversie van “Love Story” (1970)  brengt dezelfde ongelooflijke uitwerking teweeg als de roman. Met Ali MacGraw en Ryan O’ Neal in de hoofdrollen heeft de filmversie binnen drie weken alle kassuccesrecords in de Amerikaanse bioscoopgeschiedenis gebroken, en Love Story wordt gezien als het begin van een geheel nieuwe romantische stroming ! In 1977 schrijft hij “Oliver’s Story”, het ontroerende vervolg op Love Story.

Muriel Sarah Spark (1918-2006), Brits schrijfster van ironisch-satirische romans “Memento mori” (1959), “The Bachelors” (1960), “The prime of Miss Jean Brody” (1961, verfilmd in 1969), “The Mandelbaum Gate” (1965), “Not to disturb” (1971), “The driver’s seat” (1970, verfilmd in 1974). Muriel Spark was werkzaam als journaliste en copywriter en publiceerde de dichtbundel “The fanfarlo and other verse” (1952). Ze won in 1951 de eerste prijs in een verhalenwedstrijd met het in Afrika spelende “The Seraph and the Zambezi” en debuteerde als romanschrijfster met het autobiografische “The comforters” (1957), waarvan het succes haar deed besluiten te blijven schrijven. Spark heeft een scherp observatievermogen maar is wars van zwaarwichtigheid.

Hesse

Herman Hesse (1877-1962), Duits Zwitsers schrijver. Zijn werk wordt gekenmerkt door zachte romantiek, oosterse mystiek en terug naar de natuurfilosofie. Omstreeks 1970 ontstond een Hesse-rage onder de westerse jeugd. Zij bewonderden in zijn werk het individualisme, de zin voor mystiek, yoga en Indische filosofie en een vrije natuurlijke erotiek. Toen de Duitse uitgever Suhrkamp de romans van de in 1962 overleden Hesse begon te herdrukken kon niemand vermoeden dat ze binnen enkel jaren oplagen zouden bereiken van honderdduizenden exemplaren.  Bekende werken van Hesse: “Siddharta” (1922) “Steppenwolf” (1927) “Narziss en Goldmund” (1930). In 1946 kreeg Herman Hesse de Nobelprijs.

Veel gelezen Nederlandse schrijvers van de jaren zestig en zeventig

Bernlef

J.Bernlef (eig. Hendrik Jan Marsman, geb.1937), schrijver, richtte samen met K. Schippers en G. Brands het blad ‘Barbarber’ op.

Zijn poëzie en zijn proza zijn in eenvoudige bewoordingen gesteld, overeenkomstig de ideeën van ‘Barbarber.’ Poëzie o.a. “Kokkels” (1960), “Grensgeval” (1972) en “De zwijgende man” (1976). Romans: “Sneeuw” (1973), “Meeuwen” (1975), “De man in het midden” (1976) en natuurlijk “Hersenschimmen” (1984), het boek waarmee hij bij het grote publiek bekendheid kreeg.

Bernlef is gefascineerd door het menselijk brein, vooral het patroon van herinneren en vergeten. Zijn personages zijn vaak hun greep op de werkelijkheid kwijt, omdat ze niet meer in staat zijn te communiceren. Het werk van Bernlef draait al vanaf het begin om de (zintuiglijke) waarneming, dat wat wij als werkelijkheid ervaren en de relatie die de werkelijkheid heeft met de taal. Inmiddels heeft Bernlef meer dan zeventig titels op zijn naam staan. In 1984 kreeg hij de Constantijn Hyugensprijs toegekend en in 1994 werd hij onderscheiden met de P.C. Hooftprijs voor zijn poëzie.

Jan Cremer (geb.1940), schrijver en schilder, studeerde aan de kunstacademie te Arnhem, Den Haag en Parijs. In 1964 zorgde hij voor opschudding met zijn boek “Ik, Jan Cremer” (een gedeeltelijk gefingeerde autobiografie) dat een bestseller werd (negenentwintigste druk in 1968).  Het was het eerste ‘vieze’ boek dat na de oorlog in Nederland verscheen en degene die het aanschafte legde het met de rug onzichtbaar in zijn boekenkast. Nederland was weer eens in twee kampen verdeeld (het boek werd in de boekhandel als het ware onder de toonbank verkocht). Men sprak schande of men prees het de hemel in.

Cremer

In 1986 werd “Ik, Jan Cremer” opgevoerd als rockopera met Peter Tuinman in de hoofdrol, een produktie die jammerlijk failliet ging. In 1967 verscheen “Ik, Jan Cremer, Tweede Boek”.  Andere werken van Cremer: “Reisverslagen, Mongolië” (1972), “Siberië en Groenland” (1973). De roman “Sneeuw” verscheen in 1977. Daarnaast maakte hij naam als schilder, aanvankelijk van informele doeken, enigszins verwant aan Cobra, later legde hij zich meer toe op decoratieve Hollandse landschappen. 

Rinus Ferdinandusse (geb.1931), journalist en schrijver, werd in 1969 hoofdredacteur van het weekblad ‘Vrij Nederland’, was leider van het ‘Haags studentencabaret’ en werkte mee aan tv-programma’s ‘Zo is het toevallig ook nog’s een keer’ en ‘Voor een briefkaart op de eerste rang.’

Hij schreef satirische thrillers o.a. “Naakt  over de schutting” (verfilmd in 1966), “Zij droeg die nacht een paars corset” (1967), “De brede rug van de Nederlandse maagd” (1968). Voorts verschenen verzamelbundels van eerder in ‘Vrij Nederland’ gepubliceerde stukjes: “Stukjes in de kraag” (1965), “Op de barkeeper beschouwd” (1967), “Tappelings” (1971) en “Als je nog eens wat weet” (1972). “Naakt over de schutting” is een unieke vermenging van spitse humor, een satirische kijk op de Nederlandse dagblad- en televisiewereld en van sensationele gangstermethodes. De boekomslagen waren nogal gewaagd voor  die tijd.

Maarten ’t Hart (geb.1944) studeerde biologie aan de Rijks Universiteit te Leiden en is schrijver van romans, verhalen en essays. (“Het vrome volk” (1975), “De kritische afstand” (1976)).  Zijn jeugd in het weliswaar streng calvinistische maar toch blijmoedige gereformeerd gezin, heeft hij in allerlei verhalen beschreven. In 1984 schrijf hij het boekenweekgeschenk: “De ortolaan”.

Heere Heeresma (geb.1932) is schrijver van een zeer veelzijdig en veelomvattend oeuvre waarin de menselijke eenzaamheid met humor en ironie beschreven wordt. Later krijgt zijn werk een filmisch karakter door het hanteren van een snelle beeldwisseling. Proza o.a. “Bevind van zaken” (1962), “Een dagje naar het strand” (1962), “Juweeltjes van waterverf” (1965), “De verloedering van Swieps” (1967; toneel en ook verfilmd), “Zwaarmoedige verhalen voor bij de centrale verwarming” (1973, verfilmd). In 1978 verscheen de omnibus “Heeresma helemaal”.

Willem Frederik Hermans (1921-1995) behoorde tot de belangrijkste naoorlogse Nederlandse schrijvers. In zijn werk, dat dikwijls in de Tweede wereldoorlog is gesitueerd, treden de thema’s van de menselijke eenzaamheid en de absurditeit van het bestaan op de voorgrond. Zijn stijl munt uit door zwarte humor, beeldspraak en vooral door de gemelijkheid waarmee hij verslag geeft van melodrama’s.

Tot zijn bekendste romans behoren: “De tranen der acacia’s” (1949), “De donkere kamer van Damocles” (1958), “Nooit meer slapen” (1966) en “Onder professoren (1975).

Hermans

Ook zijn vaak venijnige polemieken (twistgeschrijf), zoals in “Mandarijnen op zwavelzuur” (1963 ), trokken sterk de aandacht. Postuum verscheen in 1995 nog “Ruisend gruis”. Nadat hij in 1971 de P.C. Hooftprijs had geweigerd, aanvaardde hij in 1977 de Grote Prijs der Nederlandse Letteren.

Hubert Lampo (1920-2006), Vlaams romanschrijver vertaler en essayist. Hij werd bekend met romantisch aandoende psychologische romans, door Lampo zelf getypeerd als psycho-realistisch. Later ging hij over tot het magisch realisme, het grensgebied tussen realiteit en droom. Bekende werken o.a. “Helene Defraye” (1945), “Terugkeer naar Atlantis” (1953), “De komst van Joachim Stiller” (1960) en “Hermione betrapt” (tweede druk 1964). Hij vertaalde onder meer werken van Françoise Sagan. Lampo geniet een zeer grote populariteit.

Ivo Michiels (eig. Henri Ceuppens, geb.1923) is een van de belangrijkste vertegenwoordigers van het moderne Nederlandse proza. Zijn roman “Het afscheid” (1957, verfilmd in 1966) wordt tot zijn beste werk gerekend. “Journal brut” (1958) is experimenteel proza. Het boek “Alfa” (1963) is het eerste boek van vier delen, ze hebben een vaag onderling verband. Vier op zich zelf staande stukken die toch een grote eenheid vormen en in drie van de vier speelt de oorlog een rol.  In zijn werk is soms geen personage en geen verhaal meer te bespeuren. Overig werk o.a. “Orchis militaris” (1968), “Exit” (1971), “Samuel, o Samuel” (1973) en “Dixit” (1979).

Albert Mol (1917-2004), danser, cabaretier en acteur was als danser en choreograaf vele jaren werkzaam in het buitenland. (Europa, de VS) Hij publiceerde de kluchtige verhalenbundels “Wat zien ik ?” (1965, verfilmd in 1971) en “Haar van boven” (1968). Daarnaast verscheen in 1977 een boek met herinneringen aan o.a. Wim Sonneveld en Fien de la Mar, “Het doek viel te vroeg”.

Mulisch

Harry Kurt, Victor Mulisch (geb.1927), een gedreven schrijver met een grillige fantasie, een fascinerende verteltrant en een groot veelzijdig oeuvre. Internationaal wordt hij beschouwd als een auteur van wereldklasse. In 1952 debuteerde Mulisch met de roman “Archibald Strohalm”, waarmee hij de Reina Prinsen-Geerlingsprijs won. Kort daarop verscheen de verhalenbundel “Chantage op het leven” (1953), “Het mirakel” (1955) en “De Versierde mens” (1957), eveneens verhalenbundels. Romans o.a. “De diamant” (1954), “Het zwarte licht” (1956) en “Het stenen bruidsbed” (1959), met dit laatste boek verwierf Mulisch grote bekendheid.

In 1960 verscheen het toneelstuk “Tachelijn, kroniek van een ketter” en in 1961 de autobiografische roman “Voer voor psychologen”. Sinds de jaren zestig publiceert Mulisch naast de verhalende literatuur steeds meer z.g. Non-fiction: essays, reportages en autobiografische geschriften, waaronder men ook “Het seksuele bolwerk uit” 1973 kan rekenen, waartoe Mulisch geïnspireerd werd door zijn ontdekking van de psychiater-seksuoloog Wilhelm Reich (1879-1957).

Veel opzien baarde zijn satire op het boekje dat de Bescherming bevolking in 1961 overal liet verspreiden om de burgers te vertellen hoe ze de atoombom konden overleven. Deze satire, “Wenken voor de bescherming van uw gezin en uzelf, tijdens de jongste dag”, werd later opgenomen in “Wenken voor de jongste dag” (1967).

“Bericht aan een rattenkoning” (1966)  is een reactie op de gebeurtenissen in Amsterdam tijdens de Provo-tijd. In “Soep lepelen met een vork” (1971) stelde hij de typische Nederlandse drang tot spellinghervorming aan de kaak. Samen met Hugo Claus schreef hij de tekst voor de opera ‘Reconstructie’ op muziek van vijf Nederlandse componisten en Wolfgang Amadeus Mozart, die in 1969 in het kader van het Holland Festival werd opgevoerd. Tijdens het Holland Festival van 1972 ging zijn bewerking van het Oedipus-thema in première: “Oidipous Oidipus”. In 1974 debuteerde Mulisch als dichter met de bundel, “De vogels”.

“Het Zwarte licht” stond in de jaren vijftig, zestig en zeventig hoog op de literatuurlijst van de middelbare scholen. Later werk: “De aanslag” (1981, verfilmd in 1986) behoort tot zijn meest gelezen werk en een van de meest vertaalde Nederlandse roman van de twintigste eeuw (alleen al in Nederland werden er 600.000 exemplaren van verkocht !)

Zijn boek, “De ontdekking van de hemel” (1992, in 2001 verfilmd) werd een internationale bestseller. In Ontdekking van de hemel wordt het verhaal verteld van twee mannen, die allebei een verhouding hadden met dezelfde vrouw. Er wordt een kind uit geboren, waarvan niemand weet wie de vader is. Als teenager gaat deze jongen op zoek naar de tien geboden, die hij tenslotte naar de hemel moet brengen.

Mulisch werk is veelvuldig bekroond: In 1977 werd hem de Constantijn Huygensprijs en de P.C. Hooftprijs toegekend, in 1993 ontving hij voor  “De ontdekking van de hemel” de Multatuliprijs , in 1995 de prijs der Nederlandse Letteren voor zijn gehele oeuvre en in 1999 is Mulisch de winnaar van de Libris Literatuurprijs voor zijn boek “De procedure” (1998). Na een aantal malen geweigerd te hebben schreef Mulisch het boekenweekgeschenk van het jaar 2000, “Het theater, de brief en de waarheid”, gebaseerd op de in scène gezette ontvoering van en door acteur Jules Croiset (1987). Deze verzon zijn ontvoering en een brief waarin de Freek de Jonge als mogelijk volgend slachtoffer genoemd werd. Dit bracht het gezin De Jonge wekenlang in angst. In de aanloop naar het jaarlijkse boekenbal (het 65ste) ontstond tussen Freek de Jonge en Harry Mulisch een meningsverschil, volgens de cabaretier wordt de affaire in het boekenweekgeschenk goedgepraat.  Daar hij zich niet kon verzoenen met Mulisch literaire verbeelding van een werkelijkheid die ook zijn gezin raakte, stak hij op het eind van zijn voorstelling het boekenweekgeschenk in brand. Mulisch reageerde gelaten, maar had de conferance van de Jonge erg goed gevonden.  

Reve

Gerard van het Reve (1923-2006) behoort zowel door zijn werk als door zijn controversiële uitspraken en onconventionele gedrag tot de opmerkelijkste hedendaagse Nederlandse auteurs.

Hij debuteerde in 1947 onder het pseudoniem Simon van het Reve met de sterk autobiografische roman “De Avonden” (in 1989 verfilmd). In dit sombere realistische boek probeert de hoofdpersoon Frits Egters te ontsnappen aan eenzaamheid en verveling. Het geeft uiting aan gevoelens die bij veel jongeren vlak na de Tweede Werledoorlog overheersten, negativisme, radeloosheid en walging. Het boek werd bekroond met de Reina Prinsen Geerlingsprijs.

De briefromans: “Op weg naar het einde” (1963) en “Nader tot u” (1966), waarin Reve schreef over zijn homofilie en zijn religieuze gevoelens (hij trad in 1966 toe tot de R.K.-Kerk) trokken sterk de aandacht. Hij werd aangeklaagd wegens godslastering omdat hij God vergeleek met een ezel, maar werd in 1968 door de Hoge Raad vrijgesproken.

Andere bekende werken van Reve o.a. “De taal der liefde” (1972), “Lieve jongens” (1973), “Een circusjongen” (1975), “Oud en eenzaam” (1978) en “De vierde man” (1981).  Zijn boekenweekbijdrage voor 1981 werd afgewezen vanwege controversiële passages (controverse, waarover men van mening kan verschillen). Zijn werk kenmerkt zich door verouderde taalvorm en een mengeling van seksuele verlangens en mystiek-religieuze gevoelens, maar gebracht met humor en ironie. In 1968 kreeg van het Reve de P.C. Hooftprijs toegekend.

Wolkers

Jan Wolkers (1925-2007) debuteerde in 1961 als schrijver met de verhalenbundel “Serpetina’s petticoat” (bekroond met de novellenprijs van de gemeente Amsterdam).

Zijn eerste roman “Kort Amerikaans” verscheen in 1962 en werd in 1979 verfilmd. Na nog twee verhalenbundels: “Gesponnen suiker” (1963), “De hond met de blauwe tong” (1964) en de romans “Een roos van vlees” (1963) en “Terug naar Oegstgeest” (1965) was zijn naam voorgoed gevestigd.

Dit vroege werk heeft een sterk autobiografische inslag, een afrekenen met zijn jeugd onder een autoritaire vader in een streng gereformeerd milieu. In later werk blijft de eenzaamheid centraal staan om in zijn recenter werk plaats te maken voor een zekere modieusheid. Later werk o.a. “Turks fruit” (1969, verfilmd in 1973), “De kus” (1977) en “Brandende liefde” (1981).  In 1989 kreeg hij de P.C. Hooftprijs toegekend die hij weigerde te aanvaarden.

Wolkers werd vaak aangesproken op zijn gebruik van schuttingwoorden in zijn boeken, maar vergeleken met Jan Cremer viel dat wel mee. Wolkers groeide uit tot een geliefd schrijver.

Uitgevers waren vooral in de jaren zestig gematigd progressief met hier en daar een uitschieter zoals “Ik Jan Cremer”. Toen men een beetje begon te wennen aan nieuwe schrijvers met een ander taalgebruik en een nieuw realisme durfden de uitgevers wat makkelijker werk van jonge opkomende schrijvers op de markt te brengen. Vooral het jongere lezend publiek was daar erg blij mee. Daarnaast had men in de jaren zestig nog de index (zwarte lijst van verboden boeken). Uiteraard werkte dit averechts, de verboden boeken waren gewoon in de boekwinkel te koop (niet in de boekenrekken te vinden), maar onder de toonbank door vonden deze boeken hun weg naar de lezer.

Het boekenweekgeschenk

Het boekenweekgeschenk, een uitgave van de Stichting voor de Collectieve propaganda van het Nederlandse boek, werd aangeboden om het lezen en kopen van boeken te stimuleren.

Bij een vastgesteld te besteden bedrag kreeg men het boekenweekgeschenk cadeau. De geschiedenis ervan gaat terug tot 1930. Het boekje was gratis voor goede klanten. Deze opzet werd het jaar daarop al overboord gegooid, bij aankoop van F.2,50 aan boeken kreeg men het cadeau.

Tot 1947 bevatte het boekenweekgeschenk voornamelijk bloemlezingen van gedichten en novellen. Vanaf 1947 schreef De Boekenweek een dubbele prijsvraag uit: schrijvers konden hun anonieme bijdrage inzenden en lezers mochten daarna de auteur van het Boekenweekgeschenk raden. Later benaderde men de schrijvers zelf met het verzoek een bijdrage te leveren in de vorm van het schrijven van het boekenweekgeschenk. Een paar namen: Teun de Vries, “Het zwaard, de zee en het valse hart” (1966), Jan de Hartog, “Herinneringen van een bramzijgertje” (1967), Marnix Gijzen, “Overeenkomst dringend gewenst” (1978), S. Carmiggelt en P. van Straaten, “Mooi kado” (1979), Henri Knap, “De ronde van ‘43” (1981).

Het boekenbal

1947 was het eerste jaar dat het Boekenbal georganiseerd werd. Het was de gelegenheid om lezers in contact te brengen met de schrijvers. Dit bal wordt elk jaar druk bezocht en schrijvers worden steeds meer publiek bezit, maar feest is het altijd ! 

Science Fiction in Nederland

Een genre dat sterk opkomt in de jaren zestig. Aan ideeën was in de jaren vijftig al geen gebrek. Ray  Bradbury schreef “Fahrenheit 451” (1953) over een anti-Utopia waar brandweerlieden ingezet worden om alle boeken te verbranden. H. Clement schiep een wereld met een letterlijk verpletterende zwaartekracht: “Een zaak van gewicht” (1954) en T. Sturgeon kwam met een pleidooi voor meer tolerantie in de samenleving: “Venus, plus X” (1960).

Uitgeverij Meulenhoff start in 1967 met een spraakmakende science-fiction serie en brengt meer dan 300 titels uit. De eerste titels die in de Meulenhoff SF reeks verschenen waren overduidelijk als kennismaking bedoeld. De boekjes gaan als zoete broodjes over de toonbank en de reeks groeide uit tot een van de uitzonderlijkste collecties van Europa. Uitgeverij het Spectrum en Bruna volgen al snel, science-fiction wordt razend populair in Nederland.

Een greep uit de populairste en beste science-fiction schrijvers:

Asimov

Isaac Asimov (1920-1992), groeit uit tot een van de populairste science-fiction schrijvers, een topper in welk land dan ook. Zijn “Foundation trilogie” (die hij in de jaren veertig al schreef), de geschiedenis van een galactisch rijk en van een door Asimov bedachte wetenschap, de ‘psychohistorie’, werd een klassieker.

Zijn robotverhalen worden wereldberoemd. Asomov’s beroemde robots waren geen pseudo-mensen, maar door technici met verantwoordelijkheidsgevoel ontworpen machines. Hun gedragspatroon verliep volgens rationele ‘wetten’ die in hun brein werden vastgelegd:

Eerste wet: een robot mag een mens geen letsel laten oplopen. Tweede wet: een robot moet door mensen gegeven bevelen gehoorzamen, behalve wanneer die bevelen in strijd zijn met de eerste wet. Derde wet: een robot moet zichzelf beschermen zolang of voor zover dat niet met de eerste of tweede wet in strijd is. Hij was ook de eerste die -zonder afbreuk te doen aan de integriteit van beide genres- een mix van een detective -en een sf- verhaal wist te maken. Asimov schreef tijdens zijn leven meer dan 400 boeken, ook leerboeken en populair wetenschappelijke werken.

Nog een paar beroemde namen uit die tijd: Frank Herbert(1920-1986). Zijn “Duin-Epos” (1965), een legendarische heelalsage, werd unaniem geprezen. Het won direct na verschijning twee internationale prijzen: de Hugo Award en Nebula Award.

De “Nul-A trilogievan A.E. van Vogt (1912-2000), een meesterwerk. Van Vogt ontwikkelde zich tot een van de meest gelezen en vertaalde schrijvers van dit genre. 

Robert A. Heinlein (1907-1989) werd beroemd door zijn Future-History verhalen (zijn visie op de maatschappij en daarmee verwante zaken gaf tientallen jaren aanleiding tot felle discussies) en publiceerde een van de meest vrije gedachte propagerende sf-titels van de jaren zestig: “Vreemdeling in een vreemd land”, dat verhaalt van een van Mars afkomstige ‘Messias’ die een religie uit draagt waarin volop ruimte is voor vrije seks en die het delen van emotionele ervaring tot een must verklaart. In zekere zin voorspelde Heinlein in dit thema de seksuele revolutie. Binnen de studenten- en flower-powerbeweging van de jaren zestig werd het boek met groot enthousiasme ontvangen.

Jack Vance, (geb.1916) betoverde enkele generatie lezers, zijn geheim, spanning, intriges, ruimtereizen, vaart en avontuur, dit alles zeer onderhoudend geschreven. Naast science-fiction schrijft hij ook prachtige fantasy verhalen.

Arthur C. Clarke (1917-2008)  was ook een veel gelezen sf-schrijver, het boek “2001: Een ruimte-odyssee” mag, net als de gelijknamige film van Stanely Kubrick, tot de klassiekers op sf-gebied  gerekend worden.

Vooral in de jaren zestig sloten de verhalen naadloos aan op de tijdgeest: beschouwend over het verleden en tegelijkertijd kritisch en schreeuwend om vernieuwing in de toekomst. Daarnaast ontwikkelde de wetenschap zich in hoog tempo (bemande ruimtevlucht, communicatiesatelliet, supersonisch luchtverkeer, de ontdekking van pulsars etc) ingrediënten volop aanwezig en door de sf-schrijvers omgezet in uitermate knappe verhalen.

Veel sf-schrijvers die in de jaren zestig van zich deden spreken zagen de toekomst nogal somber in, de doemdenkers, die achter in hun roman vaak een lijst publiceerden met een inhoud die aantoonde dat het allemaal nog erger kon. Doemdenkers waren er in de maatschappij ook maar na verloop van tijd verdwenen ze weer uit beeld.

Van de hand van Ursela Le Guin ( geb. 1929) verscheen in 1969 het schitterende boek: “De linkerhand van het duister”. Ze was de eerste vrouwelijke auteur die zowel de Hugo als de Nebula Award voor de beste roman won.

Het duurde even voordat men erkende dat sf ook literatuur kon zijn, maar begin jaren tachtig kon men Asimov op de literatuurlijst van de middelbare scholier vinden. Science fiction literatuur was een aanwinst.     

De schrijvers en dichters van de jaren zestig en zeventig hebben grote vernieuwingen tot stand gebracht in het literaire wereldje (waar de vijftigers de aanzet toe gegeven hebben), o.a. taalgebruik, het doorbreken van taboes, het toegankelijker maken van de literatuur, wat er mede toe heeft bijgedragen dat literatuur weer populair werd. De openheid en de vrijmoedige schrijfwijze sprak velen aan en dienden als voorbeeld voor de jonge opkomende schrijvers. Lezen werd weer leuk !

Ga terug naar het overzicht Jaren 60 en 70

Ga terug naar de vorige pagina van dit hoofdstuk (Literatuur)


X

We gebruiken cookies om er zeker van te zijn dat u onze website zo goed mogelijk beleeft. Als u deze website blijft gebruiken gaan we ervan uit dat u dat goed vindt. Meer informatie

Wij gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website voor de bezoeker beter werkt. Daarnaast gebruiken wij o.a. cookies voor onze webstatistieken.

Sluiten