De vink en de ekster

An(na) Vandenberk - 14-05-2018


Dichter(es): weet ik niet

… sprak de snappende ekster tot de vink, die flink in d’appelbloesem zat te kwinkelieren
Er zijn geen vogels slim en schrander als een ekster dat bevestig ik.
Maar zwijg dan toch een ogenblik…








Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *




2 reacties

  1. De Vink en de Ekster
    “Gij moest mij ook een liedje leeren”,
    zoo sprak de snappende ekster tot den vink
    die flink
    in d’appelbloesem zat te kwinkeleeren.

    “Gij vraagt dit zeker maar uit lach?”
    “Wat praatje?”
    “Wel lieden van uw slag,
    “Daar wed ik op…”
    “Wat zeg je, kameraadje?”
    “…zal niemand ooit iets leeren?”

    “Mag ik weten, maatje,
    waarom? Zou ik zoowel niet als een ander
    “Daar zijn bijna geen vogels, slim en schrander
    “Gelijk eene ekster, dat bevestig ik”
    “Maar zwijg dan toch een oogenblik!”
    “Ik zwijg: haha! ik ben benieuwd te hooren
    wat gij zult zeggen;
    “maar ‘k weet het van te voren”
    “en ‘k zal ‘t weerleggen!”

    “Wie niet kan luistren, leert niet zingen.”
    “Ik heb een bek”
    Men leert niets zonder acht te geven;
    “Je schiet met spek!”
    Gij kunt uw’ tonge niet bedwingen.
    “‘t Is een gebrek!”
    Een babbelaar heeft nooit geluisterd in zijn leven!
    “Wat praatje gek!”

    Dit komt uit het Leesboek door L. Genonceaux.

  2. An VANDENBERK

    Hartelijk bedankt Hanneke!
    “De vink en de ekster” leerde ik in 1952. Nu ben ik blij dat ik het weer helemaal zie.
    Nogmaals dank u.

X

We gebruiken cookies om er zeker van te zijn dat u onze website zo goed mogelijk beleeft. Als u deze website blijft gebruiken gaan we ervan uit dat u dat goed vindt. Meer informatie

Wij gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website voor de bezoeker beter werkt. Daarnaast gebruiken wij o.a. cookies voor onze webstatistieken.

Sluiten