Home / Voordrachten / Zo was het bij ons thuis
2051

Zo was het bij ons thuis

Met dank aan J. Bastiaan voor het insturen van de tekst

Toen ik geboren ben, was ik nog heel jong. Mijn vader en moeder waren niet thuis. Ze waren daar wij altijd de aardappelen vandaan halen. Dat veld was niet van ons, maar wij haalden er wel altijd de aardappels vandaan. Wij waren bij ons thuis met 20 kinderen, 9 jongens en 10 meisjes. De laatste is altijd de jongste gebleven.

Wij sliepen op één slaapkamer met gasmaskers op. Omdat we maar één slaapkamer hadden, was het slapen moeilijk. Het eerste kind werd in bed gelegd, en als het sliep, dan werd het er weer uitgehaald en tegen de muur gezet. Daarna kwam de volgende aan de beurt, en zo verder. Met wakker worden kwam het niet zo nauw. Ze hebben mij een keer een hele dag tegen de muur laten staan, voordat ze het in de gaten kregen. Onze wekker dat was een emmer, en als die vol was, dan was het zes uur.

Eén van mijn broers die is kunstenaar. Hij gaat met een oude jas naar het café en komt er met een nieuwe uit. Onze moeder spoelde de luiers nooit uit. Wij zijn met melkpoeder grootgebracht, zo kon ze de luiers zó uitkloppen. Wij moesten natuurlijk heel zuinig leven. Toiletpapier moesten wij aan twee kanten gebruiken en daarna ging het naar de stomerij toe.
Onze vader kon niet goed horen, we hadden hem de oren van zijn kop gevreten. Bij ons aten we niet met mes en vork. Nee, we deden onze mond open, moeder gooide er wat in en onze vader deed onze mond weer dicht.

Mijn broers heten allemaal Piet, behalve onze Frans, die heette Hendrik. Een van mijn zusters was zo bijdehand. Ze was naar de markt geweest, en ze had daar kopjes gekocht. Maar weet je wat wel jammer was? De oortjes zaten allemaal aan de verkeerde kant.
Eén zuster van mij, die heeft verkering met een jongen, die maar één oog heeft. Als ze hem onder vier ogen moet spreken, dan moet ík er altijd bijkomen.
En dan mijn jongste broer, die klaagt áltijd over pijn in zijn buik. Mijn moeder zei: “jongen wees toch blij dat je een buik hebt, anders vielen de boterhammen zo in je broek.”
Mijn oudste broer is 59 jaar. Hij had 60 kunnen zijn, maar hij is een jaar ziek geweest.
Mijn ene zuster is zó scheel! Als ze huilt, lopen de tranen over haar schouders.

Toen ik op school kwam, was ik zes jaar. Ik kon met de meester goed opschieten. De andere kinderen moesten elk jaar naar een andere klas. Maar ík mocht over verschillende klassen twee jaar doen. De meester vroeg me een keer: “Als je bij de bakker twaalf gulden schuld hebt en bij de slager tien gulden en bij de groenteboer vijf gulden, hoeveel schuld heb je dan?” Ik zei dat ik dat niet wist. Als wij zóveel schuld hebben, dan verhuizen we altijd.

En nou moet ik nog iets anders vertellen over onze Hendrik. Toen hij van school afkwam riep onze vader hem bij zich. Hij gaf hem een hamer en zei: “als ik knik moet jij slaan”. Hij heeft maar één keer geknikt.

Ja, zó was het bij ons thuis.



Geen idee uit welk jaar het kwam. Het werd vroeger in de jaren '60/'70 vaak voorgedragen in het (Zwols?) dialect op bruiloften.

Bekijk hier een versie in Brabants dialect.

We gebruiken cookies om er zeker van te zijn dat u onze website zo goed mogelijk beleeft. Als u deze website blijft gebruiken gaan we ervan uit dat u dat goed vindt. Meer informatie

Wij gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website voor de bezoeker beter werkt. Daarnaast gebruiken wij o.a. cookies voor onze webstatistieken.

Sluiten