Spelletjes van vroeger



Ouderwets hoepelen, blikgooien en steltlopen. Je ziet het de kinderen van tegenwoordig niet veel meer doen. Kent u de spelletjes van vroeger nog?

Steltlopen
Een stelt is een lange lat met daaraan een driehoek  geschroefd. Daar moesten je voeten op staan. De latten klemde je onder je armen en dan moest je zo proberen te lopen. Er waren ook stelten met “twee verdiepingen”. Dan kon je wat hoger van de grond komen, maar dat was moeilijker omdat de steltlatten dan niet altijd meer onder je arme geklemd kon worden en ze dus met alleen je handen in evenwicht gehouden moesten worden. Er werden onderling hardloopwedstrijden mee gehouden. Als je goed was kon je op één been hinkelen f met de stelten een trap op en af lopen. Als je supergoed was kon je de trap op en af hinkelen op één stelt.

steltlopen stelten spel
Steltlopen in de sneeuw op 11 januari 1956 in Zandvoort.

Hoepelen
Een hoepel was een oud fietswiel zonder spaken en zonder banden, het kale wiel dus. Je had een stokje en dat deed je in het verdiepte gedeelte van het wiel en zo kon je het wiel voortduwen. Daar speelde je gewoon mee want het was al een hele kunst om het wiel gaande te houden. Of daar hield je onderling wedstrijden mee.

spel hoepelen
16 juli 1958 Amsterdam, hoepelwedstrijd tijdens Jordaanjeugdwedstrijden.

Tollen
Een tol zag er meestal uit als een soort paddenstoel. De steel van de “paddenstoel” was in een punt geslepen net als een potlood. In de punt werd een bolle spijker geslagen. Je had dan ook nog een stok nodig met daaraan een lang touw. Het touw moest eerst zorgvuldig om de “steel van de paddenstoel” gewikkeld worden. Dan zette je de de punt van de tol op de grond en gaf met het stokje een harde ruk om de tol aan het draaien te krijgen. Dat moest je niet te hard doen en ook niet te zacht. Menige tol is daardoor door de lucht gevlogen en soms ook door de ruit van een woning. Als de tol eenmaal draaide moest je die zo lang mogelijk aan het draaien houden door met het touwtje aan het stokje tegen de steel van de “paddenstoel” te slaan. Dat viel nog net mee. Als je te hard sloeg vloog de tol ver weg. Je moest het dus beheerst doen en daar was niet ieder kind voor in de wieg gelegd.

Zaklopen
Dit was typisch zo’n spelletje met speciale feestdagen zoals Koninginnedag. Je had een juten aardappelzak. Daar moesten je benen in en je voeten moest je goed in de punt van de zak duwen. Dan kon je met de zak lopen of springen. Dan werden er wedstrijden gehouden. Je moest dan als snelste een bepaalde afstand overbruggen. Meestal werd dat twee aan twee gedaan en de verliezer viel dan af. Dat ging dan net zo lang door tot er een winnaar was en die kreeg dan een prijsje.

spel zaklopen
15 augustus 1955, kinderen doen aan zaklopen in Amsterdam (Dapperbuurt) op Hartjesdag.

Koekhappen
Leuk was dat bij verjaardagspartijen. Men nam een ontbijtkoek (peperkoek) en sneed deze in plakken. Men pakte een stuk dun touw. Met een naald werden de sneetjes koek aan dit touw geregen. Dat moest een beetje in de hoek van de plak koek, zodat deze met een punt naar beneden hing. Vervolgens kreeg iemand een blinddoek voor, meestal was dat een afdroogdoek. De kunst was nu om zonder je handen te gebruiken de koek van het touw te happen. Je beloning was eigenlijk alleen de koek zelf.

spel koekhappen
5 juni 1963, Hoorn. Op de jaarmarkt doet de jeugd aan een speciale versie van het koekhappen.

Aanvulling door Willeke Wouters:

De spelletjes die wij vroeger speelde waren:

KAATSEBALLEN: Met 2 of 3 ballen om en om tegen de muur gooien en opvangen. Als je een bal lied vallen was je af en mocht de volgenden.

HINKELEN: Je tekende een hinkelbaan met 10 vakken op de grond,1 tot en met 5 aan 1 kant en 6 tot en met 10 aan de ander kant. Je begon 1 tot en met 5 boven elkaar, 6  naast 5 en 7 tot en met 10 naar beneden. Je vroeg aan je moeder een leeg schoensmeerdoosje en vulde deze met zand. Je mocht dat doosje in nummer 1 gooien. Je moest wel zorgen dat het schoensmeerdoosje niet op een rand lag maar binnen de lijnen van dat nummer. Je moest dan op 1 been of nummer 1 heen gaan naar nummer 2, op 1 been verder gaan naar 2,3 en 4, 5 en 6 mochten in elk vakje een voet tegelijkertijd hebben 7, 8,9 en 10 weer 1 been. Dan op 1 been terug van 10 tot 7 op 1 been, 6 en 5 weer eerder 1 voet, 4, 3 en 2 op 1 been. Als je op 2 stond moest je op een been bukken om het schoensmeerdoosje uit 1 te pakken zonder te steunen op je handen.

HANDSTAND TEGEN DE MUUR: Handstand tegen de muur als je alleen was, was niet zo moeilijk maar het was een kunst om met zoveel mogelijk kinderen over elkaar heen te gaan. Als je dan de eerste was moest je het langst blijven staan op je handen.

ELASTIEKEN:  Je vroeg aan je moeder elastiek uit de naaidoos, de uiteinde knoopte je aan elkaar. Dit kon je alleen spelen als je met minimaal 3 kinderen was of met 2 kinderen en  een paaltje waar je de elastiek omheen legde. De kinderen die in het elastiek stonden, stonden met benen een stukje uit elkaar, nummer 3 ging allerlei sprongen verzinnen met het elastiek om je voeten heen. Als je uit dan uit het elastiek sprong moest het elastiek weer helemaal uit elkaar zijn. Zo niet dan was je af.

KAPTOLLEN: Je had een tol die je zelf mooi deed kleuren of je deed onderin de tol een schroef of spijker. Je naam een touw die dan om de tol indraaide niet te veel want je moest een stukje in je hand kunnen vasthouden om te kappen. Kappen is dat je dan je arm naar omhoog zwierde en terug en dan het uiteinde van het touw vasthield zodat de rest van de tol afrolde. Hoe harde je zwierde hou harde de tol draaide en dat is kaptollen.

 

TOUWTJE SPRINGEN: Je nam gewoon een stuk touw en  het ene uiteinde nam je in rechterhand en het andere uiteinde in je linkerhand. Je zorgde dat je voor het touw stond zodat je kon je met armen kon gaan draaien en je over het touw sprong als het voor je voeten kwam. En zo draaide en sprong je maar door. Je kon het ook met meerder doen, je had dan een groter touw nodig. 2 kinderen deden het touw tegelijkertijd dezelfde kant op draaien en de 3e sprong er dan overheen.

spel elastieken
9 oktober 1962. Kinderen elastieken.
spel hoepelen
Meisje aan het hoepelen op 9 juli 1979.

We gebruiken cookies om er zeker van te zijn dat u onze website zo goed mogelijk beleeft. Als u deze website blijft gebruiken gaan we ervan uit dat u dat goed vindt. Meer informatie

Wij gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website voor de bezoeker beter werkt. Daarnaast gebruiken wij o.a. cookies voor onze webstatistieken.

Sluiten